Achter de schermen is alles anders

Mona Keijzer is een ster in wording. Maar tegen Marcel Wintels wil niemand iets aardigs zeggen. In de coulissen van de campagne voor het CDA-leiderschap.

Sybrand van Haersma Buma oefent met zijn gezicht. Fideel, streng, fideel, streng. „Moeten we zo nog boos naar elkaar kijken?”, vraagt hij zijn medekandidaten.

Liesbeth Spies twijfelt niet. Ze houdt de stevige hak van haar zwarte schoen meteen boven de schoen van haar grootste concurrent en draait ’m rond alsof ze een sigaret op de grond uitdrukt.

Henk Bleker komt dan nog met de overtreffende trap. „Of anders geef ik je gewoon een knietje.” Niemand lacht.

Dit soort spelletjes spelen de kandidaten voor het leiderschap van die ooit zo machtige partij in de coulissen. Nog twee debatten en dan is vrijdag de eerste ronde voorbij. Wat opvalt: buitenstaander Mona Keijzer, de tot vorige week zelfs binnen het CDA vrij onbekende wethouder uit Purmerend, beheerst de debatten en heeft een enthousiasmerende uitwerking op de zalen vol CDA’ers die zo naar iets nieuws snakken – ze is een politieke ster in wording.

Buiten dat zijn het zes beroepspolitici die samen een gewrongen spel spelen. Ze zijn elkaars concurrenten, maar willen de ander niet afvallen. Ze willen duidelijk zijn en leiderschap tonen, maar het land mag ook weer niet zien hoe verdeeld de partij echt is. En het allerbelangrijkste: één van hen wint, maar de verliezers moeten samen door.

Uit het zicht worden er allianties gesmeed, complottheorieën getest en ruzies uitgevochten. Zo worden Henk Bleker en zijn promotieteam van manegemeisjes door de anderen geridiculiseerd. En er bestaan zóveel theorieën over waarom Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg nou eigenlijk meedoet dat het beschadigend wordt.

Deze krant bezocht de drie debatten in Rotterdam, Groningen en Zeist, sprak met de kandidaten en hun campagneteams en CDA-bestuurders die het kunnen weten. Het beeld dat ontstaat is dit: de leiderschapsverkiezing is vooral goed voor de kandidaten zelf. Voor de partij niet zozeer.

Eerst over hoe de kandidaten elkaar aan het aftasten zijn: met publieke complimentjes over elkaars politieke standpunten.

Mona Keijzer over het integratiestandpunt van Madeleine van Toorenburg: „De manier waarop Madeleine in de Kamer bezig is, heel erg goed.”

Liesbeth Spies over starters op de woningmarkt tegen Sybrand van Haersma Buma: „Ben jij dan mijn partner?” Zijn antwoord: „Dan ben ik zonder meer jouw partner.”

En als Mona Keijzer dan met een plagerige opmerking Henk Bleker stil krijgt, stelt Spies meteen vast: „Wij worden een goed team, Mona.”

Niemand zegt ooit wat aardigs tegen Marcel Wintels, de onderwijsbestuurder die als buitenstaander de race wilde beheersen door felle kritiek te uiten en zich te positioneren als de enige kandidaat die tegen het mislukte PVV-avontuur was. Dat viel slecht. „Zo gaan wij niet met elkaar om binnen het CDA”, zeggen verschillende campagneleiders. Wintels vindt maar moeilijk aansluiting.

Vooral Sybrand van Haersma Buma, die zich als aimabel en boven het partijgekrakeel staand wil positioneren, laat merken wat hij van Wintels denkt. „Ik was even de weg kwijt bij de heer Wintels”, zegt hij bijvoorbeeld – een voor CDA’ers, die hameren op wederzijds respect, onaardige uitspraak. Wanneer Van Haersma Buma zich dan een andere keer verspreekt en „hier in Den Haag” zegt, wordt hij terechtgewezen door Wintels. Ze zijn in Groningen. „Jij bent ook zo anti-Haags”, zegt Van Haersma Buma.

Als het debat dan voorbij is en de fractievoorzitter in de Tweede Kamer met zijn directe collega Madeleine van Toorenburg en demissionair minister Liesbeth Spies staat na te praten, probeert Wintels zich er tussen te wurmen met zijn lange lijf. Niemand doet een stap opzij.

Sinds Wintels zijn kandidatuur bekendmaakte, vragen CDA’ers zich af waarom hij eigenlijk meedoet. Hij heeft geen Haagse ervaring, is nooit politicus geweest – is dit niet meer dan een springplank voor hem? De waarom-vraag wordt bij alle kandidaten gesteld. En er is altijd wel iemand die iets onaardigs over de tegenstanders wil suggereren.

Neem Henk Bleker: voor hem zou het een noodgreep zijn. Want wat anders na dit kabinet?

Of neem Liesbeth Spies: bij de vorige verkiezing zei ze juist nog dat ze de Tweede Kamer voor gezien hield, en bovendien kostte het moeite haar over te halen minister te worden.

Of Van Haersma Buma zelf. Hij was de afgelopen jaren een van de drie CDA’ers (samen met vicepremier Maxime Verhagen en voorzitter Ruth Peetoom) die de partij leidden. Maar hij greep niet in het openbaar in toen de andere twee elkaar het politieke leven zuur bleven maken. En al werd hoopvol gezegd dat „een nieuwe leider vanzelf zou opstaan”, Van Haersma Buma bleef zitten.

Dit soort politiek-strategisch denken wordt door de kandidaten zelf vervloekt. Zo denken ze helemaal niet, zeggen ze als je het hun vraagt, met een kladblokje in de hand. Ze doen het voor de partij. Voor het land. Maar praat na de debatten door en er is altijd wel wat aan te merken op de ander. Het verst gaat dat met de kandidatuur van Van Toorenburg, een niet zo heel bekend Kamerlid uit die toch al vrij stille CDA-fractie. Haar deelname – zo bescheiden dat ze geen team heeft om haar te helpen en dat haar man zowel haar chauffeur als coach is – roept vragen op.

Er zijn allerlei theorieën over haar kandidatuur. Ze zou door de Kamerfractie, met Van Haersma Buma aan het hoofd, gevraagd zijn mee te doen om stemmen af te snoepen van Liesbeth Spies. Ze zou bang zijn voor de provinciale concurrentie van Wintels of van een ander Brabants Kamerlid, Elly Blanksma, bij de samenstelling van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Ze zou überhaupt bang zijn in een nóg kleinere fractie geen plek te hebben.

Even navragen dus maar. Mevrouw Van Toorenburg, wilt u echt leider worden?

„Ja.”

Denkt u te gaan winnen?

„Ja.”

Waar baseert u dat op?

„Ik weet heel goed dat ik de grootste uitdaging van het hele stel heb: ik heb niet de sporen verdiend van Sybrand of Liesbeth en ik kom ook nog eens niet van buiten. Maar ik maak er een positieve campagne van en ik fik niemand af.”

En u was niet bang uw plek in de Kamer kwijt te raken?

„Ik ging ervan uit dat ik in de Kamer terug zou komen, op een mooie plek zelfs. Ik wil eigenlijk best een verwijt terug maken, want dit soort vragen vind ik wel pijnlijk. Alsof het CDA één grote slangenkuil is waar we ons alleen maar als slangen kunnen gedragen.”

Echt aardig voor elkaar kan je ze ook niet noemen. Zo vat bijvoorbeeld Van Haersma Buma, licht gefrustreerd, samen hoe lastig het is Henk Bleker aan te pakken: „Wat ik nou zo mooi van jou vind, Henk, is dat jij gewoon zegt dat je het ergens niet mee eens bent. En dan vertel je iets anders waar je het ook alleen maar mee eens kunt zijn.”

Bleker reageert niet meteen. Later vertelt hij hoe prachtig deze verkiezingsstrijd toch is, en hoe goed voor het CDA. „Het begint ook steeds gezelliger te worden met elkaar.”