Zo'n grote club en nu pas een finale

Voor het eerst speelt hockeyclub Rotterdam in de finale van de play-offs om de landstitel.

Rotterdam. „Ik speel hier al acht jaar in het eerste, maar zo’n lawaai op de tribune als na die 2-1 vandaag heb ik nog nooit gehoord.” Jeroen Hertzberger, de trotse aanvoerder van hockeyclub Rotterdam, kan zijn geluk niet op na de benauwde zege op Bloemendaal die voldoende is voor een plek in de finale om de landstitel in het hockey. Voor het eerst in de clubgeschiedenis van Rotterdam. „Je hikt hier als club zo lang tegenaan”, vertelt Hertzberger. „We stonden de laatste vijf jaar vier keer in de play-offs en het was steeds nét niet. Het voelt echt alsof we vandaag een drempel zijn overgestapt.”

Een kleine maand geleden zag het er nog niet naar uit dat Rotterdam zo ver zou komen. De ploeg van trainer Reinoud Wolff sloot de reguliere competitie weliswaar als eerste af, maar verloor in april wel de drie Nieuw-Zeelandse spelers die een groot aandeel hadden in het succes van de club. Simon Child, Steve Edwards en Nick Wilson moesten zich aansluiten bij het Nieuw-Zeelands nationaal team in voorbereiding op de Olympische Spelen. De eerste wedstrijd zonder het trio, uit tegen Bloemendaal, werd met 6-1 verloren.

„We wisten dat we die jongens in de beslissende fase van de competitie zouden kwijtraken”, vertelt de winnende coach Reinoud Wolff. „Het kostte wat tijd om aan hun vertrek te wennen. Maar die nederlaag tegen Bloemendaal was de enige keer dat we echt hard onderuit gingen. De laatste weken in de competitie begon het al beter te draaien en dit weekend hebben we het perfect gedaan.”

De eerste wedstrijd in de play-offs verloren de Rotterdammers woensdag nog van Bloemendaal, maar dit weekend was de ploeg twee keer te sterk voor het elftal van interim-trainer Floris-Jan Bovelander. Rotterdam sprong efficiënter om met de kansen terwijl het beter spelende Bloemendaal faalde in de afronding.

Het werd ook wel eens tijd voor een succesje voor HCR (Hockeyclub Rotterdam), met iets meer dan 2.600 leden al jaren de op een na grootste hockeyclub van het land. Alleen het Utrechtse Kampong heeft een groter ledenaantal. Anders dan die club en concurrenten als Bloemendaal en Amsterdam kan Rotterdam echter niet op een indrukwekkende erelijst bogen. Tot 2000 speelde de in de jaren zeventig opgerichte club zelfs nooit in de hoofdklasse. Pas vanaf 2005 speelt HCR vast op het hoogste hockeyniveau.

Oud-voorzitter Jan Hagendijk was de architect van de groei van Rotterdam. Onder de in 2010 overleden Hagendijk verhuisde de club naar een groot complex aan de rand van de stad en groeide Rotterdam uit tot een topclub. Hagendijk professionaliseerde de vereniging, en haalde een aantal Pakistaanse topspelers naar Rotterdam. Alles om de top te halen.

„We hebben dit allemaal aan Jan te danken”, vertelt aanvoerder Hertzberger geëmotioneerd na afloop van de zege op Bloemendaal. „Hij heeft deze club groot gemaakt. Zonder hem hadden we hier nooit gestaan. Het is jammer dat hij dit niet meer mag meemaken. Dit succes is precies wat hij altijd wilde.”

Aan ambitie geen gebrek bij Rotterdam, dat zich structureel bij de top in de Nederlandse hoofdklasse wil nestelen. Geen onmogelijke opgave volgens de huidige voorzitter Dick van Yperen. „Het kost tijd om een club naar de top te krijgen. Je moet anders met topsport omgaan en als club professionaliseren. Nu merk je als resultaat van dat beleid dat Nederlandse topspelers ook naar Rotterdam komen en niet naar hockeybolwerken als Amsterdam of Bloemendaal gaan. Dat is pure winst.”

Maar eerst wacht de finale om de landstitel, tegen landskampioen Amsterdam. Coach Reinoud Wolff drukt zijn ploeg snel in de rol van underdog. „Amsterdam heeft de ervaring en heeft een complete selectie. Voor ons is dit de eerste keer in de finale, dus zijn we zeker niet de favoriet.” Het maakt de hossende mensenmassa in Rotterdam weinig uit. Die zijn door het dolle heen door het grootste succes uit de clubgeschiedenis. Rotterdam in de finale: eindelijk.