‘Hij leeft voor mij’

Nathalie IJzerman-Emons (1970), kunstenaar, over haar grote liefde Ron.

Ron IJzerman, 2010

Eerst een rondleiding. Dit is hun werkplaats, in een voormalige paardenstal. Ron giet brons, zij maakt beelden. Engelen zijn haar specialisme.

‘Mijn relaties waren vaak problematisch. Ik ben een mooie vrouw met een sterk karakter, en die combinatie maakt mannen agressief, ze kunnen er niet tegen. Ik vocht voor mijn vrijheid en dat gaf bonje. Toestanden. Het hoort ook wel bij mij, ik ben van ‘boem-boem’, hoge pieken en diepe dalen. Ik ben kunstenaar, ik heb dat nodig. Maar leuk was het allemaal niet.

„Op mijn 32ste besloot ik: ik wil nooit meer een man. Ik ben er klaar mee. Mocht de ware zich nog aandienen dan ga ik ervoor, maar zo niet, jammer. Ik heb respect en vrijheid nodig. Mijn leventje was ook vol: ik had een atelier in de Haagse binnenstad waar ik me aan mijn kunst wijdde en werkte daarnaast parttime als psychologe. Ik verdiende voor het eerst een goed salaris. Mijn ouders wilde ik daar graag in laten delen door ze een cadeau te geven, iets substantieels. Ik had ze jarenlang klauwen met geld gekost, door een reeks afgebroken studies en ander gedoe. Nu dacht ik: ik geef ze een van mijn engelenbeelden, gegoten in brons.

„Er was maar één bronsgieter in de stad. Collega-kunstenaars gaven me het adres, in Scheveningen. Daar was Ron. We dronken koffie en praatten over ons werk. Ik bleef maar een uurtje denk ik, maar ik ging helemaal licht en blij weg. Ik was thuisgekomen.

„Ron en ik hadden zoveel gespreksstof. We vonden elkaar in de kunst: hij vond mij een echte kunstenaar, de reïncarnatie van Camille Claudel. Ons contact was meteen zo goed dat we afspraken om geen verhouding met elkaar te beginnen. Dat was zonde, vonden we – vrienden voor het leven was beter. Toen het beeldje voor mijn ouders klaar was, zei Ron: joh, als je het komt ophalen, blijf dan gezellig een hapje eten. Ik zei ja. Ik was niet zenuwachtig.

„De kamer stond vol kaarsjes. Ron had een feestmaal gekookt, met avocado vooraf en toen zalm uit de oven met tagliatelle en heel goede rum toe. Ik had nog nooit een man ontmoet die kon koken. Een paar weken later brak ik mijn voet, en toen haalde Ron me over om me door hem te laten verzorgen. Hij was onwijs lief. Zijn huis werd verbouwd, maar hij vulde elke avond een grote metselkuip met emmertjes warm water zodat ik in bad kon. Ik was zo gelukkig dat ik mijn huis en mijn baan heb opgezegd en bij hem ben gebleven. Nu ben ik compagnon in Rons bedrijf. Hij heeft me leren bronsgieten, en we inspireren elkaar in ons vrije werk.

„Ron is mijn lotje uit de loterij. Hij leeft voor mij, hij doet alles voor me. Ruzie maken we eigenlijk niet. We hebben allebei onze rotkanten, maar we zijn oud genoeg om te weten dat je elkaar dan gewoon even met rust moet laten. Je kunt de ander toch niet veranderen. Gewoon een pauze nemen, daarna ziet alles er weer beter uit.

„Ron is op jonge leeftijd getrouwd geweest en heeft twee volwassen dochters. Die moesten mij ook leren kennen en accepteren – met de oudste scheel ik maar een jaar. Het ging probleemloos, vooral doordat ze zagen hoe gelukkig hun vader was. In de zomer van 2004, een klein jaar na onze eerste ontmoeting, zijn Ron en ik getrouwd. We wilden een strandfeest, dus hebben we gewacht tot het mooi weer was. Er waren wel driehonderd mensen en ik was helemaal in het wit, als een prinsesje. Rons kleinkind, het dochtertje van zijn oudste dochter, was mijn bruidsmeisje. We hebben op de tafels gedanst.”

Ron komt terug van een ommetje met Skip, hun Mexicaanse naakthond-met-haar, en steekt de kachel aan. Hij praat niet graag, zegt zij. Alleen met haar.