Agenten die hielpen bij filefuik zijn verdachten

Het Openbaar Ministerie (OM) in Utrecht laat „tien tot twintig” politiemensen die hielpen bij het opzetten van een filefuik niet meer nader horen als getuigen, maar als verdachten. Het OM vindt het „niet fair” om de agenten en hun leidinggevenden als getuigen te behandelen, aldus een woordvoerder van het OM. „Ze kunnen voor henzelf belastende verklaringen afleggen. Dan is het zorgvuldig om hen als verdachten aan te merken. Als getuigen liegen, kunnen ze voor meineed worden vervolgd. Bij verdachten ligt dat anders. Ook kunnen ze rechtsbijstand krijgen.”

Op 22 oktober 2011 achtervolgde de politie op de snelweg A2 een man die verdacht werd van het stelen van benzine. Daarbij reed de verdachte ter hoogte van Vinkeveen in op een door de politie gecreëerde file. De bestuurder van een stilstaande auto kwam om het leven. Na het fatale ongeval kwam er meteen kritiek, onder meer van de ANWB, op de inzet van de filefuik. Dit middel zou niet proportioneel zijn. Ook zou de file ondeskundig zijn gecreëerd. De kruizen op de matrixborden boven de snelweg zouden niet onmiddellijk zijn verschenen en de vluchtende man zou onvoldoende tijd hebben gehad om te remmen.

Het OM wil de achtervolgende agenten laten horen, politiemensen die de matrixborden inschakelden, agenten in de meldkamer, en leidinggevenden. „We willen breed onderzoeken of de politie dit had mogen doen, en of dit middel proportioneel is geweest”, aldus het OM.