Nederland telt steeds meer eenoudergezinnen

Gezinnen zien er anders uit dan tien jaar geleden. Kort gezegd; er zijn meer eenoudergezinnen, steeds minder mensen trouwen voordat ze kinderen krijgen, en gezinnen worden kleiner.

Dat blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2011 waren er in Nederland 2,3 miljoen gezinnen met thuiswonende kinderen tot 25 jaar. Dat zijn er 73.000 meer dan tien jaar daarvoor. Dat betekent niet dat er meer kinderen komen, wel dat er steeds meer huishoudens zijn. Na een scheiding die in co-ouderschap eindigt bijvoorbeeld, is één gezin opeens twee (eenouder)gezinnen.

Er zijn dan ook meer eenoudergezinnen dan tien jaar eerder. In 2001 waren dat nog er 318.000, tien jaar later waren dat 417.000 gezinnen. Uit de cijfers is niet af te leiden welk deel van de toename door echtscheidingen komt.

Steeds vaker ook zijn ouders niet getrouwd, vooral in gezinnen met jonge kinderen. In 2011 was een kwart van de stellen met kinderen onder de 5 jaar niet getrouwd, en dat is een verdubbeling ten opzichte van 2001.

Het aantal gezinnen met drie of meer kinderen nam in tien jaar met 30.000 af, tot 418.000 in 2011.