Het genie van Sokolov is stabiel

Grigory Sokolov (Serie Meesterpianisten). Gehoord: 13/5 Concertgebouw Amsterdam. Herh. 15/5 Muziekgebouw Eindhoven.

Niet alleen het fenomenale genie van pianist Grigory Sokolov imponeert, maar ook de standvastigheid daarvan. Maurizio Pollini heeft wel eens een mindere dag, Radu Lupu wordt steeds excentrieker. Op Sokolov kun je in zijn jaarlijkse recital in de Meesterpianisten altijd bouwen.

Dat Sokolov compromisloos zijn repertoire kiest, valt inmiddels te verwachten. Zondag klonk geen selectie maar álle tien delen uit de Suite en ré van Rameau. De zelden gehoorde sfeerstukken werden naar het hoogste niveau getild. Talloze trillers en voorslagen overstegen in Sokolovs geconcentreerde lezing elke gekunsteldheid, vragen over ‘historische authenticiteit’ bleken irrelevant: zó moet het klinken en niet anders.

Die muzikale onvermijdelijkheid kan leiden tot een teveel aan intensiteit. Maar binnen Sokolovs dwingend betoog is er zeker ruimte voor spontane invallen, zonder dat het uitlichten van vele details ten koste gaat van de grote structuur. Mozarts Sonate in a werd soms tot een claustrofobisch drama verdicht, waarna lichtvoetiger passages de lucht weer deden stromen.

Met barokke trillers in de Händel-variaties van Brahms wees de pianist subtiel terug naar Rameau.

Van een peilloze diepte waren Brahms’ Intermezzi opus 117. Hier bewees Sokolov zich als erfgenaam van pianolegende Emil Gilels: weifelende timing en een warm toucher leidden tot bezielde weemoed.

Nog een constante was het enthousiaste publiek, dat zich beloond zag met zes subliem gespeelde toegiften.