Grieks vertrek uit euro kan nare gevolgen hebben

De existentiële crisis van Griekenland beperkt zich – voorlopig – tot de Europese periferie. De angst dat het land gedwongen kan worden de eurozone te verlaten, heeft de markten gisteren doen kelderen. Maar beleggers zijn nog niet ten prooi gevallen aan dezelfde paniek als afgelopen herfst.

Het Griekse lidmaatschap van de eenheidsmunt lijkt precairder dan ooit. De Griekse politici zijn er niet in geslaagd een coalitie te vormen die uitvoering kan geven aan het bezuinigingsplan, en de peilingen bieden weinig vertrouwen dat eventueel nieuwe verkiezingen een beter resultaat zullen opleveren. Recente uitspraken van functionarissen van de Europese Centrale Bank (ECB) duiden erop dat een Grieks vertrek uit de eurozone niet langer taboe is.

Beleggers hebben gereageerd door haastig op zoek te gaan naar de veiligheid van Duitse staatsobligaties, terwijl de rente op Spaanse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar het hoogste peil heeft bereikt sinds eind november vorig jaar.

Maar de obligatiemarkten zijn nog niet zo overspannen als eind vorig jaar. De rente op tienjarige Spaanse staatsobligaties is momenteel 2,1 procentpunt hoger dan die op tweejarige staatsobligaties: vorig jaar november vernauwde de kloof zich naar slechts 52 basispunten – een teken dat beleggers zelfs geen zin meer hadden om ook maar de kleinste risico’s te nemen met kortetermijnschulden.

Intussen staat de rente op tienjarige Franse staatsobligaties 90 basispunten lager dan de piek van vorig jaar. En ondanks de electorale onzekerheid in Nederland is de rente op de tienjarige staatsobligaties van dat land sinds de Griekse verkiezingen met bijna 20 basispunten gedaald.

Beleggers lijken te denken dat de kern van de eurozone, inclusief Frankrijk, intact zal blijven, en dat de negatieve gevolgen van een Grieks vertrek beperkt zullen blijven, mogelijk met behulp van goedkope kredieten en obligatieaankopen door de ECB.

Maar een Grieks vertrek zou toch nog steeds onverwachte neveneffecten kunnen hebben. Om te beginnen zouden depositohouders in omringende landen hun geld van de bank kunnen halen. Dat zou de ECB of de Europese noodfondsen dwingen tussenbeide te komen, waardoor het risico van de periferie van de eurozone naar de kern zou worden overgebracht.

Daarnaast kan het vooruitzicht van verliezen op Griekse noodleningen het verlenen van nóg meer steun lastiger maken.

Bovendien heeft de eurozone de fundamentele problemen nog steeds niet goed opgelost. De autoriteiten zijn nog niet met een coherente strategie gekomen om de groei in de periferie te bevorderen; en de bankensector heeft nog steeds te weinig kapitaal, met name in Spanje.

Een Grieks vertrek kan beleggers dwingen zich nadrukkelijker te richten op de inherente zwakte van de rest van de zone.

Neil Unmack

Vertaling Menno Grootveld