Blijf de allochtonen registreren

De Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) bracht vorige week een advies uit aan de regering om het begrip ‘allochtoon’ te verwijderen uit de overheidsbestanden. Alleen het geboorteland van mensen zelf, en niet dat van hun ouders, moet worden opgenomen in officiële registraties. Tweedegeneratie-immigranten zouden we dus, aldus de RMO, niet langer zichtbaar moeten maken. Zij zijn immers in Nederland geboren.

De aanbeveling van de RMO is een bijzonder slecht advies, dat mogelijke problemen rondom integratievraagstukken verbloemt.

Even wat feiten. Verdachten met een migratieachtergrond, ook van de tweede generatie, krijgen zwaardere straffen opgelegd dan verdachten met een Nederlandse herkomst, voor dezelfde vergrijpen. In het onderwijs doen kinderen van migranten het gemiddeld genomen slechter, hoewel sommige groepen het juist weer beter doen dan Nederlandse kinderen. In de armoedestatistieken zijn migrantengezinnen oververtegenwoordigd. In etnisch diverse wijken – met inbegrip van tweedegeneratieallochtonen – is er minder vertrouwen in elkaar dan in homogene wijken. Studenten uit migrantenmilieus krijgen minder gemakkelijk een stageplaats dan Nederlandse studenten, zelfs als ze dezelfde kwalificaties hebben en het Nederlands perfect beheersen.

Tussen etnische minderheden en mensen van Nederlandse oorsprong bestaan allerlei vormen van ongelijkheid. Hiermee is niet gezegd dat etniciteit – of het geboorteland van de ouders – de ‘oorzaak’ is van deze uitkomsten. Nee, het zijn beschrijvingen die een verklaring behoeven.

Hoe komt het dat rechters zwaardere straffen uitdelen aan verdachten van minderheidsgroeperingen dan aan blanke Nederlanders? Hoe komt het dat tweedegeneratiemigranten in het begin van hun onderwijscarrière achterstanden oplopen die ze nauwelijks meer inhalen? Dit lijken me belangrijke maatschappelijke vragen, die pas kunnen worden gesteld als we de feiten kennen.

Het advies van de RMO zou betekenen dat dit soort kennis niet langer kan worden verkregen. Hoewel de Raad stelt dat het onderzoekers vrijstaat om zelf te categoriseren (dank u), zijn veel van bovenstaande gegevens afgeleid uit officiële gegevens van ministeries en andere overheidsorganen. Dergelijke feiten zouden we dus niet meer boven water krijgen.

In Frankrijk gaat het al sinds jaar en dag zoals de RMO bepleit. Daar weet men daarom een stuk minder over hoe het integratieproces verloopt. Wat we er wel over weten, is niet geheel gunstig. Ondanks het verbod op registratie van etniciteit loopt het niet vlekkeloos met de minderheidsjongeren in de banlieues.

Natuurlijk hebben alle definities beperkingen en werken ze mogelijk stigmatisering in de hand, maar al te veel relativisme over begrippen als ‘allochtoon’, ‘integratie’ en ‘tweedegeneratiemigrant’ verbloemt dat er ongelijkheden bestaan. Wat we hiermee willen, is onderdeel van het maatschappelijke en politieke debat. Dan moet dit debat wel kunnen worden gevoerd. Ik vraag me af wat de RMO bezielt om dergelijke relevante kennis terzijde te schuiven als onbelangrijk. Het lijkt wel alsof we naast fact-free politics ook fact-free overheidsadvies gaan krijgen.

Herman van de Werfhorst is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.