Dit verdient Nederland

De inkomensverschillen zijn niet groot in Nederland, zo blijkt uit een nieuwe CBS-grafiek. Maar ambtenaren verdienen opvallend goed. Een portret in geld.

Redacteur Sociale Economie

Rotterdam. De wereld is in de ban van het casinokapitalisme, in Nederland heerst een serene inkomensgelijkheid.

Want wat zie je als je alle Nederlanders indeelt naar hun belastbaar inkomen?

Een land waar het overgrote deel van de mensen een bescheiden salaris verdient, en dus ook niet zoveel belasting betaalt. Een land van middeninkomens.

Deze gelijkheid is het eerste dat opvalt aan de fascinerende inventarisatie die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onlangs maakte van het belastbaar inkomen van Nederlanders in 2010. Het CBS deelde alle Nederlanders in naar hun inkomen in box I* van de inkomstenbelasting. Het CBS maakt vaker een röntgenfoto van Nederlanders naar hun inkomen, maar nog nooit van hun inkomen zoals de Belastingdienst het telt.

Maar weinig mensen blijken te vallen onder het hoogste belastingtarief dat Nederland kent: 52 procent. Dat is opmerkelijk, want dat hoogste tarief begint op een relatief laag salarisniveau, internationaal gezien (Frankrijk heft 40 procent boven €70.000, Duitsland 45 procent boven €250.000). Maar liefst 93 procent van de Nederlanders met een inkomen verdient minder dan 54.367 euro, en valt dus buiten het hoogste tarief.

De 7 procent die meer verdient dan 54.367 euro, genereert bijna een kwart van al het inkomen. Dat klinkt misschien oneerlijk. Maar in landen als de Verenigde Staten is die verhouding schever: daar verdient de 10 procent rijksten de helft van al het inkomen. De Nederlandse rijken betalen ook het gros van de inkomstenbelasting. De 10 procent met de hoogste inkomens betaalt 70 procent van de inkomstenbelasting.

Onder de eerste schijf vallen veel mensen. De 5,75 miljoen mensen die daarin zitten, verdienen minder dan het minimumloon (18.800 euro). Maar het gaat hier vooral om scholieren en studenten met een bijbaan, en om vrouwen die een paar dagen per week werken.

Nog altijd is de inkomensongelijkheid in Nederland laag. Waar in andere landen de inkomensongelijkheid de afgelopen dertig jaar toenam, gebeurde dat in Nederland nauwelijks. In die andere landen werd vooral de 1 procent allerrijksten flink rijker, in Nederland niet of nauwelijks, zo becijferde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

Die gelijkheid bevalt Nederlanders: 63 procent vindt dat de verschillen tussen rijk en arm nóg kleiner moeten.

Man/Vrouw

Bijna even veel mannen als vrouwen hebben een inkomen, maar vrouwen verdienen minder. Dat komt door hun voorliefde voor deeltijdwerk. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in de eerste schijf, omdat ze vaker dan mannen slechts een paar dagen per week werken. Hoe hoger op de inkomenspiramide, des te minder vrouwen. Er zijn in Nederland 48.000 vrouwen die meer verdienen dan 75.000 euro, tegenover 300.000 mannen. Meer dan 150.000 euro verdienen maar 4.000 vrouwen, en 44.000 mannen. Deze vrouwen mogen zich met recht ‘uniek’ voelen.

Het mooie aan deze grafiek is dat deze over individuen gaat. Maar dat kan ook leiden tot vertekeningen. Want de financiële positie van vrouwen lijkt slecht, maar dat beeld wordt anders als je bedenkt dat velen van hen een man met een volledige baan hebben.

Jong/Oud

De hoogste inkomens verdienen mensen tussen de 25 en 65 jaar. Dat zijn precies de jaren die Nederlanders werken. De allerhoogste salarisschalen worden gedomineerd door mensen tussen de 45 en 65 jaar. Dat is óók logisch, want dan bereikt de carrière zijn hoogtepunt. Salarissen lopen in Nederland bovendien steil op met de leeftijd. Jongeren verdienen weinig in verhouding tot hun productiviteit, ouderen juist veel, zo inventariseerde het Centraal Planbureau een paar jaar geleden.

De groep zonder inkomen bestaat vooral uit 2,9 miljoen kinderen tot 15 jaar. Maar opvallend is dat er ook een behoorlijk aantal 45-plussers inkomensloos is. Waarschijnlijk gaat het hier om huisvrouwen. De huisvrouw komt onder jongere generaties veel minder voor.

Wie ouder is dan 65 jaar, heeft sowieso een inkomen. Dat is te danken aan de volksverzekering AOW*. Gewerkt of niet gewerkt, man of vrouw, veel- of weinigverdiener, iedere inwoner krijgt het staatspensioen AOW. Vandaar dat onder de 3,53 miljoen Nederlanders zonder inkomen zich geen 65-plussers bevinden.

Gepensioneerden domineren in de eerste schijf: een AOW-pensioen komt neer op zo’n 14.000 euro per jaar. Zo’n 80 procent van de huidige gepensioneerden heeft daarnaast een aanvullend pensioen. Dat is gemiddeld 10.000 euro per jaar.

Actief/inactief

De indeling naar maatschappelijke positie is ronduit fascinerend. Logischerwijs blijkt daaruit dat werknemers een hoger inkomen hebben dan mensen met een uitkering. Daarbij valt op dat ambtenaren afwezig zijn in de eerste schijf. Dat is opmerkelijk, want ook veel ambtenaren werken in deeltijd. Kennelijk verdient ook deeltijdwerk in de ambtenarij relatief goed. Verder valt op dat de 690.000 ambtenaren (op 5,9 miljoen werknemers in de particuliere sector) ook goed vertegenwoordigd zijn in de bovenste salarisschalen. Er zijn zelfs ambtenaren die meer dan 150.000 euro verdienen, zo’n 1.000. Ter vergelijking: het salaris van demissionair premier Mark Rutte (VVD) is 144.000 euro.

Uitkeringsgerechtigden vallen logischerwijs vooral in de eerste schijf. Hun gemiddelde inkomen is zo’n 18.000 euro. Toch zijn er mensen met een uitkering met een hoger inkomen. Zo vallen 300.000 uitkeringsgerechtigden in de tweede schijf (tot 32.738 euro). Meer dan de helft van hen is arbeidsongeschikt. Hun uitkering is gebaseerd op het laatst verdiende inkomen, en dus vaak hoger dan de bijstand. Tweeduizend arbeidsongeschikten hebben zelfs een inkomen van meer dan 54.367 euro per jaar, en vallen in de hoogste belastingsschijf. Daar bij moet gezegd worden dat het CBS afrondt op 1.000. Het zouden er dus ook 1.501 of 2.499 kunnen zijn.

Wat verder opvalt is het relatief lage inkomen van zelfstandigen. Driekwart verdient minder dan 32.738 euro per jaar. Het gaat hier waarschijnlijk om zzp’ers met relatief laagbetaalde banen in bijvoorbeeld de bouw en de thuiszorg. De tabel onderschat overigens wel het inkomen van zelfstandigen, want dit is het inkomen na aftrek van allerlei belastingvoordelen voor zelfstandigen, zoals de ondernemersaftrek. Een kleine groep zelfstandigen heeft juist een zeer hoog inkomen. Dit zijn de topprofessionals die meer kunnen verdienen door zichzelf te verhuren dan door in loondienst te werken. De topconsultants, -journalisten of interim-managers die zo’n naam hebben gemaakt voor zichzelf dat ze meer dan een ton per jaar verdienen. De CBS-inventarisatie vangt overigens slechts een deel van het inkomen van ondernemers: niet meegenomen is het dividend dat ze zichzelf uitkeren. Dat valt onder box II. Het loon dat ze zichzelf als directeur-grootaandeelhouder uitkeren valt wel onder box I.

Gehuwd/ongehuwd

Gehuwden staan er goed voor, zeker gehuwden met kinderen. Wie kijkt naar een andere inkomensverdeling van het CBS, die van huishoudens, ziet meteen dat stellen met kinderen tot de beter verdienenden horen. Alleenstaanden en stellen zonder kinderen verdienen over het algemeen minder. Gehuwden zijn vaak tweeverdieners, al werkt zij in de regel een paar dagen minder dan hij. Bovendien is de arbeidsparticipatie onder vaders van jonge kinderen extreem hoog. Tweeverdieners met kinderen behoren (samen met gepensioneerden) tot de groepen die er de afgelopen tien jaar het meest in inkomen op vooruit gingen, zo berekende het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar. Dat komt ongetwijfeld ook door voordelige gezinssubsidies zoals de kinderopvangtoeslag. Die verdriedubbelde sinds 2005.

Eigen woning/huurhuis

Maar liefst 10,8 miljoen Nederlanders hebben een eigen huis. De rest (5,5 miljoen) heeft een huurhuis. Van hen krijgt 2 miljoen Nederlanders huursubsidie. Het lijkt een gekke combinatie: 2,5 miljoen mensen zonder inkomen hebben wel een eigen woning. Maar het gaat hier vooral om kinderen (en een beetje om vrouwen).

Niet verrassend is dat mensen met een eigen woning meer verdienen. De verhouding tussen mensen met een eigen woning en met een huurhuis loopt in alle schijven gelijk op tot de hoogste schijf. Dan gaan de mensen met eigen woning domineren. Toch zijn er nog een paar duizend mensen die meer dan 54.367 euro verdienen en toch huursubsidie krijgen.

De volledige CBS-tabel van de Nederlandse inkomensverdeling is te vinden via www.nrcnext.nl/links