Column

Wilde dingen

Toen Maurice Sendak dinsdag was overleden, en zij naar bed moest, pakte mijn dochter (8) zijn beroemde boek om het zich nog eens te laten voorlezen. Zij kan het zelf. Maar met dit boek wil ze het niet.

Mooi om je op wereldschaal voor te stellen: miljoenen kinderen die avond, veilig in pyjama’s, met Where the Wild Things Are.

Omdat we in Washington woonden, hebben we de oorspronkelijke Amerikaanse versie. Het beste kinderboek dat ik ken. Misschien zelfs het beste boek.

Pas deze week ontdekten wij, toch wel ontzet, dat het hier is vertaald als Max en de Maximonsters. Waarom niet Waar de Wilde Dingen Zijn? Je hoeft het verhaal niet eens te kennen om te zien wat die ‘Maximonsters’ plat drukken aan belofte en betekenis. Of ben ik de enige die zich over zoiets opwindt?

Ik belde uitgever Lemniscaat om te vragen of ze wel eens aan een nieuwe vertaling dachten. Door een stommiteit van mij liep het gesprek niet helemaal zoals gehoopt.

Maar eerst dat boek, uit 1963. Veel ouders en kinderboekenschrijvers „respecteren niet dat kinderen veel weten en veel lijden”, zei Sendak in een beroemd portret uit The New Yorker uit 1966 (te lezen in het online archief). De bijbehorende emoties, dát waren volgens hem de Wilde Dingen, die hoofdpersoon Max moet zien te temmen. Het woord ‘monster’ komt in het origineel dan ook niet voor.

Maar in Nederland? Nederlands beroemdste kinderboek is Nijntje. Daarmee is alles wel gezegd. Nijntje: ook heel mooi, maar diametraal anders. Begreep de vertaler van Sendak dat? Neem het voortreffelijke ‘wolf suit’, dat Max zo weerbaar maakt. Dat werd ‘wolvenpakje’. Zo knuffel je dus al in de eerste regel een verhaal dood. Sendak haatte dat.

Deze Nederlandse vertaling is uit 1966, leerde ik bij Lemniscaat. Toen werd ik doorverbonden met Jean Christophe Boele van Hensbroek, de uitgever zelf. Vertaler L.M. Niskos bleek het pseudoniem van zijn vader: Jean Louis Boele van Hensbroek, de oprichter van Lemniscaat. Tot mijn spijt had ik toen al gezegd hoe slecht ik de vertaling vond.

„Ik heb de teksten zelf nooit meer naast elkaar gelegd. Want ik heb eigenlijk nooit gehoord dat iemand er iets over op te merken had”, zei de zoon, enigszins gekwetst. „Mijn vader was niet iemand van kinderlijke taal en onze teksten zijn daar verre van. Jammer hoor.”

Ja, Lemniscaat gaf prachtige boeken uit. Maar toch.

Where The Wild Things Are.

Wij moeten van die woorden altijd zuchten. Altijd.

Waar de Wilde Dingen Zijn.

Zucht nou zelf.

Sendak bewaarde een briefje van een zevenjarige jongen: „Hoeveel kost het om te gaan naar waar de wilde dingen zijn? Als het niet te duur is zouden mijn zus en ik daar graag de zomer doorbrengen. Antwoord alstublieft snel.”