Het eindeloze proces tegen Desi Bouterse

Met de snelheid van een slak die afremt in de bocht voltrekt zich in Suriname het proces over de Decembermoorden, die dateren uit het jaar 1982. Bijna dertig jaar na dato hebben de nabestaanden van de vijftien mensen die in Paramaribo werden doodgeschoten, nog altijd niet de duidelijkheid of de verdachten van deze moorden worden veroordeeld. Dat is de grootste misstand in deze slepende affaire.

Of het proces tegen president Desi Bouterse en andere verdachten wordt voortgezet, is onduidelijk en mocht dat wel het geval zijn, dan weet niemand wanneer de krijgsraad zal oordelen over de bewijzen en een vonnis zal vellen. Dat is het onbevredigende resultaat van een besluit dat de krijgsraad vrijdag nam om het proces op te schorten.

Het had voor de nabestaanden nog erger kunnen zijn: wanneer de krijgsraad het verzoek van de verdachten en hun advocaten had gehonoreerd om het proces onmiddellijk te staken. Dit verzoek hadden zij gebaseerd op de amnestiewet die vorige maand door een meerderheid in het Surinaamse parlement werd aangenomen. Dit gebeurde op een moment dat afronding van het strafproces in zicht kwam.

De president van de krijgsraad, Valstein-Montnor, heeft wel gesteld dat elke inmenging in opsporing en vervolging verboden is, evenals in zaken die bij de rechter aanhangig zijn. Daarmee onderstreepte zij de onafhankelijkheid van de rechter en de rechtsgang. Toch wilde de krijgsraad niet op eigen gezag vaststellen dat met de amnestiewet van zulke inmenging sprake is, terwijl het doel daarvan toch moeilijk anders kan worden gezien dan als vrijwaring van straf voor Bouterse en de zijnen. De openbaar aanklager moet nu van de krijgsraad onderzoeken of de amnestiewet in strijd is met de Grondwet.

Of dat hoopvol is voor de nabestaanden, is de vraag. Het Openbaar Ministerie voelde aanvankelijk niets voor het strafproces; het moest daartoe worden aangespoord (in 2000) door het Hof van Justitie. Bovendien heeft de openbaar aanklager eerder gezegd dat een constitutioneel hof zou moeten worden opgericht om de amnestiewet aan de Grondwet te toetsen. Al met al lijkt dit een effectieve manier om de zaak op de lange baan te schuiven – misschien wel zo lang dat van uitstel afstel komt.

Intussen wordt de situatie in Suriname er grimmiger op. Journalisten ontdekten volgens de Surinaamse krant De Ware Tijd vrijdag dat een man van wie wordt aangenomen dat hij werkt voor de inlichtingendienst, verboden opnamen maakte in de rechtszaal. Deze dienst valt rechtstreeks onder de president. En Bouterse maakte onlangs degenen die voor een eerlijke rechtsgang pleiten, uit voor „vijanden van het volk”. Als democratische rechtsstaat staat Suriname op wankele benen.