Alleen het leger kan de drugsbendes aan

Het leger beleeft in Latijns-Amerika een opmerkelijke herwaardering: van steunpilaar van dictators tot beschermer tegen drugsgeweld.

Police officers belonging to the BOPE (Special Police Operations Battalion) ask a girl about her parents at the Rocinha slum in Rio de Janeiro, Brazil, Wednesday, April 4, 2012. Hundreds of police from different units are searching for the man who killed a policeman in Rocinha, Brazil's largest slum, earlier in the day. This is the first policeman killed in Rocinha since it was taken over by police last November, displacing armed gangs who had controlled the slum for years.(AP Photo/Victor R. Caivano)

Correspondent Latijns-Amerika

Rio de Janeiro. Al anderhalf jaar patrouilleren soldaten in Complexo do Alemão, een reeks sloppenwijken in Rio de Janeiro. Hun aanwezigheid is een vertrouwd gezicht geworden. Toch is het opmerkelijk: sinds het einde van de dictatuur (1965-1985) is het leger nog nooit zo lang achtereen aanwezig geweest in de straten van een Braziliaanse stad.

„Het roept herinneringen op aan de tijd van het militaire bewind”, zegt mensenrechtenactivist Lucía Oliveira. „Maar de drugsbendes uit onze buurt waren te gevaarlijk geworden. De regering schakelde het leger in om ze te verjagen. De politie kon het niet aan.” Oliveira (45) woont in Grota, een van de sloppenwijken van Complexo do Alemão.

De rol van de militairen in de openbare veiligheid is de afgelopen jaren niet alleen in Brazilië toegenomen, maar ook in andere Latijns-Amerikaanse landen als Honduras, Venezuela, Bolivia en Guatemala.

Voortwoekerend geweld, vaak gerelateerd aan drugshandel, heeft autoriteiten ertoe gebracht de hulp in te roepen van hun krijgsmachten. In Mexico bijvoorbeeld spelen de militairen al enkele jaren een sleutelrol in de strijd tegen de gewelddadige drugskartels.

Het is een opmerkelijke hermilitarisering in een regio waar het leger nog recent vaak steunpilaar was van autoritaire junta’s. De prominente rol van soldaten in de openbare veiligheid heeft tot discussie geleid in Latijns-Amerika. Mensenrechtenactivist Oliveira noemt de ontwikkeling in de regio „niet ideaal”. „Militairen en respect voor mensenrechten gaan vaak niet samen.”

Het meeste recente voorbeeld komt uit Bolivia. Een reeks van moorden en ontvoeringen in onder meer hoofdstad La Paz en Cochabamba dwong de linkse president Evo Morales in maart tot actie. Hij stuurde 2.300 soldaten de straat op in de hoofdstad, en in een aantal andere steden.

Critici vragen zich af waarom in veel Latijns-Amerikaanse landen de politie niet in staat is haar werk alleen op te knappen. Ook zijn er zorgen over de risico’s van het toegenomen belang van de militairen in landen die vaak pas sinds enkele decennia weer democratieën zijn.

Volgens Jacqueline Muniz, aan de Cândido Mendes Universiteit in Rio de Janeiro, zijn er vooralsnog geen aanwijzingen dat de militaire macht in Latijns-Amerika toeneemt. „Er is vaak sprake van een noodsituatie. Het leger wordt alleen ingeroepen als de politie een situatie niet aankan”, oordeelt Muniz, die als veiligheidsadviseur in verschillende Latijns-Amerikaanse landen heeft gewerkt.

In Brazilië is het grondwettelijk vastgelegd dat in geval van een binnenlandse veiligheidscrisis de federale regering of die van een deelstaat een beroep kan doen op het leger. Het ministerie van Defensie wordt geleid door een burger en niet door een militair. Een ongewenste machtsconcentratie wordt zo voorkomen. Muniz: „Het mandaat van het leger om als politie te werken, is tijdelijk en dient op verzoek, aan de president, steeds weer te worden verlengd.” In Complexo do Alemão houdt het mandaat volgende maand op. Dan worden de militairen weer vervangen door politie.

In Centraal-Amerika is de situatie enigszins anders. Straatarme landen als Guatemala, Honduras en El Salvador beschikken over kleine politiekorpsen. Geweld is daar onderdeel van het dagelijkse leven. Deze ‘jonge’ democratieën ondervinden de gevolgen van de strijd van de Mexicaanse overheid tegen de machtige drugskartels. Die gebruiken de drie buurlanden steeds vaker als doorvoerhavens van drugs, bestemd voor de VS. Het Mexicaanse drugsgeweld is daardoor overgeslagen naar Centraal Amerika.

De politie in Honduras en Guatemala, constateert Thiago Rodrigues van het gezaghebbende instituut voor strategische studies INEST in Rio, is te zwak om op te treden tegen criminele bendes. Honduras zocht in november vorig jaar daarom zijn toevlucht tot het leger, Guatemala in januari. „Een regering heeft de militairen ook nodig om haar gezag te onderstrepen – hoe tegenstrijdig dat ook klinkt gezien de geschiedenis van militaire regimes. Dat speelt in deze regio nog een belangrijke rol.”

Volgens Rodrigues kiezen niet alleen voormalige dictaturen voor de hermilitarisering. Ook in Mexico en Colombia treden militairen nadrukkelijk op als hoeders van de openbare orde en veiligheid.

Bijna alle Latijns-Amerikaanse landen hebben een zwakke politie. Er zijn altijd discussies over politiehervormingen, betere opleidingen en hogere salarissen. Politici stellen de modernisering van politiekorpsen steeds uit.

In een regio waar grote inkomensongelijkheid heerst, ligt het accent van het werk van de politie op repressie. Een agent wordt niet opgeleid om de gehele samenleving te dienen, zoals in het Verenigd Koninkrijk of Nederland. De politie is er, volgens Rodrigues, in het bijzonder voor de politieke macht, de elite. Haar voornaamste opdracht: arresteer de arme boef. „Dat is helaas al meer dan honderd jaar zo, in heel Latijns-Amerika. Het is ook slecht betaald, gevaarlijk werk, hetgeen corruptie in de hand werkt. Drugshandel kan daardoor groeien en op een gegeven moment loopt het uit de hand. Dan moet het leger ingrijpen, zoals ook in Mexico, en in Complexo do Alemão in Rio de Janeiro, is gebeurd.”