Interne strijd bedreigt GroenLinks

Nieuwsanalyse. Tofik Dibi wil leider van GroenLinks worden. Het waarschijnlijkste scenario: hij verliest, en vergroot de onvrede over het leiderschap van Jolande Sap.

Krabbelde GroenLinks net weer wat op, dreigt een interne leiderschapsstrijd.

Anderhalf jaar worstelde Jolande Sap als leider van GroenLinks. De peilingen waren slecht. In de Tweede Kamer slaagde ze er niet in haar welbespraakte voorgangster Femke Halsema te doen vergeten. De partij – en de fractie – raakte verdeeld over haar omstreden besluit om de politiemissie naar Kunduz te steunen.

Maar twee weken geleden leek Sap eindelijk een ferme streep te hebben gezet onder deze moeizame periode. Met haar steun aan het ‘Lenteakkoord’ over de begroting van 2013 toonde ze daadkracht. GroenLinks deed wat SP en PvdA, twee electorale concurrenten op links, niet aandurfden: verantwoordelijkheid nemen. Met zo’n verhaal zou Sap met zelfvertrouwen de gang naar kiezer kunnen gaan maken.

En precies nu, op dit broze moment voor de partij, meldt zich een concurrent voor het leiderschap: Tofik Dibi (32), Tweede Kamerlid sinds 2006. Vanmiddag geeft hij in Amsterdam een toelichting op zijn kandidatuur.

In een eerste verklaring sprak Dibi gisteren over de noodzaak van een „nieuwe, groene economie” en zei hij dat GroenLinks „mensen” moet „meekrijgen”. Maar is dat ook de ware reden voor Dibi’s besluit om de zittende leider uit te dagen, vier maanden voor de verkiezingen? Vermoedelijk niet. Als lid van de Tweede Kamer-fractie schaarde ook hij zich achter het ‘Lenteakkoord’, en hij zal het tijdens de lijsttrekkerscampagne moeten verdedigen.

Dibi’s kandidatuur moet gezien worden als een motie van wantrouwen tegen Jolande Sap. Binnen de fractie, zo zeggen ingewijden, verzet Dibi zich al geruime tijd tegen haar koers. Hij is protegé van voormalig leider Femke Halsema, en zou Sap te veel ‘oud-links’ en te weinig vrijzinnig en liberaal vinden.

Met name Saps gemeenschappelijk optreden met SP-leider Roemer en toenmalig PvdA-voorman Cohen op een nieuwjaarsbijeenkomst in Nijmegen schoot Dibi in het verkeerde keelgat. Hij wil, samen met Kamerleden als Jesse Klaver, Bruno Braakhuis en Mariko Peters, liever samenwerken met D66 en de rest van het politieke midden.

Precies dat maakt Dibi’s kandidatuur raadselachtig. Met het ‘Lenteakkoord’ van twee weken geleden heeft Sap namelijk precies de richting gekozen die Tofik Dibi bepleit: het liberale midden van hervormen en bezuinigen. Inhoudelijk gezien kán hij zich niet verzetten tegen het pakket dat GroenLinks overeenkwam met VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie.

Een andere vraag die Dibi’s kandidatuur opwerpt, is deze: welke rol heeft Femke Halsema gespeeld in dit koningsdrama? Ingewijden zeggen dat de oud-leider haar voormalige soulmate ernstig heeft afgeraden zich te kandideren. Een solo-actie dus, geen coup.

Met een gebrek aan inhoudelijke meningsverschillen zal de confrontatie tussen Sap en Dibi vooral gaan om toon en stijl. Of de impulsieve en eigenzinnige Dibi tijdens zo’n strijd de beheersing zal kunnen opbrengen om niet op de man te spelen, is maar zeer de vraag. Waarschijnlijker is een scenario van wederzijds moddergooien.

Wat zijn Dibi’s kansen tegen Sap? Hij heeft zich ontwikkeld tot een mediageniek politicus met een opvallende eigen stijl en een sterk levensverhaal: van arme migrantenzoon in Amsterdam-West via het gymnasium tot succesvol Kamerlid.

Maar tegelijkertijd ligt zijn politieke profiel vooral op het sociaal-culturele vlak: integratie, immigratie, onderwijs, de rechtsstaat. Over financieel-economische kwesties horen we hem zelden. Dat zal een handicap zijn nu het politieke debat vrijwel uitsluitend draait om bezuinigingen, hervormingen en het begrotingstekort.

Het meest waarschijnlijke scenario is dit: Dibi wint niet, maar legt wel op pijnlijke wijze de interne verdeeldheid over Saps leiderschap bloot. In dat geval zou Sap ernstig verzwakt aan de verkiezingscampagne beginnen – en dat terwijl GroenLinks (in sommige peilingen gehalveerd tot 5 zetels) al geen bepaald gunstige uitgangspositie heeft. Of Tofik Dibi daarmee zijn partij een grote dienst bewijst, valt ernstig te betwijfelen.