In Brussel is het nu doodstil wachten op de Grieken

Veel Europese politici zien Griekenland liefst vandaag uit de eurozone stappen. Maar niet iedereen durft dat hardop te zeggen. Want de kosten zijn voor de belastingbetaler. Alles is nu improvisatie. „De Grieken uit de eurozone? Het is propaganda.”

Je zou denken dat politici en bestuurders in Brussel non-stop met collega’s in Athene aan de telefoon zitten. Om te proberen de ergste Europese crisis sinds de Tweede Wereldoorlog te bezweren. Om de opties door te nemen die nog resten, nu Griekenland uit de euro dreigt te vallen. Om elkaar te steunen, te adviseren.

Maar nee. Die telefoontjes zijn er bijna niet. Er heerst ongeveer radiostilte. Er is niet alleen in politiek opzicht een complete breakdown tussen Griekenland en zijn geldschieters in de eurozone, ook de communicatie werkt nauwelijks meer. Europa, dat het failliete Griekenland al twee jaar financieel overeind houdt in ruil voor een fiks hervormings- en bezuinigingsprogramma, heeft niemand om mee te praten sinds de verkiezingen van 6 mei.

De meeste Griekse kiezers wijzen dit programma af. Maar ze willen wel in de eurozone blijven. „Niemand weet hoe de volgende Griekse regering eruit ziet,” zegt een hoge Europese ambtenaar. „Misschien worden het technocraten die de bezuinigingen doorzetten. Misschien worden het juist mensen die de bezuinigingen afwijzen. Misschien komen er nieuwe verkiezingen. Zolang niemand weet welke kant het opgaat, kunnen wij moeilijk scenario’s maken. We moeten op de Grieken wachten en muisstil zijn, anders beïnvloeden we de uitslag nog.”

Inspecteurs van de Europese Commissie, ECB en IMF, die naar Athene moesten om te beslissen of Griekenland zijn huiswerk had gedaan en nieuwe leningen kon krijgen – deze inspecteurs zijn thuisgebleven. Alle hervormingen liggen door de chaos in Griekenland toch stil. Wat voor zin heeft het, om arbeidswetgeving aan te passen als er niemand is om die wetten door het parlement te loodsen?

De vorige minister van Financiën die het tweede leningenpakket voor Griekenland heeft uitonderhandeld, Evangelos Venizelos, is nu leider van de socialisten – en die zijn gedecimeerd bij de verkiezingen. De naam van de nieuwe minister moeten ze in Brussel nog altijd in hun papieren opzoeken. Hij is een invaller, meer niet. Voormalig premier Lucas Papademos is redelijk maar machteloos. De enige Griekse politicus met enige centrale regie is president Papoulias. Sommige Europese politici bellen met hem. Maar daar hebben ze weinig aan. „Met Papoulias kun je weinig afspreken,” zegt één hunner. „Het ene moment zegt hij dit, het andere dat. Maar zo is Griekenland nu: Byzanthijns.”

Veel Europese politici zouden Griekenland liefst vandaag nog de eurozone uitzetten. Dat kunnen ze niet: het zou Europese belastingbetalers een rib uit hun lijf kosten. „Een exit lost niets op,” zei de Belgische minister Steven Vanackere. Eurolanden lenen Athene al twee jaar geld via het noodfonds EFSF, waarvan de terugbetaling-met-rente (die nu keurig verloopt) abrupt zou stoppen. Ook zijn Griekse banken net voor 25 miljard geherkapitaliseerd door het noodfonds. De ECB, dat deze banken cashinjecties geeft, zou eveneens zwaar verlies lijden. Nationale banken van eurolanden zouden dat moeten compenseren. Door de haircuts voor Griekse obligatiehouders, vorig jaar, zijn bijna alle buitenlandse beleggers Griekenland uitgevlucht. Daardoor zijn de risico´s van een Grieks faillissement verschoven van de privésector naar de publieke sector – de Europese belastingbetaler dus. Op die haircuts, die Duitsland en Nederland vorige zomer doordrukten terwijl bijna iedereen ertegen was, wordt in Brussel hevig gevloekt. „Dit was de gifpil van de eurozone,” zegt iemand.

Europese politici kijken als konijnen in de koplampen. Ze kunnen niets. Ze weten zelfs niet of en hoe ze moeten reageren op de enige brief die hen vanuit Athene gestuurd is: die van Alexis Tsipras van de linkse ‘anti-bailoutpartij’ Syriza. Ze moeten afwachten tot er een regering is in Athene: de democratie moet worden gerespecteerd. Ze kunnen Griekenland niet uit de euro zetten. En al zouden ze dat kunnen, rijst de vraag of de euro dit overleeft. Beleggers nemen de benen uit Spanje en Italië. Noorwegen koopt geen Spaanse en Portugese staatsobligaties meer. Spaanse banken wankelen. Misschien moet Madrid naar het noodfonds. Een Griekse exit kan het laatste beetje vertrouwen in de euro dat nog rest, vernietigen. Vandaar dat nu de optie wordt doorgerekend waarbij Griekenland uit de eurozone gaat maar tóch EU-geld ontvangt: omdat die gelden deels terugvloeien naar de ECB, houdt het eurosysteem zichzelf tenminste overeind.

Vanaf nu is alles improvisatie. Dus besloten de ministers van Financiën gisteravond dat er weinig anders opzit dan doormodderen. Het is niet fraai – maar voor Europese belastingbetalers is alles beter dan een explosie. Vandaar dat minister Jan Kees De Jager (Financiën, CDA) ineens zei dat er misschien onderhandeld kan worden over Griekse bezuinigingen. Gistermiddag hadden, bij een lunch, Europees president Herman Van Rompuy, Commissievoorzitter José Manuel Barroso en ECB-president Mario Draghi al besloten bij gebrek aan alternatieven de officiële lijn vast te houden: ´Griekenland blijft in de eurozone´. Eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker, die bij beide besprekingen was, zei later: „Ik kan me niet voorstellen, geen seconde, dat Griekenland de eurozone verlaat. Het is nonsens. Propaganda.”

Hoe lang de impasse kan duren, is onduidelijk. Officieel zingt Griekenland het uit tot eind juni, vermoedelijk langer. In Brussel houden velen rekening met een hete zomer.