Poste restante onder stenen en rotsen

Schippers van de Vereenigde Oostindische Compagnie lieten brieven en inscripties voor elkaar achter in een natuurlijk ‘postkantoor’ op Madagascar.

Rotsen en stenen in de Baai van Antongil van Madagascar fungeerden begin zeventiende eeuw als postkantoor van de VOC. Schippers en zeelieden lieten op en onder de stenen korte boodschappen en brieven achter voor schepen die na hen kwamen. Maritiem archeologe Wendy van Duivenvoorde van Flinders University in het Australische Adelaide heeft vorige maand ter plekke ruim veertig inscripties teruggevonden en geïnventariseerd.

Het systeem van poststenen was een simpele manier van communiceren en informatie uitwisselen. Op de stenen meldden schippers wanneer ze met welk schip waren aangekomen en wanneer ze weer waren vertrokken. In brieven, die ingepakt in zeildoek, lood en linnen onder een rots werden verstopt, gaven ze boodschappen door. Bijvoorbeeld welke schepen van buitenlandse mogendheden ze onderweg hadden gezien.

Poststenen zijn niet alleen op Madagscar gebruikt, vertelt Van Duivenvoorde over de telefoon. „De bekendste zijn die in de Tafelbaai bij Kaap de Goede Hoop en op Sint Helena.” Hoewel de poststenen op het eilandje Nosy Mangabe in de Baai van Antongil in het noordoosten van Madagascar zelfs in de Lonely Planet worden genoemd, zijn ze volgens Van Duivenvoorde nauwelijks wetenschappelijk onderzocht. „In de jaren twintig heeft een Franse ambtenaar twintig inscripties gefotografeerd en beschreven. De Nederlander R. Bijlsma heeft daarna de foto’s gebruikt voor een artikel voor het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap. Ik wilde weten of er nog meer te vinden waren en hoe de inscripties er aan toe waren.”

Nederlandse schepen hebben de baai voor het eerst aangedaan in 1595, tijdens de eerste expeditie naar Azië. „De Portugezen hebben de plek al in 1513 ontdekt en in de ananas geïntroduceerd. Nu nog zijn op de rotsen ananasplanten te vinden.”

De oudste inscriptie die Van Duivenvoorde heeft ontdekt dateert uit 1601, een jaar voor de oprichting van de VOC. Toevallig noemt de Britse zeevaarder Sir James Lancaster de Nederlandse poststenen in zijn scheepsjournaal in december van dat jaar. „Hij vertelt dat twee maanden vóór hem een vloot van vijf Nederlandse schepen ten noorden van het eiland heeft gelegen en dat ze meer dan 150 bemanningsleden als gevolg van scheurbuik hebben verloren. Uit die periode hebben wij alleen inscripties van de Zwarte Leeuw teruggevonden. Van vice-admiraal Johannes Garnier is er de officiële mededeling dat hij op 31 augustus 1601 ter plekke was en van vijf bemanningsleden berichten in de trant van ‘Hen-drick was hier’. Niets over een vloot. Misschien is die inscriptie weggeërodeerd of hij is uitgewist voor een andere inscriptie.”

Vier inscripties melden dat onder de desbetreffende steen een brief heeft gelegen. „Zekerheid dat zo’n brief in goede handen zou komen was er niet”, zegt Van Duivenvoorde. Ze geeft het voorbeeld van de Britse kapitein Willoughbie die in 1630 de Tafelbaai aandoet, op zoek gaat naar Britse brieven, maar alleen het brievenpakket van de Nederlandse kapitein Pieter van den Broecke vindt. „In dat pakket zaten ook de Britse brieven waarnaar Willoughbie op zoek was geweest.” Ze weet dat één brief die op Madagscar is achtergelaten zich nu in het Nationaal Archief bevindt. „Bij een volgend bezoek aan Nederland ga ik kijken wat de inhoud van die brief was.”

Achter een van de vier inscripties gaat dramatiek schuil. De boodschap die de bemanning van de Middelburg in 1625 heeft achtergelaten meldt dat ze zeven maanden in de baai hebben gelegen, omdat een cycloon de mast had verwoest. Op het vervolg van hun thuisreis lieten ze brieven achter in de Tafelbaai. Die zijn in januari 1626 door de Leiden ontdekt en mee naar Batavia genomen. Intussen was de Middelburg al gezonken na een gevecht met twee Portugese kraken bij Sint Helena.

De toestand van de inscripties aan het strand, dat nu Plage des Hollandais heet, is slecht. Mosgroei en erosie door tropische regenbuien – het regent er 290 dagen per jaar – wind en zeewater hebben de leesbaarheid sterk aangetast. Van Duivenvoorde hoopt de lokale bevolking zo ver te krijgen in de toekomst beter voor het Nederlandse erfgoed te zorgen. Dit zijn nog de enige poststenen op hun oorspronkelijke plek. Ze zeggen de eilandbewoners nu nog niks. Onze gids begreep ook niet waarom we niet liever de jungle in gingen. Maar na twee dagen kreeg hij de smaak te pakken. Hij ging ook op zoek naar verborgen inscripties. Zingend maakte hij de laatste dagen met een tandenborstel de uitgehakte letters schoon.”