Palestijnse hongerstakers, die moet je doodzwijgen

De wereld blijft stil over de 2.000 Palestijnen in hongerstaking in Israëlische gevangenissen, uit protest tegen hun strenge behandeling. Hun leiders zijn te verdeeld om echt een vuist te maken.

Correspondent Israël

Al Bireh. Onder een zeildoek op een parkeerterrein in Al Bireh, een Palestijns stadje op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, zitten tientallen vrouwen op plastic stoeltjes met grote portretten van jongemannen op schoot. Zodra de reeks luide toespraken en liederen het toelaat, vissen ze bij hun buurvrouw naar complimentjes. Wat is hun zoon knap, hè? En zo dapper!

Hun zonen horen bij zo’n tweeduizend Palestijnen die de afgelopen maanden in Israëlische gevangenissen in hongerstaking zijn gegaan, onder andere uit protest tegen de manier waarop hun bezoek wordt gefouilleerd, of wordt geweigerd, tegen de eenzame opsluitingen en het feit dat ze niet mogen studeren.

Enkele hongerstakers verkeren in levensgevaar. Zij kampen met extreem gewichtsverlies, een trage hartslag, een te lage bloeddruk en lopen kans op interne bloedingen. Bilal Diab en Thaer Halahla eten al 72 dagen niet. Over het algemeen treedt de dood in tussen 55 en 75 dagen.

Diab en Halahla begonnen hun hongerstaking uit protest tegen de ‘administratieve hechtenis’ waarin ze worden gehouden. Ze worden beschuldigd van het uitvoeren van financiële transacties voor de extremistische beweging Islamitische Jihad, maar een aanklacht of proces blijft uit, en zij kunnen zich daarom niet verweren – anders dan met hun hongerstaking. Vorige maand maakte Israël een einde aan de administratieve detentie van Khader Adnan, na een hongerstaking van 66 dagen.

De Israëlische gevangenisdienst zou gisteren hebben besloten het isolement van enkele gedetineerden te beëindigen, onder andere van een hongerstaker die ruim tien jaar in eenzaamheid zit opgesloten. De verwachting is dat binnenkort meer eisen van de gevangenen zullen worden ingewilligd – maar wel pas op het laatste moment.

Israëlische gevangenissen zijn vreselijk zenuwachtig, weet advocate Abeer Baker, die vanuit Haifa veel hongerstakers bijstaat. „Als er een doodgaat, zal alle sympathie uitgaan naar hij die sterft omdat zijn moeder hem niet mag bezoeken. En het in leven houden van de hongerstakers kost Israël veel geld en energie.”

Maar Israël laat zijn zenuwen niet zien, zegt Baker, dat zou de hongerstakers sterken in hun verzet. „Israël zwijgt het dood. Het oppakken van politieke activisten en ze weghouden van de Palestijnse samenleving is de effectiefste manier om het verzet te elimineren.”

Geen van de hongerstakers krijgt bezoek. Communicatiemiddelen zijn hun ontnomen, ze krijgen geen kranten, radio of televisie.

De internationale organisatie Artsen voor Mensenrechten beschuldigt Israël ervan de hongerstakers expres hard aan te pakken in een poging hun staking te breken. Dit is niet de eerste Palestijnse hongerstaking, en niet de grootste. Vele privileges in de Israëlische gevangenissen verwierven de Palestijnen door te vasten. Zo kregen de gevangen in de late jaren zestig kammen en matrassen. Later hongerden ze voor boeken en potloden.

In 1992 hielden Palestijnse gevangenen de grootste hongerstaking ooit, waaraan alle – toen ruim 12.000 – gevangen deelnamen, gesteund door demonstranten in alle Palestijnse dorpen en steden.

Nu zitten er ruim 4.500 Palestijnen in Israëlische gevangenissen. De Palestijnen zien hen als helden, die zich opofferen voor een hoger doel: een onafhankelijke Palestijnse staat. Hun geweldloze hongerstaking wordt door optimisten gezien als een voorbeeld en opmaat voor een breder volksverzet.

Maar vergeleken met de staking van 1992 is het nu doodstil. In de tent op het Yassar Arafatplein in Ramallah zitten op een doordeweekse dag amper vijf mensen. De gevangenen die advocate Baker bijstaat vragen haar naar de steun. „Dan overdrijf ik een beetje”, zegt Baker. „Er zijn ook wel kleine demonstraties. Maar als ik het mijn moeder vraag, merk ik het: de totale onverschilligheid. Die zie je niet alleen bij de Palestijnen, ook bij de internationale gemeenschap.”

Palestijnse organisaties stuurden deze week een open brief naar de secretaris-generaal van de Verenigde Naties waarin „teleurgesteld kennis wordt genomen van de stilte die u betracht”. Daarop uitte Ban Ki-moon zijn zorgen en drong hij er (vergeefs) bij Israël op aan dat het een einde maakt aan de administratieve detenties. Maar grote internationale verontwaardiging blijft uit.

Dat heeft volgens Qadura Fares, hoofd van de Palestijnse Gevangenen Club, alles te maken met de crisis in het Palestijnse leiderschap. Door de tweespalt tussen de grote facties Fatah en Hamas doen niet alle gevangenen mee met de hongeractie. Hamas-leden zouden eerder dan afgesproken zijn begonnen, waarna ongeveer 2.500 leden van Fatah afhaakten. President Mahmoud Abbas, zelf van Fatah, geeft nauwelijks ruchtbaarheid aan de hongerstaking.

En de Palestijnse bevolking? Die is gefrustreerd over de interne politieke twisten. En moe van alle activiteiten voor de gevangenen, zegt Fares. In oktober en december waren er welkomstceremonies voor de ruim duizend gedetineerden die zijn vrijgelaten in ruil voor de Israëlische militair Gilad Shalit. Daarna is er veel aandacht gevraagd voor Khader Adnan. Fares: „De mensen moeten ook gewoon werken om hun leningen af te betalen.”