Wat bondskanselier Merkel nu echt drijft

Margriet Brandsma: Het mirakel Merkel, Hoe het meisje van Kohl de machtigste vrouw ter wereld werd, Conserve, 190 pp. €19,99 (paperback)

Het Duitse weekblad Die Zeit had afgelopen week een dossier over bondskanselier Angela Merkel. In een verhaal van drie pagina’s filosofeert auteur Bernd Ulrich onder de kop ‘Hoe lang nog?’ over de methode-Merkel. Hij legt uit hoe haar kanselierschap heeft geleid tot ‘een zekere monocultuur’ onder de mannen om haar heen. En hij vraagt zich af hoe Merkels tegenspelers ‘zich zo genadeloos door haar laten uitputten, dat ze zich ondanks al hun testosteron en retorische talent telkens in een nieuw gevecht laten slepen om uiteindelijk het onderspit te delven’.

De belangrijkste troef van Merkel is, schrijft Bernd Ulrich, dat zij er altijd voor zorgt voldoende handelingsopties open te houden. Haar carrière deelt hij in drie fasen in: 1. de leer- en aanpassingstijd; 2. de fase van radicale hervormingen en 3. de tijd van hegemonie en harmonie. Zijn conclusie: Merkel is ‘een politica met toekomst. De vraag is alleen, waar?’

Had Margriet Brandsma, oud-correspondente van de NOS in Duitsland, dit verhaal maar gelezen voor ze aan haar boekje Het mirakel Merkel was begonnen. Ook Brandsma zoekt een (ze geeft zelf toe: ‘schetsmatig’) antwoord op de wat Merkel drijft. Ook zij probeert de bondskanselier die acht jaar min of meer van nabij heeft meegemaakt te doorgronden. Maar daarin is ze niet goed geslaagd.

Zeker, de feiten staan keurig op een rij, van de wieg die in Hamburg stond (‘Dat is belangrijk voor haar’, schrijft Brandsma, zonder uit te leggen waarom) tot de vrouw die geniet van haar macht. (zoals blijkt uit dit mooie citaat: ‘Het tegendeel van macht is machteloosheid’). Maar wat ontbreekt zijn de verbanden, die betekenis kunnen geven aan al die feiten.

Dat valt vooral op in het eerste deel van het boek, dat gaat over Merkels leven in Oost-Duitsland en de eerste jaren van haar carrière bij de CDU. Daarin staan veel zinnen als: ‘Ook hierover lopen de meningen uiteen’ en ‘Hoe hij op het idee kwam om Merkel voor die baan te vragen, is lastig te achterhalen’ en ‘Wat ze er ook allemaal over gezegd heeft, het blijft vaag wat nu precies de drijfveer van Angela Merkel is geweest om de politiek in te gaan’.

Het gebrek aan duiding wordt geaccentueerd doordat Brandsma Merkels biografie chronologisch langs gaat. Ze had Merkels politieke loopbaan beter kunnen beschrijven aan de hand van een eigen visie op de kanselier, of desnoods aan de hand van de mannen die ze aan de kant heeft gezet: van Clemens Stroetmann (staatssecretaris van Milieu toen Merkel daar minister was) tot Friedrich Merz (fractievoorzitter van de CDU toen Merkel dat wilde worden) en van erevoorzitter Helmut Kohl tot de CSU-leider Edmund Stoiber.

Ze komen weliswaar aan bod, maar na lezing van Brandsma’s boek is Merkel nog steeds het ‘mirakel’ uit de titel, een onverklaarbaar fenomeen.