Tentoongesteld als een dier in een kooi

Kunstenfestivaldesarts: Brett Bailey: ‘Exhibit B’ & Teatr Weimar: ‘Hamlet II: Exit Ghost’. Gezien: 9/5, Brussel. T/m 26/5. Inl: kunstenfestivaldesarts.be

Ze heet Sara, de jonge vrouw afkomstig uit Belgisch-Congo. Ze draagt niet meer dan een strooien rok. Op een hoog ronddraaiend plateau prijkt ze in de Brusselse Gesùkerk tijdens het toonaangevende Brusselse Kunstenfestivaldesarts. Toeschouwers van de installatie Exhibit B, waarvan Sara deel uitmaakt, durven bijna niet te kijken, omdat het zo pijnlijk voyeuristisch is.

Een vrouw als Sara maakte in de negentiende eeuw onderdeel uit van zogenoemde ‘human zoos’. Miljoenen toeschouwers trokken naar dierentuinen waar mensen, weggeroofd uit hun eigen leefomgeving, als curiositeiten in kooien werden geëxposeerd.

‘Wilden’, werden ze genoemd. Europese wetenschappers waren ervan overtuigd dat deze mensen inferieur waren aan het blanke ras. In de officiële classificatie stonden deze mensen nipt boven de dieren. Theaterregisseur en performer Brett Bailey confronteert met Exhibit B de toeschouwer met zwarte bladzijden uit de westerse koloniale geschiedenis. In de gewijde ruimte van de kerk brengt hij een aantal navrante bewijzen van blank wangedrag bijeen.

Net zo aangrijpend als Sara is de vrouw achter prikkeldraad. Ze heeft een schedel in de hand. De Duitsers beschikten in Zuidwest-Afrika (het huidige Namibië) over kampen waar ze mensen onthoofden; hun schedels werden gekookt en schoongeschraapt, daarna verzonden naar wetenschappelijke instituten. Regisseur Bailey brengt deze koloniale verschrikkingen zuiver en esthetisch, timide, zonder overdadig protest. Dat is het verwarrende van zijn installatie. De toeschouwer moet vaak lang kijken om de historisch-dramatische toedracht van een tableau te doorgronden.

Verderop is er de schok van een beeltenis van een heel jonge vrouw; ze is met tape en touwen vastgebonden in een vliegtuigstoel. Haar mond is dichtgeplakt. Deze vluchtelinge van nog geen twintig werd in 1998 door beveiligingsmedewerkers van de luchtvaartmaatschappij Sabena met een kussen vermoord omdat ze zich verzette tegen uitzetting uit België. Uit de blik in de ogen van de actrice in deze doodstille performance spreekt schrik voor de gewapende mannen uit een wereld die haar, net als haar lotgenoten van geen eeuw eerder, zonder enige waardigheid behandelen.

Het Brusselse Kunstenfestival heeft een traditie van engagement. Artistiek leider Christophe Slagmuylder kiest het omstreden koloniale verleden van België als leidraad. Daarbinnen past ook de performance Natural Mysteries in het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen. Net zoals in Exhibit B vormen jachttrofeeën het decor.

En hoe vreemd het ook moge klinken, ook de voorstelling Hamlet II: Exit Ghost van het Zweedse gezelschap Teatr Weimar hoort thuis op dit geëngageerde festival. Slechts twee acteurs treden op, Hamlet en zijn geliefde Ophelia. In een entourage van technische attributen keert telkens een cruciale vraag terug: hoe meegaand moet men zijn? Neem Ophelia. In de oorspronkelijke tragedie verdrinkt ze. Had ze dan niet „haar knie moeten buigen en deemoedig de dood tegemoet gaan?” Of Hamlet zelf: hij had niet moeten aarzelen maar meteen de moordenaar van zijn vader wreken.

Die verwarring over daadkracht versus passiviteit geeft deze voorstelling een grote kracht. Ook Exhibit B stelt die wezenlijke vraag naar medeplichtigheid. Had niemand die moord op de jonge vluchtelinge in het vliegtuig kunnen voorkomen? In het koloniaal-historische perspectief van Bailey’s installatie krijgt haar dood een aangrijpende dimensie. Niemand die een daad stelde ter bescherming van het slachtoffer; toen niet, nu niet.