Generatiekloof

Werken in het onderwijs is gewoon kut, tenminste dat is mijn ervaring. De valkuil heet ‘idealisme’, een ander woord voor hard werken voor te weinig geld. Wat bezielde me toen ik een jaar geleden enthousiast zat te kakelen, want dat was het, tegen de oprichters van de studierichting Creative Writing? Ik zou de boel wel

Werken in het onderwijs is gewoon kut, tenminste dat is mijn ervaring. De valkuil heet ‘idealisme’, een ander woord voor hard werken voor te weinig geld. Wat bezielde me toen ik een jaar geleden enthousiast zat te kakelen, want dat was het, tegen de oprichters van de studierichting Creative Writing? Ik zou de boel wel even aanjagen. Pats, meteen aangenomen.

Idealisme is een ander woord voor hard werken voor te weinig geld

Goed, de afgelopen maanden gaf ik op de donderdagen drie uur schrijfles aan zeventien studenten van hogeschool Artez, de vroegere kunstacademie in Arnhem. Een tip voor aankomende docenten: begin je eerste les dus nooit met de opmerking dat dit voor jou ook maar een experiment is. Dan sta je meteen met 4-0 achter.

Ik had nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, maar er was op z’n minst sprake van een generatiekloof. Waar ik aan moest wennen, was het elkaar masseren en strelen tijdens de lessen, het op elkaar zitten of liggen tijdens de lessen, de onderlinge spanningen die met huilbuien gepaard gingen, het consequent aangesproken worden met ‘meneer’ en het fulltime gefacebook waar het gedrag van de docenten nauwgezet werd geanalyseerd. Verder waren er eetgroepjes en slaapgroepjes en werd er ’s nachts gewaakt bij studenten die in een acute crisis verkeerden. Er waren er ook twee die in het klaslokaal een hut hadden gebouwd onder een tafel. Ik ben daar nooit op bezoek geweest, het hoofd van de opleiding wel.

Ik had het dus niet gemakkelijk, maar zij ook niet.

Creativiteit bleek hand in hand te gaan met lichamelijke en geestelijke ongemakken die het actief bijwonen van de lessen bemoeilijkten. Ik noteerde: een knieoperatie, een chronische vermoeidheidsziekte (twee keer), een naderende geslachtsoperatie plus hormoonkuur die spanningen met zich meebracht waardoor chronische vermoeidheid was ontstaan, trillende benen (vooral ’s nachts) waardoor chronische vermoeidheid was ontstaan, eetstoornis (twee keer), hyperactiviteit (daar wordt iedereen moe van), een nevencarrière als handboogschutter, onderling relatiegedoe, een psychose en psychische problemen (twee keer).

Tel bij deze situatie een door treinvertragingen geplaagde docent op die ook niet altijd even fit was – wel zo eerlijk om dat er even bij te zeggen – en je krijgt een bijzondere vorm van onderwijs.

Mijn vak heette ‘Tekst & Wereld’. Met de uitgedunde groep wandelde ik door Arnhem, we maakten een treinreis, bezochten een coffeeshop, een ziekenhuis en een gokhal. Daar zijn verhaaltjes over geschreven die ze van mij klassikaal moesten voorlezen. Dat ging niemand in de koude kleren zitten. Bij de laatste les waren er nog vier studenten over, of eigenlijk drie, want één lag er in de vensterbank te slapen.

Vorige week was het evaluatieweek. Ze kwamen bijna allemaal opdagen, een opsteker. Na het uitdelen van de voldoendes steeg mijn populariteit, een mooi moment om te vragen wat ze van mij geleerd hadden. Na lang nadenken zei een meisje: „Ik denk dat ik van u heb leren roken.”

Er was er ook één die zich eigenlijk niets kon herinneren, maar dat moest ik me vooral niet persoonlijk aantrekken.