Voor Spanje loopt de rente weer snel op

Op de financiële markten nemen de zorgen over de eurozone toe. Speculatie over een vertrek van Griekenland uit de eurozone en de precaire staat van diverse Spaanse banken deden vanochtend de aandelenmarkten en de koers van de euro dalen.

De rente die Italië en Spanje moeten betalen op staatsobligaties loopt op. De Spaanse rente op schuld met een looptijd van tien jaar was aan het begin van de middag 6,3 procent, in februari bedroeg die rente 4,8. De zorgen over Italië zijn minder groot. De Italiaanse rente is nu 5,7 procent. Dat was 4,7. Nog altijd zijn de rentes ongeveer een procentpunt lager dan eind november vorig jaar, toen de zorgen over de eurozone een hoogtepunt bereikten. Gevreesd wordt dat de Spaanse regering kapitaal zal moeten steken in de zwakke (regionale) banken. Vanochtend werd bekend dat de Spaanse banken in april een recordbedrag van 263,6 miljard euro leenden bij de ECB.

Intussen dreigen in Griekenland nieuwe verkiezingen. In de peilingen doen juist de partijen het goed die de door Europa opgelegde bezuinigingen afwijzen. Als de Griekse regering zich niet houdt aan het bezuinigingsprogramma zetten het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie de noodleningen aan Griekenland mogelijk stil. Dan dreigt een vertrek uit de eurozone.

Dit weekend bagatelliseerden ECB-bestuurders de gevolgen van een vertrek van Griekenland uit de eurozone. Jens Weidmann, directeur van de Duitse Bundesbank, zei in de Süddeutsche Zeitung dat de consequenties voor Griekenland zwaarder zijn dan voor de eurozone. Dit is een verandering ten opzichte van eerdere uitspraken van ECB-bestuurders, waarin vooral de rampzalige gevolgen werden benadrukt.