Blijf bij de 3 procent

De economische prognoses die de Europese Commissie gisteren publiceerde, liegen er niet om: het gaat dit jaar slecht met de eurozone en het herstel volgend jaar zal mondjesmaat zijn. De eurocrisis werkt drukkend op het vertrouwen van consumenten en bedrijven en de harde bezuinigingspolitiek in vooral het Zuiden van Europa ondergraaft het herstel. Op de financiële markten is het na een korte periode van rust weer onstuimig. En in Spanje ontwikkelen zich langzaam de symptomen van een perfecte storm: het land zal volgens de prognoses van Brussel zijn eigen begrotingsdoelstellingen niet halen.

Duitsland daarentegen boert uitstekend, met een minimaal begrotingstekort, een economische groei van ver boven het eurogemiddelde, een relatief voordelige eurokoers en een rentestand die deze week een laagterecord bereikte.

Deze tweedeling in het eurogebied kan niet lang zo doorgaan. De eerste tekenen dat Duitsland begint bij te draaien, zijn er. Het zou goed zijn als daar een wat hogere inflatie wordt toegestaan om de rest van de euro-economie een duw in de rug te geven en zich makkelijker aan te passen aan het herstel van de balans tussen Noord en Zuid. Mocht de Europese Commissie daarbij met name voor Spanje enige rekkelijkheid betrachten, waarvoor Duitse steun onontbeerlijk is, dan is dat welkom. De vastgoedcrisis is daar dermate groot dat meer tijd nodig is die te bevechten. Niemand heeft er wat aan als de Spaanse banksector omvalt. Het risico daarop werd deze week onderstreept door de steunoperatie voor het bankconsortium Bankia.

De economische omstandigheden in de eurozone worden grimmiger. Noodzaakt dat nu ook meer rekkelijkheid ten aanzien van Nederland? Ons land is een geval apart. Wij rekenen ons intuïtief tot het Duitse, noordelijke kamp. De financiële markten doen dat vooralsnog ook. De rente op Nederlandse staatsleningen daalde gisteren tot net boven de 2 procent. Dat is zeer laag. Wie nauwkeuriger kijkt, ziet een land dat sinds de aanvang van de eurocrisis veel concurrentiekracht heeft verloren, gebukt gaat onder een grote particuliere schuld en lijdt onder de forse daling op de woningmarkt. Deze week maakte De Nederlandsche Bank maakte bekend dat ook de situatie op de markt van commercieel vastgoed dramatisch is. Dat heeft mogelijk gevolgen voor de stabiliteit van de banksector, die 80 miljard aan vastgoedleningen heeft uitstaan.

Wie dit allemaal optelt, komt dichter in de buurt van Spanje dan van Duitsland. Het verschil is er hoofdzakelijk een van reputatie. We horen in de Duitse groep, zolang niemand al te hard roept dat het anders is. Het gaat er vooral om de feitelijke economische en budgettaire situatie zodanig te verbeteren dat deze weer bij de reputatie van Nederland past. De schrikreactie van de markt op het vallen van het kabinet vorige maand en de opluchting toen er toch een akkoord kwam, illustreren dat er nog voldoende goodwill is.

Dat betekent dat Nederland zich in Europees verband achter een enigszins soepeler regime voor Spanje kan opstellen, maar zelf moet blijven streven naar een tekort dat in de afgesproken tijd binnen de limiet van 3 procent komt. De naaste toekomst van de Nederlandse economie is onzeker. Dat zou reden kunnen zijn niet te straf te bezuinigen. Maar die onzekere toekomst wijst er juist op dat de bakens op tijd moeten worden verzet. Het tonen van begrotingsdiscipline is een signaal aan de buitenwereld dat Nederland zijn positie als noordelijk land nog steeds verdient. Het is een signaal in eigen land dat hervormingen nodig zijn en besparingen essentieel. 2013 is niet het laatste jaar van de crisis. Er komen er nog vele voordat deze donkere episode achter de rug is.

Bezuinigen bij economische tegenslag is een hard gelag. Maar het zou nog erger worden als de situatie verder verslechtert. Beter nu de broekriem aangehaald dan later nog pijnlijker maatregelen te moeten nemen, onder omstandigheden die mogelijk nog guurder zijn dan vandaag.