De hele wereld wil kip, en slachtmachines

De hele wereld eet kip. Superbelegger Warren Buffet ziet een groeimarkt en heeft daarom het bedrijf Meyn uit Oostzaan aan zijn imperium toegevoegd. De machines van Meyn verwerken kippen van de VS tot in Azië.

Ze bieden een ietwat lugubere aanblik: de kipverwerkingsmachines in de fabriek van Meyn in Oostzaan. Machines met haken die ingewanden uit kippen trekken en veren plukken, hebben namen als ‘Maestro’ en ‘Jet Stream Scalder’. In Oostzaan wordt alle benodigde apparatuur geproduceerd om de slachtkip te verwerken tot voorverpakte stukken in de supermarkt.

CTB, een Amerikaanse dochteronderneming van ‘superbelegger’ Warren Buffet, kocht de pluimveeverwerkingsfabriek begin mei voor een bedrag tussen de 250 en 300 miljoen euro. Meyn heeft goede hoop op een langdurige samenwerking. „Want Buffet zegt dat hij bedrijven voor altijd koopt”, zegt directeur Han Defauwes van de slachtmachinefabriek.

„Je zult hier geen kip tegenkomen”, grijnst Defauwes. „Veel mensen zijn daar verbaasd over als ze bij ons op bezoek komen. Maar wij maken slechts de machines om kippen te verwerken. Het testen doen we bij onze klanten zelf. Dus als je hier een kip zou tegenkomen, hoor ik dat graag!”

Defauwes zit tevreden in zijn fonkelnieuwe kantoor aan de rand van Oostzaan, vlakbij Amsterdam. Meyn betrok de accommodatie, die 30 miljoen euro kostte, begin april. Tot die tijd lag het bedrijf, dat in 1959 werd opgericht, aan de andere kant van het dorp. In Nederland werken er zo’n 600 mensen. „We wilden al lang verhuizen. Het was geen doen meer, al die vrachtwagens door het dorp”, zegt Defauwes.

Meyn is vijftien jaar in handen geweest van private equitybedrijven. Onder de laatste: het Zweedse Altor, groeide het bedrijf uit tot wereldmarktleider in deze sector, met een omzet boven de 200 miljoen euro. Meyn doet zaken in meer dan 90 landen en heeft fabrieken in onder meer de Verenigde Staten en Polen.

Met de overname door landbouwproducent CTB slaat Meyn een andere richting in. „Private equitybedrijven gaan vaak voor de korte termijn”, zegt Defauwes. „Je moet binnen drie jaar je doelen halen en het is normaal dat ze je na 6 of 7 jaar weer verkopen. We hebben voor deze overname drie private equityeigenaren gehad. Dat moet een record zijn. Maar met CTB hebben we een strategische partner met kapitaalkracht. Voor het personeel en het management verandert er op korte termijn niets en we houden onze eigen naam. Het belangrijkste was, naast een goede prijs en een goede ‘klik’ met de partner, dat ze onze strategie ondersteunen. Deze samenwerking maakt het bijvoorbeeld mogelijk in Azië sneller te groeien.”

Meyn hoopt zijn marktaandeel ook in de VS te versterken. Het bedrijf heeft er al een flinke kluif in handen, volgens Defauwes. „Als je in Amerika een kip op de barbecue ziet liggen, is de kans 70 procent dat die van onze machines komt. De Amerikaanse markt is interessant voor ons, want Amerikanen eten veel kip: zo’n 50 kilo per jaar. In Nederland doen we het geloof ik met 20 kilo.”

De nieuwe accommodatie doet het al vermoeden: Meyn heeft weinig last van de crisis. Defauwes: „Er wordt altijd kip gegeten. Het is een goedkoper alternatief voor duur vlees. Per kilo kip is veel minder voedsel en water nodig dan voor een varken of een koe”, verklaart hij. „Daarbij eet iedereen op de wereld kip, in tegenstelling tot bijvoorbeeld varkensvlees, in het Midden-Oosten. En de toenemende urbanisatie en de bijbehorende schaalvergroting in de sector doet de vraag naar onze producten stijgen. Vorig jaar hadden we ons beste jaar ooit.”

Toch moet ook Meyn zich aanpassen aan nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld over duurzaamheid. Zo ontworp Meyn de Jet Stream Scalder: een warmtetank die kippen voorbehandelt, voordat ze geplukt worden. De Scalder verbruikt de helft minder water dan andere machines.

De innovaties zijn niet alleen duurzaam maar ook kostenbesparend. „Vooral in Europa komt er weinig menselijke arbeid meer te pas aan het proces”, vertelt Defauwes. Er is nauwelijks meer een slager te bekennen. „Alleen het ophangen van de kip aan de slachtlijn en de inspectie van het vlees gebeurt handmatig. Je werkt nu eenmaal niet voor je plezier in een slachterij.”

Het klinkt misschien tegenstrijdig maar ook dierenwelzijn speelt een rol het ontwerpen van de slachtmachines van Meyn. Marketingmanager Michael Groen verzorgt de rondleiding door de fabriekshal. „Kijk, uiteindelijk zijn kippen bedoeld voor consumptie”, zegt hij. „Met zo’n geautomatiseerd systeem wordt de manier van slachten diervriendelijker. De kippen krijgen eerst een verdovende stroomschok. Van de slacht voelen zij niets meer. Ik ben wel eens op een markt in India geweest waar een kip werd geslacht: geen prettig gezicht.”

Meyn komt dit jaar met een alternatieve manier om kippen te verdoven. Want het nadeel van de schokmethode is dat er bloeduitstortingen op de kip te zien zijn.

Groen: „Consumenten willen niet geconfronteerd worden met het feit dat het vlees van een dier afkomstig is.”