Geef me één reden om een vrouw te slaan

In Jemen discussieert de elite volop over de positie van de vrouw na een omstreden essay. Zo ook in collegezaal 21b.

Verslaggever Jemen

Sana’a. Ze zou niet genuanceerd zijn, haar oren te veel naar het Westen laten hangen en ten onrechte namens alle Arabische vrouwen spreken. Met haar stuk ‘Why do they hate us?’ over de belabberde positie van vrouwen in de Arabische wereld, dat eind april in het tijdschrift Foreign Policy verscheen, raakte Mona Eltahawy een gevoelige snaar in de regio. Ook in Jemen, volgens onderzoek het slechtste land ter wereld om vrouw te zijn.

„Belachelijk stuk! De schrijfster heeft zelf een psychologisch probleem dat ze nu in de schoenen schuift van alle Arabische vrouwen”, schreeuwt Mohammed Moharram (22). Medestudente Eman Ahmed (21) kijkt vertwijfeld de klas rond en zegt: „Kom zeg, dit is de realiteit. Wij vrouwen worden beperkt in wat we doen, wij mogen veel dingen niet die jullie wel mogen”.

„O ja, wat dan?” schreeuwen de mannen.

Moharram en Ahmed zitten met zo’n twintig studenten, mannen en vrouwen, in lokaal 21b van een privé-universiteit in Sana’a. Ze zijn bij elkaar voor een college rechten. Vandaag gaat het over het stuk van Eltahawy. De studenten zijn vrijwel allemaal boos. Het artikel zou de plank misslaan en geen juiste interpretatie van de islam zijn. Bovendien had Eltahawy het niet in westerse media mogen publiceren.

Moharram: „Daar denken ze toch al dat we terroristen en armoedzaaiers zijn, dit had ze niet moeten schrijven.” De klas begint luid te applaudisseren. Dan staat Sammy al-Akil (20) op. Of hij even naar voren mag komen. „Jongens, doe eens normaal. Er is een probleem, laten we dat niet ontkennen. Geef me ook maar één reden waarom je een vrouw zou mogen slaan.” Applaus blijft uit, alleen Eman knikt stralend. „Met hem wil ik wel trouwen”, mompelt ze.

Over de feiten blijft de klas opvallend stil, terwijl die toch boekdelen spreken. Jemen staat op de laatste plaats van de Global Gender Gap index 2011. In Jemen is de kloof tussen man en vrouw op elk gebied enorm. Vrouwen mogen hun eigen huwelijkscontract niet tekenen, kindhuwelijken zijn wettelijk toegestaan, in de politiek spelen vrouwen geen rol van betekenis en 55 procent van de vrouwen is analfabeet, tegen 20 procent van de mannen.

Hoe dat komt, daarop heeft de klas geen antwoord. De bijeenkomst ontaardt in emotionele discussies over islam, dat vrouwen in het Westen ook geslagen worden, dat Sammy al-Akil maar naar de Verenigde Staten moet gaan om te zien hoe slecht het daar is en dat de schrijfster in de gevangenis moet worden gegooid. Akil heft zijn handen ten hemel en druipt af.

Een paar kilometer verderop zit Belqis al-Wail (29) in haar eenvoudige huis in Al-Safia, een arme buurt. De reacties van de studenten verbazen haar niets. „Dit is de elite die spreekt, die wil laten weten dat zij het goed doet, dat zij ruimdenkende mannen en vrouwen zijn.” En inderdaad was het tot nu toe vooral de elite die zich roerde in de discussie, ook buiten Jemen. Niet zo gek, die kan lezen, spreekt Engels en heeft toegang tot internet.

Wail merkt op dat de onderste laag van de samenleving er overigens net zo over denkt als de bovenste, alleen om een andere reden. „Vrouwen in dat deel van de samenleving kunnen niet lezen, hebben geen benul. Die zijn allang blij dat ze een echtgenoot hebben en een dak boven hun hoofd. Die danken God en denken dat het zo goed is.” Al Wail heeft gelijk, deze vrouwen hoor je niet over een artikel in Foreign Policy.

Wail zit ertussenin, ze behoort tot de middenklasse. Ze mag weliswaar werken van haar vader en man, maar alleen als onderwijzeres, en dan nog alleen voor vrouwen. Ze is uitgehuwelijkt aan een neef, mag niet alleen reizen of gewoon naar het park. „Waarom willen mannen niet met ons werken, reizen, praten? De schrijfster heeft gelijk: omdat ze ons haten. Het is zelfs erger dan dat. Ze beschouwen vrouwen als schoenen. Je gebruikt ze als ze nodig zijn en vervangt ze als je nieuwe wilt.”

Dat komt volgens Wail voort uit vastgeroeste tradities waaraan ook vrouwen schuldig zijn. „Kijk naar de moeders in families. Die zetten hun zonen op een voetstuk, hij is een prins die alles mag en op handen wordt gedragen.” De islam staat hier volgens haar buiten. Die predikt niets dan liefde. Mensen gebruiken de islam op een verkeerde manier, „als excuus om te doen en laten wat ze willen”.

Wail lacht als ze hoort dat de mannen in lokaal 21b zeggen de vrouwen uit liefde te beschermen. „Liefde zit volgens mij niet in seks of in het geven van spullen. Liefde betekent dat je iemand haar vrijheid gunt en haar keuzes laat maken, en je kunt moeilijk zeggen dat we die krijgen.” Ze plukt wat aan haar zwarte hoofddoek en zucht: „Het probleem in de Arabische wereld is dat niemand de waarheid wil horen, omdat die niet leuk is”.