Corporaties moeten meer noodsteun betalen

Het demissionaire kabinet wil dat woningcorporaties meer geld geven om andere corporaties in nood te helpen. De verplichte heffing voor deze ‘saneringssteun’ moet worden verhoogd van 1 naar 5 procent van de totale huuropbrengst. Voor de circa 400 corporaties stijgen de kosten dan met een half miljard, van 125 miljoen naar 625 miljoen euro, met ingang van de tweede helft van volgend jaar.

Dat bevestigen bronnen tegen deze krant na berichtgeving in Het Financieele Dagblad. Het voorstel zou deze week in de ministerraad worden besproken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), de financiële toezichthouder in de sector, willen geen commentaar geven.

Het vangnet in de corporatiesector bestaat uit verschillende lagen en is gebaseerd op onderlinge solidariteit. Noodlijdende corporaties kunnen geld krijgen van andere corporaties, eerst via het CFV (nu 125 miljoen) en daarna via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (4,2 miljard euro). Als dat niet genoeg is, springen de gemeenten en het Rijk bij, elk voor de helft. Aan het CFV betaalden de corporaties vorig jaar 56 miljoen.

De beoogde bufferverhoging van 1 naar 5 procent vloeit voort uit de financiële instabiliteit van de corporatiesector. Tijdens de kredietcrisis in 2008 en ook recent zijn meerdere corporaties in financiële problemen gekomen. Het noodlijdende Vestia kan voorlopig aan zijn betalingsverplichtingen voldoen en krijgt geen saneringssteun van het CFV.

Branchevereniging Aedes maakt bezwaar tegen de bufferverhoging, te meer omdat de corporaties mogelijk vanaf 2013 in plaats van 2014 een jaarheffing van 760 miljoen euro (om de huurtoeslag te bekostigen).