Die kop over 4 mei was onbeschaamd 'Jodenherdenking' was een misgreep

Met verbazing en een gevoel van walging heb ik het artikel ‘Maak dodenherdenking geen Jodenherdenking’ gelezen, op de Opiniepagina van 7 mei. Ik kan niet bepalen of de kop van Ewoud Sanders is of niet, maar ook deze is van een onbeschrijfelijke onbeschaamdheid.

Hoe men ook over het invullen van 4 mei denkt, er is maar één groep die werkelijk recht van spreken heeft: de eerste generatie slachtoffers, ofwel slachtoffers van vervolging of van de moed van henzelf of naasten om in verzet te komen tijdens de Duitse bezetting. Zolang zij nog leven, moeten wij – tweede generatie en later, die niets hebben meegemaakt – onze mond houden.

Of men in Vorden wel of niet langs graven van Duitse soldaten moet lopen? Ik weet het niet en wil er ook geen oordeel over vellen. Wie ben ik? Een Joodse man die is geboren in 1950. Heb ik recht van spreken?

O. Levits

Noordwijk

'Jodenherdenking' was een misgreep

Er kwamen 65 brieven binnen over dit stuk, en op nrc.nl ruim vierhonderd reacties. De brieven waren overwegend afwijzend tot woedend, de reacties op de site veel meer instemmend. Steen des aanstoots was met name de kop, uit de tekst van het artikel.

Sanders zelf zegt: „Bij nader inzien zou ik ‘Jodenherdenking’ niet hebben gebruikt in de kop en het stuk. Bij sommige lezers heeft dit geleid tot het misverstand dat ik zou vinden dat er tijdens de dodenherdenking geen aandacht zou moeten worden besteed aan de moord op de Joden en dat Joden dit maar op een eigen dag moeten gedenken. Dat is geenszins het geval. De Shoah moet ook wat mij betreft een centrale plaats houden in het onderwijs over de oorlog en tijdens de Dodenherdenking. Maar ik vind niet dat Joods Nederland, via de rechter of anderszins, moet bepalen wat wel en niet gepast is op een nationale gedenkdag.”

En de krant? Die sprak zich uit tegen een ruimere 4-meiherdenking (Herdenk 4 mei de slachtoffers, 2 mei).