‘Ze bieden soms een halve euro per uur. Dat is slavernij’

Toen Anna Alchón (25) nog studeerde keek ze uit naar het moment dat ze kon gaan werken. Nu ze ruim een jaar klaar is, verlangt ze terug naar de universiteit. „Het is zo vermoeiend.” Pas deed ze weer vijftig cv’s de deur uit, daarop kreeg ze welgeteld één reactie. Soms mag ze op gesprek komen. „Maar als ik dan omreken wat ze bieden, komt het soms neer op een halve euro per uur. Dat is slavernij.”

Ze doet nu hetzelfde werk dat ze al sinds haar zestiende doet: bedienen. „Horeca is leuk als je studeert en nu kan ik het goed kan combineren met de fotocursus die ik volg.” Maar het is zwart werk, onverzekerd en als ze een week ziek is, verdient ze niets. Het is ook allesbehalve stabiel. „Zaterdag nog werd een meisje op staande voet ontslagen omdat er een slechte kritiek op internet stond over een avond waarop zij had gewerkt.”

Alchón studeerde audiovisuele techniek en journalistiek. Ze woont nog bij haar ouders, al vindt ze zich daar wat oud voor worden. Ze heeft zichzelf tot september de tijd gegeven om het huis uit te gaan. De vraag is alleen hoe. „Ik hink op twee gedachten. Als ik een half jaar heel hard zou zoeken, zou ik misschien een baan in de voorlichting of communicatie kunnen krijgen. Maar dan verdien ik in 40 uur, met werk dat ik helemaal niet leuk vind, misschien net zoveel als nu met drie avonden in de week als serveerster.”

Een andere optie is: het land uit. Ze stuurt ook cv’s naar Duitsland. Hoewel ze veel hoort over Duitsland, twijfelt ze. In Berlijn stikt het nu van de Spanjaarden, je kunt beter naar Frankfurt of München, weet ze. En laatst hoorde ze over Canada.

Haar ouders begrijpen niet dat ze zomaar naar het buitenland zou gaan, zonder contacten. Het lijkt haar ook eng. „Maar mijn ouders zijn ook boos op Duitsland. Dat land legt ons harde maatregelen op, waardoor het hier nu slecht gaat. En daardoor zit ik straks in Duitsland, terwijl niemand weet of Spanje nog beter wordt.”

Dat vorig jaar in deze maand jongeren massaal begonnen te demonstreren, noemt ze „een cruciaal moment”. „Het ongenoegen werd zichtbaar.” Maar ze erkent ook dat er weinig is bereikt. „We zijn er ook lang niet zo slecht aan toe als Griekenland, laat staan Egypte. We klagen in de bar en bestellen nog een biertje à 2 euro.”