Groovy jazz tussen de gerechten door

Dit weekend opende de North Sea Jazz Club op het Westergasterrein in Amsterdam. Naar voorbeeld van Amerikaanse jazzclubs wordt gegeten bij de muziek.

De Amerikaanse saxofonist James Carter tijdens de openingsavond van de North Sea Jazz Club in Amsterdam. Foto Andreas Terlaak

Dineren bij jazzconcerten; het blijft wringen. Het Britse Neil Cowley Trio bokste zaterdag bij zijn optreden op tegen rinkelend servies, bedrijvig bedieningspersoneel tussen tafels voor het podium en vooral een constant geroezemoes van pratende eters. En de hint vooraf aan het concert in de nieuwe North Sea Jazz Club was nog wel zo duidelijk: „Praat alstublieft in het volume van de muziek.”

De North Sea Jazz Club, waar ‘cultureel ingestelde Amsterdammers, muziekliefhebbers, zakelijke gasten, buurtbewoners en toeristen elkaar ontmoeten’ opende dit weekend zijn deuren. Twee feestelijke openingsavonden op donderdag en vrijdag, met optredens van onder meer het Portico Quartet, het kwartet van saxofonist James Carter en Bruut!, en zaterdag het eerste volwaardige concert: pianist Neil Cowley die met zijn jazztrio fijn tegendraadse, avontuurlijke en melodieuze jazz maakt.

Volgens initiatiefnemer van de club, Klaas Beumer, miste Amsterdam nog een jazzclub waar het „goed eten en drinken is tijdens sterke livemuziek”, naar voorbeeld van New Yorkse jazzclubs als Blue Note, Birdland en Jazz Standard. Aanvankelijk, zo’n zes jaar terug, was het Beumers wens een franchise te beginnen van een Blue Note club, net als in New York, Milaan of Tokio. De beoogde locatie, tramremise De Hallen in Amsterdam West, ketste echter af. Daarnaast was het de eigenaar van de jazzclub in Milaan die hem adviseerde ‘het dichterbij huis te zoeken met een sterk lokaal merk’ . Immers: „De afstand tot Blue Note in New York blijft groot.”

Klaas Beumer, oud-partner van kookschool Keizer Culinair, zocht vervolgens contact met het North Sea Jazz Festival. Dat trof – het festival dat al enige tijd eigen concerten programmeert gedurende de rest van het jaar. „Een eigen club is een lang gekoesterde wens”, zegt NSJ-directeur Jan Willem Luyken. „Heel prettig om jazz in informele setting te kunnen presenteren, zoals ik vaak zag bij internationale jazzclubs.”

De nieuwe North Sea Jazz Club huist op het Westergasterrein, tussen Toko MC Theater en de Bakkerswinkel, op de plek waar voorheen de Flex Bar zat. Het is de plek waar aanvankelijk de club Gazz livemuziek zou gaan programmeren, maar dat initiatief is gestrand. De maximale capaciteit bij zitconcerten: 250 man.

De jazzclub heeft een licentieconstructie met North Sea Jazz – dat zijn jaarlijkse festival overigens houdt in Ahoy, Rotterdam – over het gebruik van de naam. Maar het betreft een eigen organisatie met eigen programmeurs voor wekelijkse concerten. Wel ziet North Sea Jazz toe op de kwaliteit van het programma in de club en draagt het festival bovendien internationale artiesten aan.

Vooralsnog stelt de jazzclub het zonder subsidie. Net zoals de ambitieuze Amsterdamse jazzclub Pompoen destijds, dat bijna tien jaar terug met zijn ‘kruisbestuiving van kunsten’ en te dure diners strandde door tegenvallende bezoekersaantallen. Een brede, toegankelijke programmering moet mensen trekken. „We gaan commerciëler zijn dan het Bimhuis”, zegt Klaas Beumer. Dan kan zijn jazzclub na zo’n anderhalf jaar winstgevend gaan worden, denkt de clubeigenaar. Dat betekent kwaliteitsjazz (Jackie Terrasson, Yuri Honing, Eliane Alias, Jef Neve) naast singer-songwriters (Finn Silver, Gaby Moreno), een dosis funk, soul (Fred Wesley, Lefties Soul Connection, Shirma Rouse) en hiphop (Postmen) en dansbare tunes in het aangelegen café die de nacht in trekken. „Jazz in de breedste zin van het woord.”

Een programmering op puur recettebasis is lastig in een economisch lastige tijd waarin de ene na de ander jazzclub in het land omvalt. Dus zet de club flink in op de horeca, met een schappelijk geprijsd driegangenmenu tijdens het concert. Nu is eten met livemuziek natuurlijk reuze gezellig, maar kan wat ongemakkelijk voelen naar de musici: zo recht voor hun neus. Nog een ‘kwestie van wennen’ voor het publiek, stelt de organisatie.

Bij het serveren van het hoofdgerecht was het hoe dan ook hopen dat pianist Neil Cowley zijn introvert druppelende opening snel wist te versnellen naar de high energy sound die zijn stijl zo kenmerkt. Jazz met een voet in de rock.

Het trio, met bassist Rex Horan en drummer Evan Jenkins, liet zich horen met levendige, afwisselende improvisaties. Van peinzend naar aanstekelijk en hypnotiserend, om vaak te eindigen in een 4/4 groove. De dynamiek in de stukken, veelal afkomstig van de nieuwe cd The Face of Mount Molehill, was opvallend: lange gierende notenstromen werden als voetballen stil gelegd, om vervolgens nog even te worden rondgetikt.

Geestig nam Cowley zijn toehoorders mee in de jazzduikelingen: „Als u de fout hoort in het volgende stuk, geef ik u tienduizend euro op het einde.” En de serveerster, die als fatale noot een fles water van het dienblad liet vallen, werd gewoon maar als vierde bandlid voorgesteld.