Dit had kunnen blijven staan, dan was Rotterdam nu mooier

Na het bombardement op Rotterdam werd er veel gesloopt, maar een groot aantal gebouwen had kunnen blijven staan. Die ten onrechte verloren gebouwen staan nu in het boek 13 minuten.

„Er moet een nieuwe stad komen.” De secretaris-generaal van het ministerie van Kunsten is in zijn brief duidelijk. Na het bombardement op Rotterdam schrijft hij op 21 mei 1940 aan het gemeentebestuur dat de stad gesloopt moet worden.

„Het is onbegonnen werk te trachten te midden van de algemeene ruïne enkele particuliere gebouwen in stand te houden”, schrijft de topambtenaar. „Men binde den nieuwen stedebouwer niet aan bestaande gebouwen.” En zo gebeurt het. Rotterdam wordt neergehaald. Monumenten, zoals de Delftsche Poort. Kerken, zoals de Lutherse kerk. Theaters, zoals de Groote Schouwburg. Ze gaan allemaal omver.

Het was onnodig, schrijft de Rotterdamse kunstenaar Gyz La Rivière (35) in zijn boek 13 minuten. 13 minuten, zo lang duurde het bombardement op 14 mei 1940. Vandaag wordt La Rivières boek gepresenteerd, bij de herdenking van het bombardement.

Na het bombardement stelden ambtenaren van de zogeheten bouwpolitie een lijst van 144 gebouwen op die bij de wederopbouw gespaard konden blijven. Toch zijn ook die gebouwen gesloopt. De lijst van de bouwpolitie is na de oorlog nooit meer teruggevonden. Maar La Rivière achterhaalde via speurwerk in het gemeentearchief en bestaande literatuur diverse gebouwen die vermoedelijk op de lijst hebben gestaan.

Op de Coolsingel bijvoorbeeld, stonden nog diverse gebouwen die om technische redenen gered hadden kunnen worden. Een ziekenhuis. Een schouwburg. Een restaurant. Het stond allemaal nog overeind na het bombardement. De hitte van de brand had weliswaar de interieurs vernield, maar de structuur van de gebouwen was vaak nog stevig. „Iedereen kent de foto’s van een gebombardeerd Rotterdam als één grote kale vlakte, waar zo’n beetje alleen nog de Laurenskerk bovenuit steekt”, zegt La Rivière. „Maar de werkelijkheid is anders. Er stonden veel meer gebouwen tussen het puin. Omdat er geen fotografen werden toegelaten in de brandhaard, is daar weinig over bekend. Er zijn destijds gelukkig een paar fotografen geweest die zich niet aan dat verbod hielden.”

De 144 nog te herstellen gebouwen werden na het bombardement voorzien van een bordje: ‘Verboden te slopen’. Toch gingen ze uiteindelijk tegen de vlakte bij het puinruimen. Wie de beslissing hiertoe nam, blijft onduidelijk, maar het is zeker dat het Rotterdamse stadsbestuur geen pogingen heeft ondernomen de gebouwen te behouden.

La Rivière noemt het „de pijn van Rotterdam”, omdat de stad vandaag de dag nog steeds worstelt met haar verleden. „We organiseren discussieavonden over de vraag waarom de binnenstad maar niet tot leven wil komen en hoe we het weer gezellig krijgen op het Hofplein. Als deze 144 gebouwen waren hersteld, hadden we die discussies minder gehad. Rotterdam zou een heel andere stad zijn geworden.”

Maar dat is niet alleen de schuld van de sloopwoede tijdens de oorlog, zegt La Rivière. „Rotterdam heeft er een handje van om zijn culturele sporen uit te wissen.” Kijk maar naar de wederopbouw, zegt hij. De brede verkeersaders die na de oorlog zijn aangelegd. De vele oude panden die bij de stadsvernieuwing in de jaren zeventig en tachtig zijn gesloopt en vervangen voor woningen als blokkendozen, met kunststof raamkozijnen. „Het heeft veel schoonheid lelijk gemaakt”, vindt La Rivière. „In feite kun je zeggen dat Rotterdam drie keer is gebombardeerd: door fascisme, het modernisme en de stadsvernieuwing. De stad zelf heeft bijna net zoveel hectare gesloopt als de Duitse bommen.”

Toch is de houding ten aanzien van oudere panden in Rotterdam veranderd, merkt hij. Het oude ABN Amro-kantoor aan de Coolsingel kwam onlangs vrij. Normaal gesproken, zegt La Rivière, was het tegen de vlakte gegaan. Maar de gemeente heeft besloten het pand te integreren in een nieuw te bouwen kubus van architect Rem Koolhaas. Het oude gaat een relatie aan met het nieuwe – zo ziet hij het graag. „Want een stad die al zoveel heeft geleden, zou zichzelf niet moeten slopen.”

’13 minuten’ van Gyz La Rivière is een uitgave van het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam, en voor 10 euro daar te koop en in enkele boekhandels in Rotterdam.