Hoe het CDA de lessen van Kay uitvoert, zonder het te zeggen

Illustratie Hajo

Praat een paar minuten met Kay van de Linde en je gedachten dwalen af. De gelijkenis met vader Wibo, de rechtse presentator van Tros Aktua in de jaren zeventig – toen rechts voor veel media nog een verdachte eigenschap was – is te treffend om te negeren. Lichaamstaal, oogopslag, een lichte neiging tot bombast – je ziet Kay en je denkt: Wibo.

Kay van de Linde (49) vindt dit geen vervelende opmerking. Familieleden betrappen hem vaker op onbewuste imitatie van zijn vader, vertelt hij met de aarzelende tevredenheid van de man die, tegen de stroom in, een zwaar stempel op Nederland drukte.

Nu zelfs het CDA deze week begon aan lijsttrekkersverkiezingen viel het me op dat niemand het revolutionaire karakter van deze trend aansneed. Een revolutie die Van de Linde, na decennia voorwerk van D66, in 2001 in gang zette. Want wie de historie van de christen-democratie kent, de stroming die de laatste honderd jaar bijna altijd mee regeerde (en van Nederland geen rotzooi maakte), kan er niet omheen dat verkiezingen van een lijsttrekker wezensvreemd aan die beweging zijn.

Het CDA werd in de jaren zeventig behalve uit lijfsbehoud gevormd om nationale consensus te bewaren. Geen partij kon strijdige belangen binnenskamers beter wegpraten – werkgevers en werknemers, patiënten en artsen, katholieken en protestanten. Altijd hadden ze het over gespreide verantwoordelijkheid van staat, instituties en individu. Sla een partijdocument van de laatste dertig jaar op, inclusief het het Strategisch Beraad uit 2012, en het woord samen domineert de pagina’s.

Dus tegenstellingen uitvergroten, wat je bij zo’n verkiezing natuurlijk doet, of kandidaten die persoonlijke verschillen benadrukken (idem), kun je onmogelijk karakteristiek voor het CDA noemen. Je zag de spanning deze week terug in de optredens van de kandidaten, die begrijpen dit ook, en dus mondden hun debatten uit in een soort groepssessies. „Helemaal eens met Sybrand.”

Maar de principiële keuze voor lijsttrekkersverkiezingen is breed gemaakt – en dat zullen we nog weten. De PvdA begon al in 2002. De voorzitter speelt nu zelfs met het idee niet-leden een stem te geven. De VVD deed het licht aan met de strijd Rutte-Verdonk in 2006; Kay van de Linde, toen Rita’s showmaster, weet er alles van. Op die wijze werd het idee dat „meer democratie betere democratie oplevert” zo dominant dat zelfs het CDA er niet meer tegenin durft te gaan, zei oud-partijstrateeg Jan Schinkelshoek aan de telefoon. Anders ben je „conservatief – en in Nederland kun je beter brandstichter zijn”.

Toch blijft Schinkelshoek sceptisch, ook nu hij deze week toetrad tot de programcommissie. De beste debater is niet vanzelf de beste leider. En al bracht ook het oude systeem zwakke politici voort, het gaf wel stabiliteit. „Dat kunnen we nu goed gebruiken.”

Bovendien gedijt gespreide verantwoordelijkheid alleen bij tegenmacht. „Een gekozen leider zet dat geliefkoosde partijbeginsel onder druk.” En nu is er nog geen indicatie dat CDA-kandidaten extern geld werven, maar wie voorkomt dat dit de volgende keer gebeurt? „Dan krijg je leiders die, stilzwijgend of niet, belangengroepen of bedrijven vertegenwoordigen.” In feite, zegt Schinkelshoek, is dit alles „de vrucht van de Fortuyn-revolutie en het CDA is er als laatste voor gevallen”.

Vandaar dat ik woensdag, in een Hilversums café, uren doorpraatte met Kay van de Linde. De man die in 2001 uit de VS terugkeerde en zich bij de VVD aanbood. Hij schreef een notitie („campagne is oorlog”, „polariseer”, werf fondsen als in de VS) waarvan partijleider wijlen Hans Dijkstal „gruwde”. Nu zou dit stuk, inclusief typefouten, verplichte stof voor eerstejaars politicologie moeten zijn: het is de aankondiging van de politieke cultuur zoals die zich nadien ontwikkelde.

Hij nam zijn ideeën mee naar Leefbaar Nederland, Pim kwam op, nu kon hij toch Amerikaans fondsenwerven („tonnetje voor Pim”) – en Van de Lindes ideeën bewezen zich. Dus vroeg Rita hem toen ze in 2006 tegen Rutte op ging, en daarna Trots op Nederland vormde – dat daarna aan interne miezerigheid ten onder ging. Evengoed liet hij ook daar naar eigen zeggen zien dat zijn Amerikaanse ideeën werken. Zo ook Wilders in 2010. „Het is bewezen dat je met een keiharde campagne in de macht kunt inbreken.”

Toch zien mensen hem als loser, vooral door ToN. Interessant misverstand. Door de reuring die hij veroorzaakte haalt hij zoveel opdrachten als mediaconsultant binnen dat geld zijn minste zorg is, zei hij.

Maar politiek blijft hem trekken; de revolutie is niet volbracht. Nu bijna alle partijen hun leider kiezen, is het vervolg een kwestie van tijd. Nederland kent geen wettelijk verbod op private financiering van partijen, dus kan het de volgende ronde gebeuren „dat een miljonair zegt: ‘hier heb je 20 miljoen, maak mij premier’”, zei Van de Linde.

Hij kent het tegenargument. „Nee, zó doen wij dat hier niet in Nederland.” Dat zei Dijkstal in 2001 ook. „Dan denk ik: we doen het lekker wel.” Zoals het ook mogelijk zou zijn dat ondernemers wat miljoentjes vrijmaken om te beletten dat Roemer premier wordt. „Ik kan hem totaal zwartmaken. Heel eenvoudig.”

Natuurlijk ziet hij ook de nadelen. In de VS heeft de polarisatie die hij bewierookt, een verstikkend wantrouwen in de maatschappij geïnjecteerd. Zodat al die democratie – al dat eindeloze kiezen in voorverkiezingen – politici produceert die het land onbestuurbaar maken. „Een feit. Absoluut”, zei Kay van de Linde, zonder reserves.

Ik zei: maar dan is zo’n aanval op het bestel vooral fijn voor consultants zoals jij. Niet voor het land zelf. „Best een terecht punt”, zei hij. „Ik heb twee bewegingen gesteund die het populisme versterkten, en het wantrouwen hebben gevoed. Dat mag je me aanrekenen.”

Maar uiteindelijk ligt dat eerder aan het vermolmde bestel dan aan zijn strijd ertegen, zei hij. „Ik heb niet veroorzaakt dat het stelsel zo wankel is.” Een systeem uit de tijd van paard en wagen is het, zei hij, waar mondige, hoogopgeleide burgers domweg geen achting meer voor hebben. „Ik ben alleen maar de technicus die daarvan gebruikmaakt.”