Bob en John gaven het cadeau van mijn leven

Dj Ruud de Wild had een bewogen week. Hij maakte een radiouitzending vanuit Auschwitz en er was de Fortuyn-herdenking, tien jaar na de moord. „Gewoon doorknallen en je niks aantrekken van de kritiek.”

Dinsdag 1 mei

Dag van de Arbeid. Het staat prominent in mijn lelijke Quo Vadis-agenda en dan moet ik er (waarschijnlijk dwangneurose) even bij stilstaan. Twee seconden is meer dan genoeg want mijn driejarige zoontje Johnny roept. Hij vindt het welletjes geweest en vraagt of mama of papa hem uit bed wil halen. Ik haal hem eruit en ga met hem naar boven (ja, wij slapen beneden). De rest van de familie volgt een paar minuten later.

De dagelijkse kermis is begonnen. Drukte, gezelligheid en helaas ook de eeuwige haast. Mijn dochter ziet mij in m’n hardloopkleding en legt nog een keer uit dat een man in een legging niet cool is. Ik probeer haar uit te leggen dat Adidas geen leggings voor mannen maakt. De helft van mijn koffie valt uit de mok op weg naar de voordeur. Droogt wel op, denk ik op weg naar loopmaat Rick. Elke dinsdagmorgen doen wij een paar uurtjes strand en bos in Castricum. Wat een rijkdom.

Na de training naar huis voor een douche en dan naar Radio 538 voor de redactievergadering. Om vier uur begint de uitzending en dat is alsof je wordt afgeschoten naar een planeet zonder tijd. Voor mijn gevoel knipper ik met m’n ogen en is het zeven uur.

Zo lang als ik voor de radio-uitzending aanwezig ben, zo snel zit ik erna in de auto. Dan zijn we leeg en moe. Dan wil ik naar huis. Niet meer praten. In de auto is er rust. Een half uur later wordt dat thuis weer gecompenseerd. En gelukkig maar. We eten samen en dan is mijn avond begonnen. Een flesje wijn gaat open en dan nemen we de dag door. Dat is de dag zo’n beetje. Slapen dus. Oh ja, ook nog kijken naar Travel Channel.

Woensdag

Straks doeken bestellen voor in mijn atelier. Altijd een leuke klus om weer na te denken over nieuwe afmetingen canvas. Zometeen een paspoort voor mijn jongste dochter aanvragen. Zes maanden oud en nu al een eigen reisdocument. Oh, nu ik eraan denk; mijn eigen paspoort niet vergeten. Straks namelijk naar Polen.

Nu ik het opschrijf is dat best gek. Vanavond ga ik voor de tweede keer in mijn leven en binnen twee weken naar Auschwitz, in correct Pools: Oswiecim. Best gek omdat ik buiten Auschwitz niets zou kunnen bedenken wat mij naar Polen zou voeren.

Jelte (collega) belt over een onderwerp in het programma. We praten erover. Ondertussen pak ik m’n tas voor de trip die direct na het programma begint. Straks meer.

Het is nu woensdagavond. Erardo, chauffeur van 538, bracht ons met de auto. We zijn tot Dresden gekomen. Direct naar m’n hotelkamer waar ik de tussenstop in m’n eentje vier met een biertje en een lullig pakje pinda’s.

Donderdag

Wakker worden in Dresden is leuker dan vooraf gedacht. Het hotel biedt een prachtig uitzicht over het herbouwde oude centrum. [Collega-dj] Edwin Evers belt. „Goedemorgen Ruud, waar ben je en wat ga je doen?” Ik vertel hem dat ik onderweg ben naar Auschwitz om een radiodocumentaire te maken met ‘kampoverlever’ Bob Cohen. Bij mijn weten is er nog nooit zoiets gedaan op de Nederlandse popradio. Ik ben zenuwachtig en trots. Als het maar goed gaat. Ik heb de afgelopen maanden met alle Joodse en niet-Joodse instanties contact gehad die maar iets te zeggen (wilden) hebben over de uitzending.

Met hun goedkeuring op zak zijn we op weg naar de hel. Onderweg telefoon. Het is een redacteur van een roddelprogramma op tv. Hij vraagt of ik de column heb gelezen in een gratis ochtendkrant. Het antwoord is ‘nee’. De redacteur vertelt dat de columnist doet alsof hij een gesprek met me heeft. Hij zou zelfs in mijn atelier zijn geweest. De redacteur klinkt aangeslagen en biedt mij ruimte om te reageren. Ik dacht er met een ‘nee, bedankt’ af te zijn maar dat lukt niet. Ik zou ruimte kunnen krijgen om dit recht te zetten. Hij blijft aandringen dat ik in de uitzending moet komen. Nogmaals vertel ik ‘m dat ik niet vóór mijn Auschwitzdocumentaire ga praten. Wat heeft het voor zin? Je kunt je toch niet wapenen tegen mensen die vooraf al een mening hebben. De redacteur blijft aandringen. Ik hang op. Dat Poolse netwerk is soms zo slecht.

Jelte, medepresentator van ruuddewild.nl, begint te lachen. Wat een tuig! Het zal je werk maar zijn.

Op de borden zie ik dat we arriveren in Polen. Drie uur voor de uitzending. De spannendste radiouitzending van mijn leven.

Donderdagavond: De uitzending is klaar. Ben heel benieuwd hoe het programma is ontvangen. Jonathan (onze redacteur in Hilversum) laat weten dat hij in zijn carrière nog nooit zo veel sms’jes zonder taalfouten heeft gekregen. Bijna allemaal positief. Trots rijden we via de McDonalds terug naar Nederland. Ik stop nu met typen want ik word misselijk van achterin zitten terwijl Erardo 220 kilometer per uur rijdt.

Vrijdag

Vroeg in de morgen arriveren we in Nederland. Het is 5 uur. Kapot van de indrukken en de reis. Een hoofdstuk van drie maanden wordt afgesloten. Ik kruip m’n bed in. Lekker tegen Aaf aan met het idee nog een beetje nachtrust te krijgen. Dat lukt anderhalf uur want de wereld om me heen heeft niets te maken met mijn trip. De deurbel gaat. De tegels voor de achtertuin worden afgeleverd bij de voordeur en geen millimeter verder, dat nemen ze heel letterlijk. Na twee uur slapen moet ik 950 kilo stenen versjouwen naar mijn achtertuin. Ik maak aanstalten om chagrijnig te worden maar de grap van mijn vrouw („niet zeiken, je hebt net 12 uur op je luie kont gezeten”) maakt alles goed. Koffie en aan de slag.

’s Avonds om acht uur is het stil op de Dam. Geen gek. Geen paniek. Geen gedicht over gevallen Duitsers. Een ouderwetse Dodenherdenking.

Zaterdag

De laatste drie maanden ben ik alleen maar druk geweest met de Tweede Wereldoorlog, nabestaanden, concentratiekampen, verontwaardigde mensen die hadden besloten dat ik niet de persoon was die een documentaire mocht maken uit en over Auschwitz. Gek dat er in Nederland blijkbaar een ballotagecommissie is die goedkeuring moet geven voordat je een integere documentaire mag (!) maken. Ik ben juist trots dat een commercieel station mij de ruimte geeft deze uitzending te maken. Soms word ik zo moe van die zure politiek-correcte meninkjes vooraf. En ik dacht dat vooroordelen eigenschappen waren van domme mensen.

Een telefoontje van John Manheim, voormalig voorzitter van het CIDI, maakt alles goed. Hij is trots op mijn radiouitzending. John heeft mij als een vader bij de hand genomen op het moment dat ik de hele goegemeente over me heen kreeg. Gewoon doorknallen en je niets aantrekken van de kritiek. „Het is belangrijk dat we het verhaal van Auschwitz doorvertellen. Juist bij 538, Ruud. Juist bij 538. Dus doorgaan. Juist jij.” John stond trouwens in de oorlog met z’n moeder op het perron en ontsnapte ternauwernood aan de nazi’s.

Zondag

Vandaag is het 10 jaar geleden dat Pim Fortuyn doodgeschoten werd. Hij stond tegen me aan. Overal in Nederland zijn herdenkingen. Ik doe er niet aan mee. Ik ga hardlopen. 15 kilometer met mijn zondagmorgenclubje. Acht jongens. Altijd gezellig. Een hoop testosteron dus ik baal ervan dat ik als laatste binnenkom.

Na de douche en koffie gaan Aaf en ik met de kinderen wat leuks doen. De buitenlucht in. ’s Avonds eten we pasta van Mangi en daar komen erachter dat het bijna ‘6 over 6’ is. Oei, wat nu? Toch gek. Ineens is het toch tien jaar later. Ik kijk in de achteruitkijkspiegel van mijn midlife Chrysler. Drie kinderen, een mooie vrouw en een lelijke auto. Goed gedaan, denk ik. Het is voorbij. Eerlijk is eerlijk: ik heb er best tegenaan zitten hikken. Tien jaar is zo’n grens.

Maandag 7 mei

De laatste dag van mijn Hollands Dagboek. E Bob en John zijn twee helden van mij geworden. Zij gaven het cadeau van mijn leven: trots. En dat is iets anders dan zelfingenomen.