‘Als je binnenkomt bij de overheid, win je de loterij’

Werd Carla Ortega (32) onlangs eindelijk weer uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, liep het uit op een belediging. Met haar academische opleiding en acht jaar werkervaring was ze meer dan welkom bij het architectenbureau. Maar alleen als stagiair. Tegen een vergoeding van 300 euro per maand. De crèche van haar jongste (15 maanden) kost al 450 euro. „Het zou me geld kosten daar te gaan werken”, vertelt ze in haar appartement in Barcelona. Boos verliet ze het gesprek. „Ze hadden mijn cv gelezen. Hoe durven ze dan met zo’n aanbod te komen.”

Ortega is werkloos sinds januari 2010. Haar vorige baan van invalkracht bij de regionale overheid raakte ze kwijt toen ze zwanger werd van haar tweede kind. Om bezig te blijven en zich te specialiseren, volgt ze nu een master. Deze winter had ze vier maanden werk: ze werd ingehuurd door een standbouwer op een beurs. Ook als stagiair.

In de praktijk deed ze hetzelfde werk als collega’s met een jaarcontract, maar ze kreeg met 400 euro nog geen derde van hun salaris. „Zíj hadden een lunchvergoeding van 20 euro, ik van 7 euro. Zij gingen elke middag uitgebreid eten, ik haalde maar een broodje.”

Deze zomer loopt haar uitkering af. Het overschot aan architecten is enorm na het instorten van de huizenmarkt in Spanje. „Werkgevers kunnen ons uitbuiten en dat doen ze ook. Voor mij tien anderen.” Ze twijfelt wat ze moet doen: inzetten op slecht betaalde baantjes die aansluiten op haar opleiding en zo blijven werken aan haar cv? Of een baantje als serveerster zoeken, desnoods zwart, dat beter verdient maar een gat in je cv slaat? Of emigreren misschien?

Ze heeft al geprobeerd ambtenaar te worden. Bij het staatsexamen, dat nodig is om een vaste aanstelling te krijgen, haalde ze geen hoog cijfer. Haar ervaring als invalkracht bij de regionale overheid heeft haar niet enthousiast gemaakt. „Als je binnenkomt bij de overheid, win je de loterij. Er zijn heel veel mensen die de hele dag niks te doen, omdat ze weten dat ze niet ontslagen kunnen worden. Terwijl de invalkrachten juist tot tien uur overwerken in de hoop op te vallen.”

Haar man heeft een goedbetaalde baan. „Nu komen we net rond, al moeten we soms ook interen op spaargeld en betalen we niet elke maand de hypotheek. Zijn salaris alleen is straks niet voldoende. Dit jaar gaan we daarom niet op vakantie.”

Als ze het nieuws over de crisis volgt, vraagt ze zich binnen een paar minuten af waarom. „Elk keer zeggen ze: volgend kwartaal, of volgend jaar, komt er weer groei. Maar dat hoor ik al sinds 2008. Als ik er te veel over nadenk, krijg ik het op mijn zenuwen. Dit moet geen jaren duren.”