'Men denkt ten onrechte dat het nergens over gaat'

Anderhalf jaar geleden waren de leden van cabaretduo Droog Brood elkaar zat, maar nu is er dan toch een nieuwe voorstelling. „Het is net een huwelijk.”

Een man komt zijn stamkroeg binnen en vertelt met luide stem een lang verhaal. Als hij klaar is kijkt de barkeeper hem kalm aan en zegt dat er een fatsoenlijk want democratisch besluit is genomen: de man is voortaan niet meer welkom in het café. „Het is niet persoonlijk bedoeld”, voegt hij er aan toe, „drink gerust je biertje nog op.”

Het is één van de scènes uit Dat wordt oorlog, de nieuwe voorstelling van cabaretduo Droog Brood die gisteravond in première ging. Sinds Bas Hoeflaak (39) en Peter van de Witte (36) in 2000 de Wim Sonneveldprijs wonnen maken ze samen succesvolle theatershows waarin de ongemakkelijke omgang tussen mensen pijnlijk duidelijk wordt. „We delen een fascinatie voor de hobbeligheid van het intermenselijk verkeer.”

De cabaretiers horen na afloop van een voorstelling vaak van fans dat ze zo gelachen hebben omdat het ‘lekker nergens over ging’. „Maar het gaat natuurlijk wel ergens over”, zegt Van de Witte. „Je kunt het alleen maar leuk vinden als je snapt waar het over gaat, al is dat soms dan misschien onbewust.” Zo’n verhaal over de man in de bar bijvoorbeeld, gaat volgens hem over hoe zogenaamd beleefde mensen op fatsoenlijke en democratische gronden anderen kunnen uitsluiten.

Dat wordt oorlog komt via improvisaties tot stand. Van de Witte: „Vroeger zochten we geforceerd een rode draad, maar juist die uitleggerige scenes werden vaak niet grappig.” Nu beginnen ze te improviseren en komt er vanzelf iets bovendrijven. Van de Witte: „Bas begint dan met een typetje dat te hard praat. Pas als de scène af is, blijkt dat je het kunt opvatten als maatschappijkritiek.”

Maar het moet ook weer niet té politiek en actueel worden. Want juist de scènes over de omgang tussen mensen vinden ze zo universeel. Als voorbeeld noemen ze de Britse komedieserie Fawlty Towers. Hoeflaak: „Die is gemaakt in de jaren 70, maar gaat wezenlijk over dezelfde dingen: het gevoel dat je er niet toe doet, angst, schaamte en onzekerheid.”

Nog maar anderhalf jaar geleden dreigde een breuk van het duo. Ze hadden veel ruzie en last van de terugloop in de theaters. Van de Witte: „Op een avond stonden we ergens in de provincie voor veertig man te spelen en hadden we weer eens ruzie. Ik was doodongelukkig en zei: we stoppen ermee.” Hoeflaak was het ermee eens en ze besloten de première van de volgende voorstelling in ieder geval een half jaar op te schuiven, „om even wat frisse lucht te krijgen”.

In de tijd erna misten ze elkaar en beseften ze hoe mooi het is om aan een half woord genoeg te hebben. Nu zijn ze weer definitief bij elkaar. „Het is net een huwelijk, maar we kennen elkaar dan ook langer dan onze vrouwen.” Hoeflaak: „Maar we hebben tegenwoordig wel ieder onze eigen kleedkamer en slapen ook niet meer samen in één hotelkamer.”