Zonder economische groei wordt het niets met het oude continent

Hoe zwengel je de groei aan zonder dat het een cent kost? Dat is de vraag waar de landen van de Europese Unie voor staan, zo blijkt ook uit het jongste rapport van eurocommissaris Rehn. Want lidstaten moeten ook hun tekorten en schulden reduceren.

Van de economische prognoses die eurocommissaris Olli Rehn vandaag bekendmaakte, wordt niemand vrolijk. Hij voorspelt langzaam economisch herstel. Maar de meeste landen in Europa gaan gebukt onder een hoge schuldenlast en tekorten. De banksector is verlamd. De werkloosheid loopt op. Als landen flink groeien, is dit weg te werken zonder te veel economische en politieke schade. Maar groei, zo bevestigt Rehns rapport, blijft op het ‘oude continent’ hét grote probleem.

Geen wonder dat politici, die afgelopen jaren vooral aan begrotingsdiscipline gewerkt hebben, alleen maar over groei praten. ‘Groei’ is het nieuwe mantra van Europa. Maar hoe kun je dit aanzwengelen zonder dat het een cent kost? Over dit dilemma breken politici en ambtenaren zich in heel Europa het hoofd.

Enerzijds staan de landsbestuurders onder druk van financiële markten en kunnen ze niet van het pad van ‘austerity’ af. Anderzijds voelen ze de hete adem van kiezers in de nek, die genoeg hebben van de kaalslag. Regeringen die investeren in groei helpen burgers niet alleen aan werk en inkomsten, maar ook aan hoop en perspectief. Als mensen hoop hebben, vallen ze – zeker in landen waar de verzorgingsstaat hard wordt gesnoeid – misschien minder snel ten prooi aan angst en rancune. En dus aan de quick-fix oplossingen waarmee linkse en rechtse protest-politici zo goed scoren.

In veel Europese landen dunt het politieke midden uit. Griekenland is een extreem voorbeeld, maar in EU-kernlanden als Italië, Nederland en Frankrijk zie je dezelfde tendens. Geen wonder dat regeringen overal in Europa methodes zoeken om de economie te laten groeien. Op 23 mei houden regeringsleiders er zelfs een top over.

De Europese Commissie heeft al maanden groeiplannen klaarliggen. Ze wil infrastructuurprojecten opzetten, die landen zelf niet meer kunnen bekostigen. De Europese Investeringsbank (EIB), die met de Europese begroting als onderpand goedkoop kan lenen, moet die projecten financieren. Ook kan de EIB helpen Europese subsidie naar arme regio’s te sluizen.

Veel Europese subsidie berust op co-financiering: Brussel betaalt een deel, het land een ander deel. Veel landen kunnen door de crisis hun bijdrage aan de plannen niet betalen. Geld én projecten zijn daarom bevroren. De Europese Investeringsbank zou het nationale deel voorschieten tegen lage rente.

Tot voor kort hoonden velen deze plannen weg. Wat dacht de Commissie wel: met sancties dreigen wegens begrotingstekorten, en zelf de big spender spelen? Dat nationale politici zoals de nieuwe Franse president François Hollande nu dezelfde plannen oppoetsen en presenteren alsof ze die zelf hebben bedacht, geeft aan hoe desperaat iedereen is. Eurocommissaris Tajani (Industrie) pleit voor een „derde industriële revolutie”. Zelfs het IMF adviseert landen die nog begrotingsruimte hebben, ineens om aan ‘economische stimulering’ te doen.

Bondskanselier Angela Merkel begrijpt dat ze deze nieuwe politieke dynamiek niet kan tegenhouden. If you can’t beat them, join them: ze probeert het nu zo te kanaliseren dat Europa voor groei gaat, op voorwaarde dat begrotingsdiscipline overeind blijft en groei niets extra’s kost. En volgens Rehn moet Europa „discipline en groei tegelijkertijd nastreven”.

Maar kan dit? De EIB is een gezonde, winstgevende bank. Maar ze lijdt onder de financiële verzwakking van haar aandeelhouders, 27 EU-landen, die een voor een hun triple-A-status verliezen. Als de bank meer gaat doen, moet er kapitaal bij. Tien miljard, zegt de Commissie. Groot-Brittannië en Oostenrijk protesteren al. Duitsland en Nederland maken politiek bezwaar: de financiering komt tot stand met ‘project bonds’, euro-obligaties waarbij schuld van alle landen gebundeld wordt. De Commissie wil in ruil voor deze operaties óók een stem bij de EIB, omdat de Europese begroting wordt gebruikt waar zij verantwoordelijk voor is. Lidstaten willen dat niet. Ook zijn er inhoudelijke bezwaren. Zijn infrastructuurprojecten de oplossing voor Spanje, Portugal of Italie? Ze zijn afgelopen decennia volgepompt met snelwegen en bruggen.

De Franse en Griekse verkiezingsuitslagen bewijzen hoezeer beloftes over groei mensen aanspreken. Maar een nieuw gevaar doemt op: wat als politici die beloftes niet waarmaken? Hoe reageert de kiezer als de Europese groeiplannen niet van de grond komen, en dit de zoveelste politieke hype blijkt? Mario Monti, de Italiaanse premier, is hier bang voor. Begin mei luisterde hij op een conferentie in Rome aandachtig naar de groeipleidooien van Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz. Maar toen Monti de microfoon kreeg, maakte hij – een ‘believer’ – er weinig woorden aan vuil. Zegt een deelnemer: „Monti heeft gelijk. Als iedereen in Europa zijn keel schor schreeuwt, kun je maar beter op je hoede zijn.”