Turks rampjaar eindigt met supportersrellen

In het stadion van rivaal Fenerbahçe werd voetbalclub Galatasaray kampioen van Turkije. Het leidde tot massale supportersrellen in Istanbul.

„Wij gaan hier niet weg zonder de kampioensbeker”, laat Fatih Terim, trainer van Galatasaray, tegenover een handvol angstige Turkse verslaggevers weten. Het is zaterdagavond. Zijn club is net landskampioen geworden, uitgerekend in het stadion van aartsrivaal Fenerbahçe. Maar een huldiging is levensgevaarlijk voor zijn spelers.

In het stadion zijn woedende Fenerbahçe-supporters slaags geraakt met de oproerpolitie. Zeker 250 fans zijn het veld opgestormd. Plastic stadionstoelen vliegen door de lucht. Journalisten worden aangevallen. Televisieverslaggevers bellen angstig hun zenders om te melden dat de ruimte waarin de persconferentie zou worden gehouden is bezet.

De politie moet alle zeilen bijzetten om te voorkomen dat supporters van Fener ook de kleedkamer van de spelers van Galatasaray binnenstormen. Buiten het stadion in de wijk Kadiköy in Istanbul zet de politie traangas in. Galatasaray-fans waren al weggehouden van de wedstrijd.

Op de slotdag van de Turkse competitie kon zowel Galatasaray als Fenerbahçe nog kampioen worden. In de gespannen wedstrijd ontliepen de ploegen elkaar vrijwel niet. Twee spelers, één van elk team, werden met rood van het veld gestuurd. Door de 0-0 bleef Galatasaray net een puntje voor op Fenerbahçe.

De titel leidde tot feestelijke taferelen aan de overkant van de Bosporus bij het Galatasaray-stadion in Istanbul, maar ook in Ankara, in Izmir, en zelfs in de provincie Hatay, aan de Syrische grens. Er werd gefeest van Rotterdam tot Brussel, van Berlijn tot Pennsylvania. De volksclub heeft fans over de hele wereld.

Voor Fenerbahçe is dit de afsluiting van het seizoen van de schande. De club is hoofdverdachte in een omkoopschandaal waarin negentig spelers en bestuurders werden opgepakt op beschuldiging van betrokkenheid bij omkoping. Niet alleen Fenerbahçe, tal van andere clubs zouden erbij betrokken zijn. Ten minste zeventien wedstrijden die Fenerbahçe vorig seizoen speelde in de aanloop naar het kampioenschap waren verdacht. Maandenlang liet de televisie beroemde spelers zien die werden afgevoerd door de politie. Dit had het jaar moeten worden waarin Fenerbahçe zijn onschuld had kunnen bewijzen. Dat dit net niet lukte, was al pijnlijk genoeg.

Maar de voetbalbond kondigde bovendien voor de wedstrijd aan dat de kampioen in het stadion van Fenerbahçe gehuldigd zal worden. Door de rellen ziet de bond af van die belofte. De stadionlichten gaan uit. Die kunnen niet meer aan voor de ceremonie, meldt het management van Fenerbahçe aan de feestende spelers in de kleedkamer. „Dan wachten we tot de zon opkomt”, reageren de bestuurders van Galatasaray.

Vlak voor middernacht komen de spelers van Galatasaray terug het donkere veld op, nu met de beker in handen. „Bravo Galatasaray, schande voor de voetbalfederatie”, kopt dagblad Taraf gisterochtend. De voetbalbond krijgt de schuld van de rellen en het rampjaar. Vorige week liet de voetbalbond weten dat geen van de Turkse clubs zal worden vervolgd voor omkoping. De zwarte bladzijde in de Turkse voetbalgeschiedenis moet worden vergeten. Maar de foto’s in de ochtendkranten van de ravage rond het stadion van Fenerbahçe illustreren iets anders. Het was een jaar om nooit te vergeten.