Stiekem spion zijn in Syrië

Maarten Zeegers: Wij zijn Arabieren. Portret van ondoordringbaar Syrië. Podium, 288 blz. € 18,50

Maarten Zeegers vestigde zich in Syrië om het islamitische recht, de sharia, te bestuderen. Zo hoopte de in Nederland opgeleide arabist meer te weten te komen over de islam. Gaandeweg leert hij van zijn medestudenten, islamgeleerden en van vader Paolo, een Italiaanse jezuïet, dat de absolute waarheid niet in boeken kan worden gevonden. Die kan alleen God geven. Je bent pas gered als je aanvaart dat God bestaat en je je bekeert tot een geloof.

‘Stel’, oppert Zeegers tijdens een bergwandeling met Paolo, ‘dat ik dat doe. Hoe moet ik dan bepalen wat de juiste religie is?’ Vader Paolo kijkt hem aan of hij de domste vraag ooit heeft gesteld. ‘Heb je haast?’ antwoordt de man die er in zijn grijze habijt en leren sandalen uitziet als een middeleeuwse monnik. ‘Er is nog zat tijd om daar achter te komen. Dat komt van zelf.’

Zeegers schreef het boek Wij zijn Arabieren over zijn turbulente periode in dat land. Hij was er tevens getuige van het begin van de opstand tegen het bewind van president Bashar al-Assad. De schrijver/arabist toont zich niet alleen een kundige vragensteller, hij observeert ook nog eens knap. Aan de hand van drie aandachtspunten – seks, politiek en religie – dringt hij vaak met aanstekelijke humor door tot de gecompliceerde Syrische samenleving. Het land is een mozaïek van religieuze groepen; geestelijken, ambtenaren en anderen gooien het bij voortduring op een akkoordje met één van de inlichtingendiensten en bijna elke man lijkt vooral geïnteresseerd in seks – inclusief de herenliefde.

Om schijn en werkelijkheid te ontrafelen, voegt Zeegers zich niet alleen naar het verwarrende Syrische leven, hij buit situaties uit. Zoals in het geval van het genotshuwelijk dat hem door een sjiitische sjeik in het vooruitzicht wordt gesteld. Dit type religieuze verbintenis is gebaseerd op een tijdelijk contract tussen man en vrouw waarvan de duur van enkele uren tot wel een jaar kan variëren. In de praktijk heeft het veel weg van legale prostitutie.

In Wij zijn Arabieren wemelt het van de ontmoetingen waarin de schrijver gesprekspartners ‘ontmaskert’ en jonge vrouwen hem hun – vaak onder valse beloften afgedwongen – moeizame eerste schreden op het pad van de lichamelijke liefde toevertrouwen.

Tot in de lente van 2011 de politieke onrust in het Midden-Oosten ook ook in Syrië toeslaat. Noodgedwongen ontpopt Zeegers zich tevens tot journalist. Hij is een van de weinige achtergebleven buitenlanders en doet in het geheim verslag van de steeds gewelddadiger opstand. Én hij ontmoet Sarah, zijn huidige echtgenote.

De arabist die kwam om zich in de islam te verdiepen, wordt het land uitgezet wegens ‘illegale journalistieke praktijken’ – onder meer voor deze krant. In Wij zijn Arabieren pelt Zeegers voor een breed publiek kundig laag na laag van de complexe Syrische samenleving af.