Leven met vogels – van alk tot zebravink

Biologie

Dan zijn het kippen, dan zebravinken of zeekoeten. Tim Birkhead is al zijn hele leven onder de vogels. Hun overspel is zijn specialisme.

‘Zeekoeten zijn net mensen. Paartjes blijven meestal een leven lang bij elkaar en hebben elk een vaste plek binnen de kolonie waar ze jaar na jaar naar terugkeren om te broeden. Dat doen zeekoeten gemeenschappelijk. Ze zorgen niet alleen voor hun eigen eieren en jongen, maar ook voor die van hun buren.

“Maar achter die façade van monogamie en gemeenschappelijke broedzorg zijn zeekoeten behoorlijk promiscue. Als student las ik een artikel van de Deense ornitholoog Nørrevang hoe een vrouwtjeszeekoet met een handvol verschillende mannetjes paarde. Het was een zijdelingse opmerking in zijn artikel, een toevallige observatie, maar ik vond dat ontzettend spannend.

“Toen ik met mijn promotieonderzoek begon, op de klifkusten van Skomer Island [ten westen van Wales, red.], kon ik het overspel met eigen ogen zien. Waarom deden de zeekoeten dat? Ik deed twee voorspellingen. Als het voor mannetjes evolutionair voordelig is om met meerdere vrouwtjes te paren, als zij zo meer nakomelingen krijgen, zouden ze vooral met een ander vrouwtje paren als zij vruchtbaar is. Anders heeft vreemdgaan geen zin. De andere voorspelling was dat mannetjes binnen een paartje hun vrouwtje juist vaker van andere mannetjes zouden afschermen als zij vruchtbaar was. Beide voorspellingen klopten.

“Op Labrador, in Canada, kreeg ik de kans die observaties te bevestigen en verfijnen. Op Skomer daalde ik met touwen af langs de kliffen, gewapend met hengels en haken, om vogels te vangen en met kleuren te markeren zodat ik ze ook van afstand zou herkennen. Maar op Labrador broeden zeekoeten op vlakke grond. Bovendien komt hier een afwijkende vorm voor, de gebrilde zeekoet, met een wit ringetje rond zijn oog. Ongeveer 30 procent van de paartjes op Labrador bestond uit een gebrilde en gewone vogel. Het was alsof iemand de complete kolonie voor ons gemarkeerd had!

“Halverwege de jaren 80 konden we met DNA-technieken vaststellen of al dat vreemdgaan ook leidde tot buitenechtelijke kuikens. De promovendus die ik op dat moment begeleidde en ik sloten toen een weddenschap af. Hij dacht dat 5 procent van de kuikens van een andere vader was dan de zorgvader, ik dacht 10 procent. Het bleek uiteindelijk 7 procent. Dat is behoorlijk laag, vergeleken met andere vogelsoorten.

“Eigenlijk was mijn dissertatie geen onderzoek naar seksueel gedrag en spermacompetitie, maar een populatiestudie. In de jaren 30 broedden er nog honderdduizend zeekoeten op Skomer Island. In zulke grote zeekoetkolonies staan de vogels echt snavel aan snavel en vleugel aan vleugel. Dat is hun voornaamste verdediging tegen raven en meeuwen, echte kuiken- en eierdieven. In het geval dat zo’n vogel zich toch in de buurt van een zeekoetnest waagt, stormen koloniegenoten vanuit de achterste rangen naar voren, om hem te verjagen.

“Toen ik aan mijn promotieonderzoek op Skomer begon was de zeekoetpopulatie al jaren aan het dalen, naar 2.000 vogels. De kolonie raakte door die krimp ontwricht. Als een paartje wegviel, ontstond er een gat. De zeekoeten eromheen bleven stug op dezelfde plek broeden. Ze vertikten het om dichter naar elkaar toe te kruipen. Voor de raven en meeuwen was het prijsschieten.

“De zeekoeten waren ook nerveuzer toen. Als er een raaf overvloog, bogen ze hun hoofd en kreunden ze. Een ‘alarmbuiging’. Inmiddels heeft de populatie op Skomer zich weer gedeeltelijk hersteld, en broeden er jaarlijks zo’n 20.000 vogels. Het contrast met de jaren 70 is groot. De kolonie blaakt nu weer van zelfvertrouwen. Als ik een zeekoet probeer te vangen, vluchten de vogels niet meer weg. Ze kijken me bijna tartend aan, alsof ze zeggen ‘kom maar op’. Door die bravoure ringen we nu makkelijk vijftig vogels in een uur. In de jaren 70 haalde ik dat niet eens in een heel seizoen.

“De kolonie is wat de zeekoet vertrouwen geeft, maar de gemeenschap is niet onverwoestbaar. Onder extreme stress verdampt die sociale cohesie. Een aantal jaar geleden dreigden op het Isle of May [Schotland] ouders én kuikens te verhongeren. Terwijl de volwassen zeekoeten uitvlogen, op zoek naar voedsel, pikten de buren hun kuikens dood. Traumatisch, voor de onderzoekers die dat zagen. Op Skomer heb ik maar één keer meegemaakt hoe een kolonie in paniek raakte. De klif waarop de vogels broedden begon af te brokkelen. De zeekoeten draaiden volledig door en pikten op elkaars kuikens in. Vreselijk om te zien.

“Van ons wetenschappers wordt verwacht dat wij objectieve waarnemers zijn. Dat we observeren en noteren, zonder persoonlijk betrokken te zijn. Maar dat is onzin. De meesten van ons bestuderen diergedrag omdat we van dieren houden. Punt. Het is onmogelijk om niets te voelen als alles gruwelijk mis lijkt te gaan.

“Zo is het zenuwslopend om te zien hoe zeekoetkuikens het nest verlaten. Ze kunnen dan nog niet vliegen, en storten zich in de schemering van de kliffen, samen met hun vaders. De meeste kuikens landen in zee, maar sommige springen en raken een rots. Dan ligt zo’n kuiken gewond aan de voet van de klif, zijn vader roept hem op zee, het kuiken roept terug, terwijl boven hem meeuwen zo groot als ganzen jagen.

“Eén keer zagen we hoe een meeuw een zeekoetkuiken in zijn geheel opslokte. Dat was al vreselijk. Maar tot ons afgrijzen braakte de meeuw het kuiken even later weer uit, levend. Het diertje plopte zo in zee. Het probeerde nog naar zijn roepende vader te zwemmen, we hoopten dat hij het zou halen, maar de meeuw kwam terug en verslond het kuiken. Voorgoed deze keer. Hartverscheurend.