Lokaal bestuurder zwicht niet graag

Het kabinet wil een nullijn voor alle ambtenaren. Gemeenten houden echter vast een loonsverhoging. Niet de eerste botsing tussen Rijk en lokale bestuurders.

Werknemers van de Amsterdamse stadsreiniging pakken het werk weer op na een staking in 2010 voor een betere cao. In de nieuwe cao krijgen ze er 2 procent bij. Foto Roger Cremers

Jan Kees de Jager deed gisteren geen moeite zijn irritatie te verbergen. Terwijl de demissionaire minister van Financiën in het bezuinigingsakkoord de nullijn voor ambtenaren afspreekt, houden de gemeenten doodleuk vast aan een loonsverhoging van 2 procent voor hun mensen dit jaar. „Ik heb hier grote bezwaren tegen”, zei De Jager gisteren bij het verlaten van begrotingsoverleg in de fractiekamer van D66. Hij noemde het gedrag van „een van de medeoverheden” teleurstellend. „Dit is geen goede uitkomst.”

Een dag eerder had minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) al laten weten dat de gemeenten van het Rijk geen cent extra krijgen, ook al gaat de nieuwe cao 160 miljoen euro extra kosten. De loonsverhoging moet dus wel ten koste gaan van andere uitgaven door gemeenten, zo lieten De Jager en Spies over de hoofden van het lokale bestuur weten. „En voor je het weet is dan de burger de dupe”, aldus De Jager.

Die toevoeging toont de irritatie over het gedrag van gemeenten en die irritatie komt niet uit de lucht vallen. Het is immers niet voor het eerst dat het Rijk botst met deze „medeoverheden”. Een jaar geleden wisten de gemeenten, verenigd in de VNG, de totstandkoming van het zogeheten bestuursakkoord flink te vertragen. De gemeenten kregen de verantwoordelijkheid over de sociale werkvoorziening op hun bordje gelegd. Die namen ze graag op zich, maar liever niet met de bezuiniging die daarbij zat. Pas na lang onderhandelen met toenmalig minister Donner – er kwam een noodpotje voor het geval de gemeenten financieel niet uitkwamen – gingen de gemeenten akkoord.

Komende week moet het bezuinigingsakkoord van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie rondkomen. Het principeakkoord tussen VNG en de bonden van vorige week – die de opslag van 2 procent vastlegt – zorgt niet voor een blokkade. Maar vervelend is het wel. Vooral voor de beeldvorming. Wat nu nullijn voor alle ambtenaren? Waarom zij wel?

En het financiële gedrag van lagere overheden zit De Jager al langer dwars. De laatste tijd zijn de tekorten van lokale overheden flink opgelopen en die tellen mee bij de beoordeling van het begrotingstekort door de Europese Commissie. In 2011 kwam de centrale overheid ruim 22 miljard te kort, de gemeenten voegden daar bijna 5 miljard aan toe.

Alle reden voor De Jager om te streven naar meer grip op de financiën van de gemeenten. Want, zo hield hij de Kamer eind vorig jaar voor, je moet er niet aan denken dat het Rijk zich aan de Brusselse tekortregels houdt en toch een sanctie krijgt „vanwege het ontsporen van de lokale overheden”. Daarom kwam De Jager onlangs met de Wet houdbaarheid overheidsfinanciën die zelfs voorziet in boetes voor gemeenten die het Rijk bij financieel wangedrag kan opleggen. De reactie van de VNG eerder dit jaar laat zich raden. „Onacceptabel.”

De gemeenten en het Rijk staan nu beide met stevige argumenten tegenover elkaar. Het kabinet pleit er vanzelfsprekend voor dat de nullijn voor alle ambtenaren geldt. Het liefst zou men zien dat de nullijn in het bedrijfsleven navolging krijgt. En dan is het natuurlijk geen mooi plaatje als de gemeentenambtenaren een uitzondering vormen.

Maar de gemeenten kijken verder dan dit en volgend jaar. In ruil voor de nu afgesproken loonsverhoging stemmen de bonden in met een soepeler beleid bij ontslagen. En die toekomstige ontslagen zijn een gevolg van het bezuinigingsbeleid van het Rijk. Door nu akkoord te gaan met een loonsverhoging, willen de gemeenten in de toekomst geld besparen. Daarmee trachten zij de houdbaarheid van het tekort in de toekomst te verbeteren. En dat streven moet De Jager als muziek in de oren klinken.

Zo wordt in de nieuwe cao van lokale overheden de duur van een werkgarantie bij ontslag teruggebracht tot twee jaar. Dat gaat in de toekomst veel geld besparen, aldus de Rotterdamse wethouder Jantine Kriens (PvdA) gisteren bij Radio 1. „Je moet niet met je rug naar de toekomst gaan staan.” De lokale bestuurders lijken niet snel te zwichten voor het Rijk. Of zoals Kriens gisteren zei. „In de eerste plaats hebben we een eigen verantwoordelijkheid.”

De controverse tussen lokale bestuurders en het kabinet – gesteund door D66, GroenLinks en ChristenUnie – weerspiegelt de kritiek op het bezuinigingsakkoord die momenteel vaker klinkt. Om ervoor te zorgen dat het tekort niet boven de 3 procent komt, zijn bezuinigingen op korte termijn noodzakelijk. En die snelle bezuinigingen botsen soms met de belangen op de langere termijn.