Wanneer win ik eindelijk de loterij?

Een weddenschap winnen. Een loterij. (G)een paraplu meenemen. Science Center Nemo in Amsterdam geeft les in kansen.

Kop of munt? Het maakt natuurlijk niet uit. Een vallende munt landt met de kop (of een ander plaatje) naar boven. Of hij landt met het cijfer aan de bovenkant. De kans daarop is even groot.

Maar wat betekent ‘kans’ precies? Michel Mandjes van de Universiteit van Amsterdam gaat daar morgen in Nemo in Amsterdam over nadenken. Hardop, en met proefjes erbij.

Michel weet namelijk haast alles van kansen. Hij weet dus ook hoe lastig ‘kansen’ vaak te snappen zijn.

Gelukkig begint hij morgen gewoon met het opgooien van zo’n munt. Doe je dat vijf keer, dan kan het best zo zijn dat de kop vier keer boven ligt, zegt hij. Toevallig.

Maar gooi je de munt veel vaker op, dan sluit je dat soort toevallige uitkomsten steeds meer uit. Bij duizend keer liggen kop en munt wel ongeveer even vaak boven.

Als je wilt winnen kun je trouwens beter een tummetje opgooien, zegt Michel. Zo’n zacht gekleurd snoepje. Dan moet je erbij zeggen dat je kiest voor de ronde kant. Als de ander daarin trapt natuurlijk. Want eigenlijk zie je meteen dat de kans maar klein is dat tummetjes precies op hun platte kant landen.

Wie goed over kansen nadenkt, wordt dus minder vaak gefopt. “Ook voor bedrijven zijn kansen belangrijk”, zegt Michel.

Zelf maakte hij voor een telefoonbedrijf sommen zoals deze. Stel dat in een dorp honderd mensen met een mobieltje wonen. Moet het bedrijf er dan een dure zendmast neerzetten die honderd telefoongesprekken tegelijk kan doorsluizen?

Nee hoor, rekende Michel uit. Een goedkope mast die 18 gesprekken aankan is genoeg. De kans dat meer dan 18 mensen tegelijk bellen is namelijk heel klein. Dat gebeurt maar één procent van de tijd. Het netwerk raakt dan ‘overbelast’. Maar als het zo weinig gebeurt, vinden mensen dat niet erg.

Natuurlijk gaat het morgen ook over deze belangrijke vraag: hoe groot is de kans om een loterij te winnen? Om dat te begrijpen, neemt Michel een bingotrommel mee – zo’n bol die balletjes met cijfers uitspuugt. Hij gaat tellen hoeveel kinderen in de zaal raden welk getal tussen 0 en 9 de trommel zal uitspugen. En welk getal tussen 00 en 99. En zo verder.

“Je zult zien dat van tachtig kinderen er misschien maar eentje het getal tussen 00 en 99 raadt”, zegt hij. Een rij van zes cijfers goed hebben, zoals bij veel loterijen moet, is dus haast onmogelijk!

Is het dan dom om eraan mee te doen? “Neehoor”, zegt Michel, “want het is een spannend spel en het kost meestal niet heel veel geld. Altijd alleen maar verstandig zijn is ook saai.” Gelukkig maar, dacht Dr. Zeepaard.

Meer: www.kinderlezingen.nl