Duitsland ontdekt zijn eigen armoede

Armoede is een groot probleem in het Ruhrgebied. Toch was het bij verkiezingen gisteren in Noordrijn-Westfalen nauwelijks een thema.

Correspondent Duitsland

Dortmund. Het goede nieuws is dat Borussia Dortmund voetbalkampioen van Duitsland is geworden. Het slechte nieuws is dat Mario nog steeds niet genoeg geld heeft om een andere tweedehands wasmachine te kopen. Z’n oude is kapot; wassen doet hij bij de buren. Mario is 37 jaar en was lange tijd werkloos. Hij heeft zojuist bij de ‘Dortmunder Tafel’ aan de Osterlandwehr, een voedselbank in een doodlopende straat, broodjes, groente en yoghurt opgehaald. Zijn achternaam wil hij niet prijsgeven. Hij schaamt zich een beetje voor zijn armoede, of, zoals hij het zelf zegt, zijn „gebrek aan welgesteldheid”.

Dortmund is het hart van het Duitse Ruhrgebied, door de bewoners ook wel liefkozend de Kohlenpott genoemd. Nog tot in de jaren tachtig werd hier massaal steenkool gewonnen. Schoorstenen stootten inktzwarte roetpluimen uit. Het leven was zwaar, het milieu bestond nog niet – maar er was werk genoeg.

Nu zijn haast alle mijnen gesloten. In de Ruhr, ooit de meest vervuilde rivier van Europa, zit weer vis en zwemmen ’s zomers de kinderen van de vele allochtonen die hier wonen. Al bijna dertig jaar werkt het Ruhrgebied aan een ‘Strukturwandel’, de verandering van een regio met een industriële monocultuur – kolen en staal – in een streek met hightech en dienstverlening.

De regering van Noordrijn-Westfalen, de deelstaat waarvan het Ruhrgebied deel uitmaakt, pronkt graag met de Strukturwandel. Maar de werkelijkheid daarvan is rauw. Het Ruhrgebied heeft zich nog steeds niet volledig hersteld van de economische kaalslag die zich voltrok na de sluiting van de mijnen. De werkloosheid is hoog in vergelijking met deelstaten als Beieren en Baden-Württemberg. Er heerst veel verborgen armoede en de tweedeling van de Duitse samenleving tref je haast overal aan, gewoon op straat.

„Het Ruhrgebied is zorgenkind nummer één bij de ontwikkeling van armoede in Duitsland”, zei Ulrich Schneider bij de presentatie van de ‘armoedeatlas 2011’, die zijn organisatie – het Paritätische Wohlfahrtsverband – heeft samengesteld. Maar voor de politiek was armoede nauwelijks een thema in de campagne voor de deelstaatverkiezingen van zondag. Die gingen over het terugdringen van de schulden, de schoolpolitiek en werkgelegenheid. In de ‘armoedeatlas 2011’ komt met name Dortmund, de grootste stad van het Ruhrgebeid, er slecht vanaf. Ulrich Schneider van het Paritätische Wohlfahrtsverband, een man die grossiert in beeldspraak, zegt dat de „kwaal die armoede heet, resistent is geworden tegen het medicijn van de economische groei.” Met een verwijzing naar de onlusten in Franse en Engelse voorsteden zei hij: „Als het nog eens begint te koken in het Ruhrgebied, een ketel met ruim vijf miljoen mensen, zal het moeilijk zijn om de gemoederen tot bedaren te krijgen.”

Het Ruhrgebied lijdt onder notoir geldgebrek. Armoede heerst er niet alleen onder de mensen, maar is ook alledaagse werkelijkheid geworden voor de gemeentebesturen van deze grootste stadsregio van Duitsland.

Steden als Duisburg, Oberhausen en het verpauperde Gelsenkirchen zijn nagenoeg failliet. Er is te weinig geld voor straatonderhoud, parkaanleg, zwembaden en culturele voorzieningen. In Oberhausen is het muziektheater jaren geleden wegens geldgebrek gesloten. In 2009 stopte de boekenbus met zijn diensten als rijdende bibliotheek. Met treffende directheid werden de gemeenten in het Ruhrgebied laatst door de krant Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung omschreven als ‘Unsere Griechen’, onze Grieken: geteisterd door torenhoge schulden, armoede, werkloosheid en economische stagnatie.

De financiële nood in het Ruhrgebied is zo hoog, dat de burgemeesters zijn gaan rebelleren. Dat heeft met de aanstaande verkiezingen te maken, natuurlijk, maar de Kohlenpott is het zo langzamerhand echt zat om nog langer, zoals Ottilie Scholz (burgermeester van Bochum) zegt, „op te draaien voor de opbouw van Oost-Duitsland, terwijl wij hier in het westen bijna bankroet zijn.” Scholz doelt op het zogeheten Solidarpakt, dat deelstaten en gemeenten in de ‘oude’ Bondsrepubliek verplicht om geld af te dragen voor de wederopbouw van de voormalige DDR. Vanaf 1995 tot 2019, als het Solidarpakt afloopt, zal meer dan 250 miljard euro van West- naar Oost-Duitsland zijn gevloeid. Voor een stad als Schwerin in het oostelijke Mecklenburg-Vorpommern is dat goed: de wegen zijn nieuw, het muziektheater krijgt subsidie en het zwembad is gerenoveerd. Voor steden in het Ruhrgebied is het een ramp: op alles wordt bezuinigd, in de wegen zitten gaten en de stations zijn verwaarloosd. Burgemeester Scholz van Bochum: „Wij kunnen ons de betalingen voor het Solidarpakt niet langer veroorloven. We moeten zelf dringend investeren.”