Meer kiezen is nodig - liefst over echte onderwerpen

Gezellig is het wel, zo’n CDA-leiderschapsrace. Het gaat er echt bij horen. Zaaltjes met slecht geluid en een tv-opstelling. De politiek volgt soepel de formats van John de Mol. Waarom ook niet, iedereen is gewend aan alle Voice-varianten. Waar bleef Jack de Vries donderdag bij Pauw & Witteman, zijn stoel omdraaiend om een bod uit te brengen op Henk Bleker of Mona uit Purmerend?

Waar brengt dit onze democratie intussen? Iedereen ziet dat het moet, die leiderschapsverkiezingen. GroenLinksleider Sap erkent dit nu ook, na de geheimzinnigheid rond een gooi naar het leiderschap van Kamerlid Tofik Dibi. Wie politiek leider van een partij wil zijn, moet het vertrouwen veroveren van leden en geïnteresseerde burgers.

Nederland heeft zo lang geleefd met de keuzes van bovenmannen en een paar bovendames dat het nog wennen is. Burgemeesters mogen we nog steeds niet echt kiezen. Premiers ook niet, al wordt dit vaak gesuggereerd. Het staatshoofd trouwens ook niet. En Senatoren evenmin. We mogen stemmen op leden van de Tweede Kamer, gemeenteraden en Provinciale Staten. Met wie zij vervolgens zaken doen, moeten we maar afwachten.

Wat dat laatste betreft, zouden de vijf partijen die het Kunduz- of Lente-akkoord sloten openbaar kunnen toegroeien naar regeringssamenwerking na de verkiezingen van 12 september. Door de kern van die samenwerking bij de kiezers aan te bevelen. ‘Mits u ons een meerderheid bezorgt, zijn wij van plan het land als volgt te besturen.’ Maar zover is het nog lang niet.

Het summiere akkoord over de begroting 2013 is op vitale onderdelen nog niet af. Het was vooral gericht op een snel politiek signaal. Het Nederlandse volk, Brussel en de financiële markten moesten zien dat Den Haag met een koel hoofd kan regeren als het moet. Economen wijzen op de schadelijke btw-verhoging en een tekort aan duurzame maatregelen om de woonmarkt te bevrijden van alle goedbedoelde, naoorlogse ontwrichtingen.

Politiek gezien is er na de eerste euforie door betrokkenen geen warm woord gezegd over de Lentecoalitie. De VVD ontloopt het soort interne afrekening rond de PVV-samenwerking waar het CDA doorheen gaat, maar zal de komende tijd moeten kiezen tussen naar rechts blijven hangen en wat begrijpender klinken jegens bijvoorbeeld de drie Lentepartners.

De ChristenUnie relativeerde de proefcoalitie gisteren: met D66 zijn de verschillen in levensvisie groot en de VVD en het CDA wisselen ijskoud van partner als het uitkomt. Sap had al eerder gezegd dat zij liever de PvdA in plaats zag van de VVD. Het CDA hervindt zijn wendbaarheid. D66 zwijgt nog even.

Iedereen knokt dus voor zichzelf. Zo gaat dat in verkiezingstijd. Daar hoort het oprekken van verschillen bij. Omdat ‘grote fracties’ steeds kleiner worden in de Kamer, zijn er misschien wel vijf partijen nodig voor een meerderheid en duurt het straks langer om al die spierballen weer in de plooi te krijgen. Het is een gepasseerd station, maar je kunt je afvragen waarom Rutte, Verhagen en de anderen na het klappen van de Catshuisronde niet even hebben nagedacht over de voor- en nadelen van nieuwe verkiezingen.

Zeker, het is gewoonterecht geworden dat op een kabinetscrisis verkiezingen volgen. Maar dit geval én de omstandigheden waren uniek. Men had ook kunnen zeggen: we hebben al een minderheidskabinet, dat regeert door zolang het gaat, maar liefst tot en met de begroting voor 2013. Dan was voorlopig ieders aandacht gericht op de opnieuw uitbarstende Europese en bankencrisis. Men had zelfs op grond van de uitslag van 2010 een Kunduzkabinet kunnen vormen. Nergens staat dat dat niet mag.

Zo is het niet gegaan. Naarmate 12 september nadert, zullen ook de Lentevrienden zich steeds meer van elkaar willen onderscheiden, met spitsigheidjes die niet bevorderlijk zijn voor het verstevigen van het vertrouwen. Nu valt te voorzien dat Nederland zomaar acht maanden met een demissionair kabinet de crisis doormoet. Zonder in Belgen-zonder-kabinet-moppen te vervallen, is dit ook een uiting van de binnenlandse politieke crisis.

Dat is een van de zorgelijke aspecten van die leuke leiderschapsraces: alles is veel te kwiek en guitig om toe te komen aan de door Fortuyn en anderen blootgelegde politieke vertrouwenscrisis. Aan de vraag hoe we het systeem zo aanpassen dat burgers kunnen meepraten én mede verantwoordelijk worden voor de lastige keuzes waar dit land als onderdeel van een zwaar beproefd Europa niet aan kan ontkomen.

De Nederlandse discussie over op de pof stimuleren of eerst bezuinigen woedt net zo in de rest van Europa. Economen zijn het soms eens over deeloplossingen, zelden over het geheel. Het is aan politici te kiezen uit die economische waarheden en een samenhangend ideaal te ontvouwen, mét de bijbehorende keuzes voor de verzorgingsstaat en de toekomstige welvaart. Nee-roepers hebben het alleen voor het zeggen zolang idealisten zwijgen. Of zich beperken tot tekortpercentages.

Het lastige voor allen die zich in de politieke arena wagen, is dat de verkoop tijdens de aardbeving doorgaat. Alles moet tegelijk: besturen, financiën op orde brengen, de banken gezond maken én brengen tot een andere risicoafwikkeling, Europa wegsturen van de afgrond én burgers hoop geven op een democratische toekomst die hun angsten en instincten serieus neemt. Petje af voor de door idealen gedreven kandidaten in al die leiderschapsraces. Emile Roemer heeft al gewonnen.

marc chavannes

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl