Een bos op je balkon

Bomen in bakken aan de gevels van flats: in Milaan hebben ze een spectaculair plan voor het ‘hoogste bos ter wereld’. Het wordt nu gebouwd.

Milaan krijgt het hoogste bos ter wereld. In de wijk Isola, niet ver van het centrum, wordt het Bosco Verticale gebouwd. Ergens in 2013 wordt ‘het verticale bos’ voltooid. Het zal bestaan uit twee woontorens, van 110 en 76 meter hoog, naar een ontwerp van het Milanese bureau van Stefano Boeri. Over de hele lengte krijgen de gevels van de torens betonnen bakken waarin struiken en loofbomen worden geplant. De grootste hiervan moeten negen meter lang worden.

Met het Verticale Bos maakt de groene architectuur een grote sprong voorwaarts: het is het eerste bos van 10.000 vierkante meter in de vorm van woontorens. Het ‘woonbos’ is een spectaculair vervolg op de vegetatiedaken die al een jaar of twintig tot het standaardrepertoire van de duurzame architectuur behoren. En op de recentere, met planten beklede gevels, zoals die van het Jan van Galenzwembad in Amsterdam van Ton Venhoeven uit 2006.

De bomen zijn er niet alleen voor het spektakel. Ze moeten zorgen voor overvloedig groen, dat een heilzame werking op bewoners schijnt te hebben, maar ook voor een goed microklimaat rondom de torens. De bomen zullen stofdeeltjes opvangen, geluidsisolatie bieden en doen wat bomen altijd doen: CO2 absorberen en zuurstof produceren.

Water krijgen de bomen uit de hemel en uit het hergebruik van gereinigd ‘grijs water’, het licht vervuilde afvalwater uit de appartementen. Samen met zonnepanelen en energiezuinige voorzieningen maken de bomen Bosco Verticale tot een superduurzaam gebouw. Het beheer van het bos en het microklimaat komt in handen van een bedrijfje dat ook tot taak krijgt het publiek voor te lichten over duurzaamheid.

Zal het werken?

Kunnen de bomen bijvoorbeeld zo groot worden als ze op de ontwerptekening staan? Iedere tuinier kent de vuistregel dat de bladerkroon van een loofboom dezelfde omvang heeft als het ondergrondse wortelstelsel. En de betonnen bakken aan de gevel van Bosco Verticale zijn lang niet zo diep als de kronen van de bomen.

„Loofbomen hebben inderdaad veel wortelruimte nodig”, bevestigt bioloog Vincent Kuypers van de Universiteit van Wageningen. „Maar een groter probleem is de watervoorziening. Met hergebruik van grijs water kom je een eind, maar het wordt een hels karwei om voldoende water voor het verticale bos te krijgen.” Bovendien is het Milanese klimaat – Noord-Italiaans, niet ver van de Alpen – een probleem doordat het ’s zomers vrij droog is in Milaan en de bomen in de winter bladerloos zijn waardoor de effecten voor het microklimaat gering zijn.

Kuypers kent een bos in São Paulo dat al 60 jaar op grote hoogte groeit op het voormalige bankgebouw van Banespa. „Maar dat bos staat op drie meter bosgrond en wordt permanent bevloeid. Bovendien is het klimaat in São Paulo geschikter voor een weelderig bos dan het Milanese. Een loofbomenbos in het Bosco Verticale wordt dan ook heel moeilijk. Het beeld in de ontwerptekeningen kan in mijn ogen alleen worden gerealiseerd met bonsais. En misschien met coniferen en palmen.”

Groene architectuur heeft een lange geschiedenis. In de Oudheid lieten veel rijke Romeinen op het platteland een villa bouwen, omringd door tuinen. Ruim een eeuw geleden werd wonen in het groen een eeuwenoud voorrecht van de rijken en machtigen der aarde – koningen hadden en hebben altijd buitenverblijven – een algemeen stedenbouwkundig ideaal.

Eind negentiende, begin twintigste eeuw lanceerde Ebenezer Howard in Engeland ideeën om in plaats van dichtbebouwde industriesteden kleine, groene steden te bouwen die werden omgeven door parken en open land.

De Engelse tuinstad van Howard was het begin van een reeks groene stadsplannen in Europa en de Verenigde Staten. Beroemd werd het ontwerp uit 1922 van de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier voor een stad voor drie miljoen mensen, met hoge woontorens in een immens park rond een bestuurlijk centrum. Dit ontwerp werd nooit uitgevoerd maar had wel grote invloed op de 20ste-eeuwse stedenbouw. In Nederland is de Bijlmermeer met zijn honingraatvormige flats in een groen park de radicaalste verwezenlijking van Le Corbusiers ideeën over stedenbouw. Het Bosco Verticale gaat nog een stap verder doordat de bomen in bakken aan en op de torens geplant.

Helemaal nieuw is het idee om flinke bomen op een gebouw te zetten niet. Begin jaren tachtig kregen de onderste etages van Trump Tower, de woontoren die de New Yorkse vastgoedmagnaat Donald Trump liet bouwen, forse loofbomen voor hun ramen. In 2000 ontwierp het Rotterdamse bureau MVRDV een woontoren voor Hengelo die sterk lijkt op het verticale bos dat nu in Milaan wordt gebouwd. Elk appartement van de Hengelose toren zou een smal en lang balkon krijgen met een paar volgroeide bomen erop. Het is onwaarschijnlijk dat Stefano Boeri, die regelmatig in Nederland komt voor lezingen, dit ontwerp niet kent.

De bomentoren in Hengelo ging niet door, maar inmiddels werkt MVRDV aan een vergelijkbaar appartementencomplex met nog meer bomen in Taipei op Taiwan. Hier wil MVRDV de voordelen van het compacte grootsteedse wonen combineren met die van groene, weidse suburbia.

Sinds 2000 hebben ook andere bureaus ontwerpen gemaakt voor torens met balkons en terrassen vol bomen en struiken. Zo ontwierp het Nederlandse bureau UCX Architects Urban Cactus, een nooit gebouwde ronde woontoren met balkons met struiken en kleine bomen. Wel gerealiseerd is het Solaris-gebouw uit 2010 in Singapore van de Maleisische eco-architect Ken Yeang. Hier tieren veel planten op de balkons. Yeang heeft nog meer van dergelijke groene architectuur op zijn naam staan, maar zo spectaculair als het Verticale Bos is geen van zijn gebouwen.

Bernard Hulsman