Pionieren in de app-economie Kleine app-startups hebben de grootste ambities

In het tijdperk van smartpones en tablet pc’s zijn apps niet meer aan te slepen. In Amsterdam en wijde omtrek groeit een creatief netwerk van jonge ontwerpers, internetondernemers en hongerige investeerders. Silicon Valley op z’n Nederlands.

Een mond vol Engels jargon en een laptop van Apple. Dat zijn twee onontbeerlijke ingrediënten als je in de Nederlandse app-scene werkt, blijkt uit een rondgang langs founders, designers en accelerators die bouwen aan de mobiele revolutie.

De Nederlandse economie mag dan in zwaar weer zitten, de softwaresector is optimistischer dan ooit. De smartphone, met zijn continue internetverbinding, locatiebepaling en intelligente sensoren, levert een stortvloed aan ideeën op. Jonge ondernemers willen allemaal zo succesvol en baanbrekend worden als Facebook en Twitter. Of foto-app Instagram, die onlangs voor een miljard dollar verkocht werd.

Afgelopen maand begonnen in Amsterdam twee nieuwe ontwikkelprogramma’s voor piepjonge technologiebedrijven. Zowel Rockstart als Startupbootcamp maakten een selectie uit honderden inzendingen en kozen daaruit elk tien teams die ze opleiden. Binnenkort geven de nieuwe startups hun eerste presentatie voor internationale investeerders houden – demo day in jargon.

Beide oprichters zijn veertigers die hun sporen – en hun kapitaal – verdiend hebben in de vorige internethausse. De vooruitzichten zijn anno 2012 wel een stuk beter dan destijds, zegt Oscar Kneppers van Rockstart. Kneppers bedacht de tijdschriften Emerce en Bright, en ook website Webwereld. „Ik herinner me nog de perverse geldfeestjes tijdens de eerste dotcomhype. De startkosten zijn nu veel lager, de verdienmodellen beter. Alle voorspellingen van toen zijn overtroffen; bijna iedereen heeft snel internet, bijna iedereen is een app-gebruiker.”

Een pionier met potentie krijgt nu gratis begeleiding van ervaren mentoren. Dat zijn vaak lokale specialisten, maar ook gerenommeerde internetbedrijven als Amazon en Google werken belangeloos mee aan de Nederlandse startups. Zo ontdekken ze nieuw talent of nieuwe mogelijkheden voor hun eigen bedrijf.

Het is geen toeval dat de twee accelerators (bedrijven die jonge startups begeleiden) tegelijk beginnen, zegt Patrick de Zeeuw van Startupbootcamp. „Goede ideeën worden vaak op hetzelfde moment geboren, op meerdere plekken ter wereld. Maar het gaat om de uitvoering.”

Startupbootcamp is afgeleid van een Amerikaans voorbeeld. De combinatie van gevestigde sponsors en private investeerders moet ontwikkelaars een zo groot mogelijk netwerk geven. Mensen kennen die anderen iets gunnen, daar draait het om in de app-economie.

De investeerders liggen voor het oprapen, zegt Patrick De Zeeuw van Startupbootcamp. „Er is genoeg geld, ondanks de crisis. Op de bank zetten heeft geen zin, van de beurs wordt je ook niet vrolijk. Dan kun je er maar beter nauw bij betrokken zijn wat er met je geld gebeurt. Dan beleef je er ook wat plezier aan.”

Zelf steekt De Zeeuw een paar ton in de jonge bedrijven. En hij voelt zichzelf ook weer een startup, als in zijn jonge dagen. De accelerators krijgen voor hulp 8 procent van de aandelen. Volgens De Zeeuw is een aantal teams al sterk in waarde gestegen door vroege investeerders die ook brood in een idee zagen.

De bedragen blijven wel bescheiden vergeleken met de miljoeneninvesteringen die worden gedaan in Silicon Valley, nog altijd de hoofdstad van de technologiewereld. In de VS is de concurrentie tussen bedrijven zo groot dat talentvolle ontwikkelaars daar veel meer kunnen verdienen.

Maar ook in Amsterdam zijn goede programmeurs schaars geworden nu grote opdrachtgevers hun budgetten voor mobiele apps jaarlijks opschroeven. „Als je iPhone-apps of een website kunt bouwen kun je overal aan de slag”, zegt Jelle Prins van ontwerpbureau Moop. Hij werkt nu aan zijn eigen app, OV Butler, die reizigers automatisch geld teruggeeft als ze vergeten zijn hun chipkaart uit te checken in bus of tram.

Prins combineert werk in opdracht met het uitwerken van zijn eigen ideeën, een beproefd concept onder Nederlandse app-bouwers. Zo werden ook de ontwerpers van Sofa ontdekt door Facebook. Dit Amsterdamse ontwerpbureau werd vorig jaar overgenomen door Facebook. Die deal wordt door investeerders en softwaremakers gezien als het definitieve bewijs dat ‘Appsterdam’ echt bestaat. Andere succesverhalen zijn eBuddy, Layar en Gidsy (nu in Berlijn) die een forse investering kregen.

Amsterdam trekt veel buitenlands talent: serial enterpreneur Boris Veldhuijzen van Zanten, spin in het web in de vaderlandse app-scene, organiseerde onlangs The Next Web-conferentie in de Westergasfabriek. De bedrijven die zich daar presenteerden kwamen van over de hele wereld. Ook de twintig teams die bij Rockstart en Startupbootcamp worden grootgebracht komen grotendeels uit het buitenland.

Amsterdam profiteert van die bedrijvigheid: volgens het ING Economisch Bureau groeide afgelopen jaar het aantal startende bedrijven in Nederland alleen in Randstad, met name in Amsterdam.

Maar ook elders in Nederland hebben ze verstand van apps. Distimo, analist van app-verkopen, vestigde zich bewust in Utrecht – „dat is goedkoper en Randstad genoeg.”

Geert Kolthof van Service2Media, groot geworden met mobiele software, is tevreden in Enschede: „Hier zijn de mensen nog loyaal en lopen ze niet meteen naar de buurman als die een beter aanbod doet.”