Brieven over Wientjes

Wientjes heeft gelijk: de topkwaliteit zit ook niet meer in de politiek

De negatieve reacties van politici op de uitspraken van de heer Wientjes zijn begrijpelijk. Volgens de fractievoorzitters van de Tweede Kamer zou hij met zijn uitspraken de politiek gediskwalificeerd hebben. Of zijn uitspraken, in zijn functie als voorzitter van de werkgeversorganisatie, verstandig zijn, valt te betwijfelen, maar heeft hij ongelijk?

Feiten en cijfers geven aan dat er goede reden is voor zijn uitspraak „de echte elite zie je niet meer in de top van ons politiek stelsel”. Slechts 2 procent van de Nederlandse bevolking is lid van een politieke partij. Daaruit moeten onze volksvertegenwoordigers worden gekozen, eerst intern en daarna door het volk. Voor echte topkwaliteit is de spoeling wel erg dun.

Verder blijkt dat 70 tot 80 procent van de kandidaten uit (semi) ambtenaren bestaat. Van de dertig gekozen leden van de PvdA zijn weinigen afkomstig uit het reguliere bedrijfsleven en dat noemen wij onze volksvertegenwoordiging. Waar zijn de vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers uit de middenstand of zzp’ers?

Het is dan niet vreemd dat er een steeds grotere kloof ontstaat tussen overheid en burger, en dat het vertrouwen in de politiek steeds verder daalt. Dan kun je Wientjes wel verwijten dat zijn kritiek bijdraagt aan het verder „afbladderen van het politieke ambt” (Diederik Samson), maar is dat terecht?

De politieke partijen doen er goed aan om bij de aanstaande verkiezingen te streven naar een veel evenwichtiger samenstelling van hun kandidatenlijst, zodat er meer sprake is van echte volksvertegenwoordiging.

Lou Beeren

Groningen

Is Wientjes volgeling van Pim Fortuyn? Wij hebben het hier goed

Met enige verbazing heb ik de opmerking van werkgeversvoorzitter Wientjes over de kwaliteit van de Nederlandse politici gelezen.

Wientjes toont zich hier een gemakzuchtig volgeling van Pim Fortuyn. Als een opvatting maar goed en uitdagend wordt geformuleerd, lijkt de kortzichtigheid van die opvatting nauwelijks een bezwaar.

Voor wie alleen naar het dagelijkse politieke gewoel kijkt – vijf weken Catshuis en geen akkoord – heeft Wientjes misschien nog wel een punt. Maar we mogen het ook wel wat breder bekijken. Nederland is een land dat in erg veel opzichten een buitengewoon goed georganiseerd en prettig land is om in te wonen. Zeker in vergelijking met heel veel buitenlanden. Dat gold heel sterk tijdens Fortuyn en nu nauwelijks minder. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan onze politici.

Nederlanders horen dan ook, terecht, tot de gelukkigste mensen op de wereld. Ter lering van populisten en mensen met overspannen verwachtingen van de politiek, zou het nuttig zijn in de Tweede Kamer op een prominente plaats de lijfspreuk van dr. Willem Drees te schilderen:

‘Niet alles kan en wat wel kan, kan niet allemaal tegelijk.’

R. Roordink

Enschede