Ontdinges mij nou toch eens!

Mariken Jongman: Liefde, liefde, nog eens liefde. Lemniscaat, 264 blz. € 14,95. 13+

Hoe zullen we het ding noemen? Sowieso niet gemeenschapsruimte. Fluutjeknip? Of flupbaan, naar het vermoedelijke geluid (‘flub-flub’) dat het maakt wanneer het in bedrijf is? De gangbare benamingen vallen in elk geval af, want vagina is te netjes en kut te vies. Kiek en Lottie kiezen uiteindelijk voor zazazorium, de meest mysterieuze en bijzondere optie.

Deze twee tantes hebben net afgesproken dat ze voor hun 16de verjaardag ‘ontdingest’ zullen zijn – ontmaagd dus, of bezwabberd, ingepaald of gelintjeknipt. Liefde, liefde, nog eens liefde is een meidenboek in stijl en toon, lichtvoetig en vol giebel en gein, met soms zo veel vondstjes op één bladzijde dat je je in een column waant. Het is het vervolg op Kiek (2009), waarin Mariken Jongman het titelpersonage haar biologische vader liet zoeken en vinden. Alles is nu dus op orde om zich te kunnen storten op de typische pubermeidenproblemen. Oftewel: wanneer opent het zazazorium?

Met haar woordkeus is duidelijk dat Jongmans roman meer moet zijn dan een typisch meidenboek, al leent het even uitbundig uit dat genre als het zich ertegen afzet. Zo besluiten Kiek en Lottie al meteen dat hun pubermeisjeszelfhulpboek Kus geen kikkers, vang je prins waardeloos is, maar blijven ze er toch lustig liefdeslevenslessen uit putten. En ‘natuurlijk’ neemt Kiek de afspraak niet helemaal serieus, maar ondertussen zoekt ze actief naar de jongen die haar gaat ontdingesen.

Het komt tot een hoogtepunt (nou ja, bijna) in een meesterlijke soort-van-seksscène van tien bladzijden die ongeëvenaard is in de jeugdliteratuur, alleen al om de schitterende taalvondsten: ‘Er torpedoot iets van mijn mond naar het tussenbeense gebied’. De scène is zo goed omdat het stuntelig levensecht én opwindend is, maar ook goudeerlijk: Kieks ‘spiraalvormige rillingen’ leiden wel tot ‘broekhandelingen’, maar het zazazorium geeft uiteindelijk niet genoeg mee. Het blijft bij 35 procent ontmaagding.

Vanaf dat punt is er nog bijna een half boek te gaan, waarin Jongman breekt met nog een meidenboekenwet: de nadruk ligt dan op Kieks relatie met haar ouders. Op dat gebied gaan de dingen ook niet zoals ze ze bedacht had. Alle verwikkelingen geven de roman een onstuimigheid die soms stuurloos aanvoelt. Anders dan in Kiek werkt Kieks plan om alles netjes op te lossen ditmaal niet. Zo’n kinderlijk wereldbeeld, dat je maar al te vaak in puberboeken aantreft, verving Jongman door levensechte grilligheid – en dat werkt.