Over het leed van de kleine, particuliere belegger in vastgoed

Het vastgoedfonds Homburg Invest verkeert sinds vorig jaar in de financiële problemen. Bijna 9.500 particulieren leenden aan vastgoedhandelaar Richard Homburg ruim 400 miljoen euro. Een stichting moet opkomen voor de belangen van de obligatiehouders te behartigen.

Foto Peter Strelitski

Drie smaken cake. Vier soorten thee. Volautomatische koffiemachines met een handjevol opties. Vooraf. Na afloop is er fris. Met prik, zonder prik en verse jus d’orange. De catering is dik in orde in de Jaarbeurs in Utrecht.

Maar heel lekker vinden de mensen het niet. Er zit een raar smaakje aan. Ze zijn gekomen naar de vergadering van vastgoedfonds Homburg Invest omdat ze ooit geld aan het fonds hebben geleend. In ruil daarvoor kregen ze obligaties, met een mooi rentepercentage.

Sinds vorig jaar verkeert het bedrijf in financiële problemen. Rente hebben de beleggers al lang niet meer ontvangen. En zicht op aflossing van hun lening is er al helemaal niet. Hoe gaat het nu verder, willen ze weten. Maar toch vooral of ze ooit nog iets van hun investering terugkrijgen. Dus vragen de mensen zich ook af wie al dat lekkers bij de vergadering betaalt. Het antwoord weten ze eigenlijk al. Ze zijn hier hun eigen geld aan het opeten.

Homburg Invest, opgericht door de Nederlandse vastgoedhandelaar Richard Homburg, is een van de vele vastgoedbedrijven dat op omvallen staat. Het bedrijfsmodel was simpel. Het bedrijf heeft voor ruim 1 miljard euro vastgoed in Noord-Amerika, Nederland, Duitsland en de Baltische Staten gekocht. Om dat te kopen heeft Homburg Invest geld geleend van banken, zoals SNS, en particuliere beleggers. Bijna 9.500 particulieren vooral uit Nederland leenden Homburg bijna 440 miljoen euro. Met het rendement dat de verhuur en verkoop van dit vastgoed oplevert, worden de beleggers betaald.

Tot vorig jaar. September vorig jaar vroeg het bedrijf, dat een Canadese beursnotering heeft, in Canada bescherming aan tegen schuldeisers. Sindsdien krijgt niemand meer betaald en probeert een bewindvoerder het bedrijf weer gezond te maken. De afgelopen jaren is het vastgoed sterk in waarde gedaald, waardoor het fonds forse afboekingen moest doen. Het vastgoed dat verkocht werd, leverde veel minder op dan gehoopt. En door de economische crisis gingen veel huurders failliet, waardoor Homburg-panden leeg staan.

Wie wil weten welk leed die crisis bij kleine, particuliere beleggers veroorzaakt, moest gisteren in Utrecht zijn. De zaal zit vol met gepensioneerden. Dat is makkelijk te zien. Niet aan de zeiljacks, die dragen sommige jonge mensen ook. Nee, tijdens de toelichting van de Canadese bewindvoerder letten de mensen op. Luisteren en kijken. Oké, een enkeling zit wat te knikkebollen. Maar er is bijna niemand die op zijn smartphone zit te vegen. Dit is de generatie die zich niet aan dat apparaat heeft verloren. Er is een stichting, die is opgericht om hun belangen te behartigen.

Er is eigenlijk maar één ding waar de obligatiehouders vandaag over moeten stemmen. Die stichting wil er voor zorgen dat de beleggers nog zoveel mogelijk van hun ingelegde geld terug zullen zien. Maar ja, dat kost natuurlijk wel wat. Adviseurs, advocaten, accountants; dat soort mannen bemoeien zich er nu mee. De vertegenwoordiger van de stichting vertelt dat de kosten de eerste maanden 7 ton bedroegen. „Goeiedag”, roept een man. Maar dat is nu teruggebracht tot 1,5 ton per maand, zegt vertegenwoordiger snel. Of de obligatiehouders er mee willen instemmen dat Homburg Invest de kosten die de stichting maakt vergoed. En ja, uiteindelijk komt dat dan uit de pot waaruit de beleggers hopen ook nog geld te ontvangen.

De obligatiehouders stemmen er mee in. Veel keus hebben ze niet. Iets of niets. En maar afwachten of er nog geld terugkomt.

Mij maakt het allemaal niet zoveel uit, zegt Kees Verdouw stellig. Hij heeft wel twee Homburg-obligaties op zak, samen goed voor 30.000 euro. Maar ze zijn eigenlijk van zijn vader, die vorig jaar overleed. „Ze zijn nu van mijn moeder, maar die begrijpt er niets van.” Zijn moeder zal er financieel ook niet van omvallen, ver telt Verdouw. Hij beheert een aantal beleggingen voor haar. En de Homburg-obligaties heeft hij in de boekhouding al lang op nul gezet.

Maar voor veel mensen is dat anders, zegt hij. Hij weet het zeker. Hij ziet het aan de gezichten. „Kijk maar. Die hebben hun laatste spaarcentjes er in gestoken.” Hij kan zich wel voorstellen hoe dat ging. De man had thuis zijn vrouw natuurlijk overgehaald met net zulke mooie praatjes als oprichter van het vastgoedfonds Richard Homburg zelf. Gegarandeerd rendement. Meer dan 7 procent. En aan het eind van de looptijd al het geleende geld weer terug. Dat soort mooie beloftes. „En nu hebben ze al zestien echtelijke ruzies gehad, omdat de poen weg is.”

Iets verderop staat een man uit Rotterdam. Zijn naam wil hij niet geven. Hij is hier ook niet voor zichzelf, maar voor een vrouwelijke kennis, zegt hij. Haar hele oude dagsvoorziening heeft ze in Homburg gestopt. „Ze had het gezien bij Harry Mens op televisie. Gegarandeerd rendement.” Zelf denkt hij dan meteen dat het niet klopt. Zijn kennis niet. Maar ja, veel valt haar niet te verwijten. „Ik ben zelf ook geen fameuze belegger. Ik heb ook wel eens een zeperd.”

Over de oplossing voor Homburg Invest is hij duidelijk. Het bedrijf opheffen. Zo snel mogelijk. Al het vastgoed verkopen en met de opbrengst de beleggers zo veel mogelijk terugbetalen. Maar de man uit Rotterdam heeft er weinig vertrouwen in dat dat gaat gebeuren. Er zitten nu allemaal juridisch adviseurs, accountants en advocaten op het bedrijf, die proberen de zaak overeind te houden. Dus over een paar maanden is het geld op. Dat weet hij zeker. „Ik heb dat eerder meegemaakt bij faillissementen. Was er aan het begin nog 80 miljoen in de boedel. Waren al die mannen klaar, was er nog 5 miljoen over.”