Je wil één ding, een soepel verloop

De Goudse Scholengemeenschap Leo Vroman

NRC Handelsblad volgt de eindexamens de komende drie weken vanaf een vaste locatie: de Goudse Scholengemeenschap Leo Vroman.

Wie: Jos van Zwieten (62)

Wat: conciërge op het hoofdgebouw (havo en vwo) van de GSG Leo Vroman in Gouda

Voor ons, de conciërges, beginnen de eindexamens al in januari. Dan moeten de tafels en de stoelen worden besteld. Hoe langer je wacht, hoe groter het risico dat je zonder zit. We zijn immers niet de enige middelbare school in de regio. Vroeger haalden we het meubilair letterlijk van zolder, maar daar zijn we mee gestopt. Veel werk, veel stof, veel tafels en stoelen voldeden niet meer.

Sinds een jaar of tien neemt het aantal eindexamenkandidaten elk jaar toe, vooral havo en vwo. Op onze hoofdlocatie verdelen we ze over twee lokalen. Kan niet anders. Als conciërge ben je dienstbaar, en wil je maar één ding: een soepel verloop. Je moet fris en scherp zijn. Eén verkeerd formulier op een verkeerde tafel, en je krijgt oponthoud, irritatie en concentratieverlies.

In 1998, toen ik als verkoopmanager vanuit het bedrijfsleven overstapte, ‘sudderde’ het onderwijs: het liep zoals het liep. Nu is alles veel sneller geworden, veel dynamischer: meer leerlingen, meer kwaliteitseisen vanuit de overheid, ouders zijn tegenwoordig kritische en vaak mondige meekijkers. Betrokkenheid juichen we toe. Maar goed, dat alles legt wel meer druk op onze organisatie. We leven in een tijd van de ranglijstjes. Op tal van websites duikt de naam van onze school op. We worden afgerekend, zowel door de overheid als door onze clientèle.

Elk jaar opnieuw valt het me op hoe relaxed de eindexamenleerlingen zijn. Je zou denken: de meesten zijn bloednerveus. Het tegendeel blijkt het geval. Het heeft, vermoed ik, te maken met de tijdgeest. De pubers van nu hebben meer afleiding dan wij destijds, ze kunnen veel beter multitasken, zoals dat zo mooi heet. Ze hebben, voordat het centraal schriftelijk examen begint, ook al veel meer toetsen gehad dan pakweg twintig jaar geleden gewoon was. Ze weten ook exact wat ze minimaal moeten halen. Dat is toch de zesjescultuur, waar de politiek nog weleens tegen ageert.

Bij mij lopen dagelijks tussen de zes- en zevenhonderd leerlingen door de gangen. Ik ken ze niet allemaal bij naam, wel van gezicht. Een kleine harde kern ken je goed. Dat zijn diegenen die af en toe rottigheid uithalen. Graffiti op toiletten, wc-rollen eruit trekken, dat werk. Ik praat niets goed, maar vaak begrijp ik de frustratie die erachter steekt. Ze mogen dan ontspannen ogen, intussen staan ze flink onder druk. Ze moeten van alles en nog wat, en iedereen kijkt over hun schouder mee.

Tot voor kort schonken wij jus d’orange, chocolademelk of water tijdens de examens. Vier, vijf jaar geleden dook de eerste leerling op die zijn eigen blikje Red Bull had meegenomen. Eerst zeiden we ‘nee’, maar je houdt het niet tegen. Nu is het vrij. Wie karnemelk wil drinken, mag karnemelk meenemen. Het enige wat ze moeten inleveren, zijn hun jassen en hun mobiele telefoons.

Tekst: Mark Hoogstad

Foto’s: Rien Zilvold