Dibi staat voor nieuwe politiek, zegt hij zelf

Tofik Dibi kwam op zijn 26ste in de Kamer. Als protegé van Femke Halsema kreeg hij mooie portefeuilles, zoals veiligheid. Hij ontpopte zich als atypische GroenLinkser.

Tofik Dibi tijdens de persconferentie over zijn kandidatuur voor het lijsttrekkerschap van GroenLinks, gisteren in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Hij zei het zeker tien keer, gisteren bij de bekendmaking van zijn kandidatuur: „Ik ben van de nieuwe politiek.” Tofik Dibi, na een week van speculatie nu officieel uitdager van Jolande Sap voor het leiderschap van GroenLinks, wil af van de ‘kloonfabriek’ waarin Nederland naar zijn mening is veranderd: een land vol met mensen die er hetzelfde uitzien, hetzelfde eten, dezelfde dingen doen – zonder af te wijken van de norm.

De locatie die Tofik Dibi had gekozen voor de lancering van zijn kandidatuur was modern en hip. The Hub aan de Westerstraat in Amsterdam is een pleisterplaats voor jonge internetondernemers, freelance journalisten en andere zzp’ers. Er is gratis wifi (het wachtwoord van gisteren: ‘hagelslag’), een bar met een espresso-apparaat en een entresol met hangmatten en zitzakken. Op de muur: polaroids en Engelstalige leuzen (‘Courage! Imagination!’). Iedereen heeft er een Apple iBook.

Dit is het Nederland waartoe Dibi zich aangetrokken voelt: eigenzinnig, individualistisch, innovatief. De boodschap was helder: Tofik Dibi ís nieuwe politiek. „Ik ben geen traditioneel politicus.” GroenLinks, zo zei hij, moet de mensen niet alleen in het hoofd, maar ook in het hart raken. Het mag allemaal wel wat gedurfder. Ter illustratie begon hij over de beroemde poster uit 1971 van de PSP, een van de voorlopers van GroenLinks: een naakte vrouw in een weiland, met de tekst: ‘Ontwapenend’. „Die stijl moeten we weer oppakken!”

Maar hoe ‘nieuwe politiek’ is Dibi écht?

Als voorbeeld van zijn manier van opereren noemde Dibi het ‘kinderpardon’, een online petitie voor een generaal pardon voor kinderen van asielzoekers, die hij vorig jaar lanceerde. Voor deze actie wierf hij vooral steun buiten de Tweede Kamer, bij burgers, bekende Nederlanders, lokale politici.

De campagne liet zien wat een behendige en mediagenieke politicus Dibi inmiddels is geworden. Maar het wekte ook wrevel bij andere politieke partijen. Zijn plan was gebaseerd op een initiatief-wetsvoorstel van PvdA en ChristenUnie, die hem prompt verweten aan de haal te gaan met hun ideeën.

Zes jaar geleden stormde Tofik Dibi vanuit het niets het politieke toneel op. Als 26-jarige student media en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam solliciteerde hij voor een plek op de kandidatenlijst van GroenLinks. De leden zetten hem – tot zijn eigen verbazing – op nummer 7.

Politieke ervaring had Dibi niet, wel een interessante achtergrond. Geboren in Vlissingen als derde zoon van een avontuurlijke Marokkaanse gastarbeider met tattoos en een oorbel. Ouders gescheiden toen hij zeven was, vader overleden op zijn negende. Verhuizing naar de multiculturele wijk Slotervaart in Amsterdam, waar het hele gezin moest rondkomen van de bijstandsuitkering van moeder Dibi. De jonge Tofik, die naar het gymnasium ging en makkelijk praatte, onderhandelde met de deurwaarders over betalingstermijnen.

Dibi woont nog altijd in het appartement waar hij opgroeide, met zijn moeder en twee van zijn broers. Als hij niet hoeft te werken, hangt hij met zijn broers thuis op de witte skailederen bank. Geintjes maken, televisie kijken, beetje klooien met hun smartphones. Hij wil niet anders.

’s Ochtends neemt Dibi de trein op station Amsterdam Lelylaan. Veertig minuten later stapt hij een volstrekt ander Nederland binnen: politiek Den Haag. Daar verwierf hij snel faam nadat hij in 2006 Kamerlid werd.

Als protegé van voormalig GroenLinks-leider Femke Halsema kreeg hij mooie portefeuilles: veiligheid, onderwijs, jeugd en gezin. Na een paar jaar ging hij ook het woord voeren over integratie en immigratie, al vond hij het aanvankelijk het toppunt van emancipatie om zich daar als Marokkaanse Nederlander juist níét mee te bemoeien.

Op het gebied van veiligheid ontpopte Dibi zich onder het kabinet-Rutte als een atypische GroenLinkser. Hij prees het law and order-beleid van VVD-bewindslieden Opstelten en Teeven op Justitie. „Veiligheid is de nummer één klacht van Nederlanders”, zei hij vorig jaar in een interview met Vrij Nederland. „Dus als twee grote mannen met zware stemmen daar echt een punt van maken, vind ik dat heel waardevol.”

Voor de politicus Tofik Dibi is de vorm belangrijk. Héél belangrijk. Bij zijn presentatie gisteren benoemde hij het verschil tussen Jolande Sap en hemzelf dan ook niet in inhoudelijke termen, maar in „de stijl die je kiest, het vocabulaire dat je gebruikt”. Hij is ongeduldig, een man van de korte termijn.

Zo’n benadering zou je met enige goede wil ‘nieuwe politiek’ kunnen noemen. Net als zijn gebrek aan schroom om zichzelf te bestempelen als ‘populistisch’. Maar het heeft ook een keerzijde: in het echte politieke handwerk heeft Dibi de afgelopen jaren weinig concrete resultaten geboekt. Hij kan wél als geen ander reuring creëren rondom individuele kwesties, zoals de Afghaanse gymnasiaste Sahar en de Limburgse Angolees Mauro.

Het is de vraag of dat voldoende zal zijn om Jolande Sap te verslaan bij de lijsttrekkersverkiezing. Of om zijn partij straks bij de Tweede Kamerverkiezingen „groter te maken dan iedere GroenLinks-leider voor mij”, zoals hij gisteren bijna achteloos zei.