Muzikale troost voor de hele afdeling

Ziekenomroepen verdwijnen, omdat zieken steeds korter in het ziekenhuis liggen. Dus maakt de ziekenomroep nu radio voor ouderen: „Rustig praten, de muziek laten uitdraaien.”

Toen ze een oude ambulance van het ziekenhuis kregen, dát was mooi, zegt Doris van de Werf (60), technicus bij de ziekomroep in Emmeloord. „Die konden we als reportagewagen gebruiken.” Lachend: „Eén keer hebben we het zwaailicht aangezet en zijn we ermee door rood gereden. Schrijf dat maar niet op. Of nou ja, dat was dertig jaar geleden, maakt mij het uit.”

De Omroep voor Zieken en Ouderen Noordoostpolder (OZO) maakt radio voor zieken en ouderen, die via de website kan worden beluisterd. Om 15.00 Muzikale Souvenirs, om 17.00 Hits From Happy Days, en ’s avonds De Rock-en Roll-Later Show. Het motto: als je mensen niet naar evenementen kan brengen, breng je evenementen naar de mensen. De presentatoren gaan regelmatig op pad, om gebeurtenissen te verslaan waar zieken en ouderen niet heen kunnen, zoals voetbalwedstrijden of tentoonstellingen. „Gewoon, radio maken zoals in Hilversum”, zegt Van de Werf. „Maar dan voor een andere doelgroep.”

Ziekenomroepen bestaan sinds de jaren 60. Op het hoogtepunt, in de jaren 80 en 90, waren er meer dan 135 in Nederland. Toen patiënten steeds korter in ziekenhuizen lagen, werden veel ziekenomroepen opgenomen door lokale en regionale omroepen, of ze verdwenen. Nu zijn er zo’n honderd over.

We kunnen ons niet meer te veel op zieken richten, legt OZO-voorzitter Bas Stuy (65) uit. „Vroeger lag je met een blindedarmontsteking één of twee weken in het ziekenhuis. Nu staat iemand na een paar dagen weer buiten.” Daarom richt de OZO zich, net als veel andere ziekenomroepen, nu vooral op ouderen. De omroep zendt uit in zeven verpleeghuizen.

De luisteraars zijn oud, en daar wordt rekening mee gehouden. Rustig praten, geen muziek onder je stem, muziek laten uitdraaien, somt Van de Werf op. „Je moet mensen de rust geven om muziek tot zich te laten komen.” Wat ook goed werkt, is af en toe een harde knal. „Dan is iedereen weer lekker wakker.”

De verpleeghuizen sturen de OZO wekelijks een lijst met verzoekplaten van bewoners. Ook draaien ze plaatjes voor mensen die op die dag zoveel jaar getrouwd zijn. Soms belt het verzorgingshuis op en halen we snel iemands verzoekplaatje eruit, zegt presentatrice Marit Boon (79). „Omdat diegene is overleden.”

Naast Van de Werf zitten nog zes medewerkers, allen ouder dan 60, in de krappe studio. De tafel waar ze aan zitten is bezaaid met oude lp’s. Hun omroep werd opgericht in 1966. De mensen van toen zitten er nu nog, zegt Stuy. „Als je oude banden terug luistert, hoor je ons, maar dan met jongere stemmen.”

Naast de oude garde heeft de omroep, die draait op 42 vrijwilligers, veel jonge aanwas. De jongste medewerker is 16. Sven loopt hier vanaf zijn veertiende rond, zegt Van de Werf. Een leuk gezicht, vult Stuy aan. „Een 80-jarige die een radioprogramma presenteert, en een 16-jarige die de techniek doet.” Zelfs toen Sven erg ziek was – de jongen kreeg acute leukemie – was hij er altijd, zegt Stuy vol bewondering. „Met een muts op, en zonder haren.”

De groep die onder de vrijwilligers van de OZO ontbreekt, zijn 30- tot 60-jarigen. Mensen van dertig hebben het tegenwoordig ontzettend druk, zegt Boon. „En het sociale bewustzijn is zo anders. Het is een ik-maatschappij. Hier gaat het om trouw. De luisteraar verwacht jou aan de andere kant van dat draadje.”

Van de Werf geeft toe dat hij in het begin dacht dat hij misschien wel kon doorschuiven naar Hilversum. „Maar toen kreeg mijn vader een hersenbloeding. Hij kon niet meer praten. En alle mensen op zijn afdeling hadden ook een hersenbloeding, dus hij kon hen ook niet verstaan.” De OZO draait muziek uit de tijd dat de mensen jong waren. Dat biedt troost, zegt Van de Werf. „Soms liep ik zijn kamer in, en lagen er allemaal mensen met ons programma mee te zingen.”

In het begin, in 1967, werden de programma’s in een restaurant opgenomen, vertelt Luuk Stöve (78), die al sinds de oprichting bij de OZO werkt. „Als er een auto langs kwam rijden, moest de bandopname worden stopgezet.” Later verhuisde de omroep naar een studiootje in het zusterhuis van het Dr. Jansenziekenhuis in Emmeloord. Toen dat ziekenhuis werd geannexeerd door het ziekenhuis in Lelystad, moest de omroep vertrekken.

De gemeente Emmeloord wilde eigenlijk dat de OZO zou samengaan met Radio Noordoostpolder. Maar voor een ziekenomroep is samengaan met een lokale omroep de doodsteek, zegt Stuy. „Dan verdwijnt langzaam maar zeker je signatuur, en maak je uiteindelijk nog één uurtje radio voor zieken en ouderen in de week. Wij willen dat 24 uur per dag, 7 dagen in de week.”

De OZO heeft een ANBI-status, en is daardoor vrijgesteld van belastingen over schenkingen en erfenissen. De omroep is voor zijn inkomsten afhankelijk van donaties, collectes, giften en gemeentelijke subsidies. Toen we weigerden samen te gaan met Radio Noordoostpolder, ging de subsidiekraan dicht, zegt Van de Werf. „Daarom moeten we dit pand uit.” Ze verhuizen in juli naar een nieuwe plek in Emmeloord.

Vanaf die locatie gaat de OZO ook via de kabel uitzenden. De omroep hoopt met programmasponsoring het gat van de weggevallen subsidies op te vullen. „Zonder sponsorgeld zijn we over 1,5 jaar failliet, zegt penningmeester Jan de Koning (68). „Sommige ziekenoproepen maken nu tv-programma’s, om het hoofd boven water te houden. Maar dat is niks voor ons. Wij zijn radiomensen.”

Stöve wijst op een hoge kast vol genummerde hoezen. „145 reportagebanden”, zegt hij trots. Op de reportagebanden staan interviews en reportages van de afgelopen veertig jaar. Jubilea, koren, theater, dodenherdenkingen, somt hij op. „Ik ben de banden aan het digitaliseren, zodat ze niet verloren gaan. En daardoor doorloop ik alles opnieuw. Ik denk steeds: wat hebben wij ontzettend veel gedaan. En gelachen. Je doet dit voor een ander, maar je hebt er zelf ook lol in.”