Ik zou graag de loting willen controleren

Arjen Fortuin neemt in de Week van het Sportboek de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met aforismen, het avondje NAC en mama’s pappot.

‘In het land der blinden is eenoog koning, maar hij blijft eenoog.’ Zou dit over de Week van het Sportboek gaan? Deze alternatieve boekenweek begon maandag met de toekenning van de Nico Scheepmaker Beker aan het vorig jaar verschenen Eversteijn. Bokser & Herenkapper 1949-1983 van Carel van Hees. Boksboeken zijn vaak uitstekende sportboeken, maar er verschijnen er weinig. Deze week moeten we het doen met de nieuwe Pieter Winsemius, die in Toeval is logisch (Balans, 192 blz. € 14,95) een reeks aforismen van Johan Cruijff onder de loep legt. Inmiddels is het verzadigingspunt wel bereikt. Cruijff: „Ik ben overal tegen. Tot ik een besluit neem, dan ben ik ervoor.” Tja. Winsemius voegt toe: „Zodra voorlieden op safe gaan spelen, verliezen ze hun kracht.” Tjeempie.

Nee, dan: „Als zo’n jongen gewoon echt niet meer wil, dan gaat het ook niet lukken.” Niet van Cruijff, maar van Nadia Elia, de moeder van de nu al voor het EK afgevallen aanvaller, in Voetbalmoeders. 11 moeders over hun zoon, voetbal en eten van Diana Kuip (Prometheus / Keff & Dessing, 160 blz. € 15,- ). Goeie foto’s: moeder Van der Sar plukt een appel, moeder Van der Vaart met een potje voedingssupplementen op het aanrecht, moeder Van Bommel met een glas rode wijn op diverse locaties in huis. De moeder van Nigel de Jong onthult een klassenkloof bij Ajax. Haar zoon kwam als kind altijd te dik terug van vakantie, omdat hij veel AA’tjes dronk. Die waren goedkoop. Ajax gaf voedingsadvies: „Biefstuk bijvoorbeeld? Ja leuk, maar waarvan moet ik dat betalen?”

Nog een aforisme: „NAC, dat is bier drinken en kut roepen.” Sjoerd Mossou gebruikt de zin in het begin van Avondje NAC. Een liefdesverklaring (Bertram + De Leeuw, 190 blz. € 12,50) en probeert dadelijk uit te leggen dat we er niet te zwaar aan moeten tillen: „Er zit zelfspot in opgesloten – en ironie, maar ook een trots soort levenslust.” Een avondje NAC is geen supportersboek annex zelfonderzoek zoals Tim Parks en Nick Hornby die wel schreven, het is het relaas van een man die maar geen genoeg kan krijgen van de gezelligheid bij de club die eigenlijk nooit iets wint. Mossou, die voor het Algemeen Dagblad schrijft, is het soort man dat na een ongelukkige loting in het bekertoernooi aan de KNVB vraagt of hij de lotingsmachine mag testen. En die schrijft dat de asbak die op 6 oktober 1979 grensrechter Matena tot bloedens toe verwondde wel uit een NAC-vak werd gegooid, maar dat het ‘aannemelijk’ is dat de dader toch een Feyenoord-fan was. Schitterende foto’s van het oude stadion: daar stond je gewoon op een aarden wal tegen een reclamebord geleund naar de wedstrijd te kijken.

Over het in 1996 afgebroken stadion had Wilfried de Jong, tv-maker en columnist van deze krant, een prachtige reportage kunnen maken. In het tweede verhaal van zijn fietsverhalenbundel Kop in de wind (Podium, 172 blz. 17,50) zoeft de hoofdpersoon over een dijkje langs een sloot als in de verte twee meerkoeten aan een trage oversteek beginnen. „Nog een meter of vijftig. De vogels moesten nu wel een beetje voort gaan maken.” Dat gaat mis, er knakt iets onder De Jongs achterwiel. Even later vraagt hij zich af: ‘Wanneer is een vogel dood?’ Volgt ook nog de begrafenis langs de kant van de weg, terwijl twee andere fietsers aan komen zoeven, in shirts van grote ploegen. Prachtig beschrijft De Jong zijn eigen schaamte, ze hebben hem toch niet zien graven? „Voor de vorm prutste ik wat aan een remblokje van mijn achterwiel.”

Sportboeken varen wel bij een zekere gekte: boeken waarvan de scepticus zich afvraagt waarom ze in ’s hemelsnaam zijn gemaakt terwijl de liefhebber niet begrijpt waarom hij zo lang op dit briljante idee heeft moeten wachten. Dat is het geval bij het geweldige Wat een goal. Een kleine canon van het moderne voetbal van Maarten Moll (Thomas Rap, 304 blz. € 17,90): een overzicht van memorabele voetbalmomenten geordend naar de minuut waarin ze voorvielen, waardoor een universele voetbalwedstrijd ontstaat waarin alles samenkomt: in de 21ste minuut kopt Marco van Basten Ajax naar 1-0 in de Europacup 2-finale tegen Lokomotive Leipzig (1987), in de 22ste minuut (1995) maakt de Colombiaanse keeper René Higuita zijn befaamde salto-schorpioenenredding op Wembley („Dan werpt hij zich voorover. Duikt onder de bal door. Klapt zijn benen met kracht naar achteren. En schiet de bal met zijn hakken uit het doel.”) Nog in dezelfde minuut (1982) neemt Cruijff zijn beroemde penalty-in-tweeën met Jesper Olsen. Later zegt hij: „En zo met een geintje is het ontstaan. En dan moet je gewoon het juiste moment afwachten om het te doen.”