Dagmenu

Elke middag wordt op het schoolbord voor de ingang van het restaurant bij ons in de buurt het dagmenu geschreven. Vandaag: „Roodborstfilet met wokgroenten en gebakken aardappels, op=op.”

Als ik binnenkom informeer ik of er als voorafje ook merelpaté geserveerd kan worden. Het invalmeisje achter de bar kijkt me niet-begrijpend aan. Ik leg uit, ze verschiet van kleur. „Roodbáárs, het moet roodbaars zijn.” Even later zit ze buiten op haar hurken met een wisser en witte stift. Dan gaat haar mobiel en is ze meteen in druk gesprek.

Ik zie haar met een half oog het woord afmaken. „Had dat dan metéén gezegd”, snauwt ze in haar telefoon. Ik tik haar op de schouder, ze draait zich met een ruk om.

„Wát?” zegt ze geïrriteerd.

Ik wijs haar op het bord.

„De ‘b’, die hoort er ook nog tussen...”